Al een half jaar zijn Lydia en ik aan het exploreren op het gebied van roeping en missiewerk. De afgelopen maanden ben ik met vlagen ongeduldig. Het gaat me niet snel genoeg. Andere momenten vraag ik me af waar ik ben beland. Wat gaat het toch snel! Ik realiseer me dat we dit proces niet moeten forceren.
Cor moedigt me aan om te ontdekken wat mijn en onze roeping is. Met doorleefde wijsheid spreekt hij over het niet forceren en de tijd nemen en open staan voor omstandigheden. De verschillen die er tussen man en vrouw kunnen zijn op dit gebied. Juist doordat het niet de bedoeling is dat ik bij Cor in dienst kom, is het extra belangrijk dat we ons zelf geroepen weten met een specifiek verlangen. Daar waar we elkaar overlappen in roeping kunnen Cor en ik samenwerken. Tijdens de bijna losbarstende zomervakantie willen Lydia en ik extra tijd nemen om op te schrijven waar we lange termijn voor willen gaan.
Eerst gaan Lydia en ik een week op werkbezoek met Home of Change in Amsterdam. Deze werkweek begint op de zaterdag in Ede. Daar is op deze warme zomeravond een leuke kennismaking en lekkere barbecue met veel vrijwilligers van Home of Change. ’s Avonds rijden we door naar Amsterdam. De eerste nacht brengen we door bij vrienden. We stappen de volgende ochtend met hen mee de tram in naar de kerk; het schijnt dat Arie Boomsma ook regelmatig in deze kerk is. Ondanks dat een oudere dame door de warmte in het kerkgebouw onwel wordt, gaat de dienst na een korte onderbreking door. De dominee vraagt de gemeente om de ambulancebroeders die ieder moment het plein op kunnen komen hun werk te laten doen. Er wordt in de zaal gegniffeld: welke brave christen zou het werk van deze ambulancebroeders willen beletten?! Het is een heerlijke, zonnige zondag. Na een lekkere lunch, vertrekken Lydia en ik naar ons logeeradres in hartje Amsterdam.
De onschuldigheid die op deze zondag centraal stond, staat in schril contrast met ons bezoek aan de Wallen. Jonge vrouwen met een dode blik in hun ogen die afgestompte mannen wenken, maar ook complete gezinnen die aapjes kijken. Op deze warme zomerdag nemen toeristen foto’s van de vrouwen in ondergoed. Studenten moedigen elkaar aan, met een biertje in de hand, om ‘naar de hoeren’ te gaan. Een stelletje dat gezamenlijk uit een deur komt en weet ik wat gedaan heeft. Ik loop hier rond in een plek die me doet denken aan de schimmige wereld van Stromboli, het heerschap die Pinokkio gevangen nam. Het grote publiek smult van het gezellige, onschuldige poppentheater, maar achter de schermen gaat het er heel anders aan toe. Het enige waar het slachtoffer mee bezig is, is dat zijn neus groeit als hij liegt en steeds verder vastzit in het web van zijn en andermans leugens. Pinokkio wordt in een kooi gezet en krijgt niets van het verdiende geld. Pinokkio is door twee stromannen verhandeld. Net zoals veel prostituees onder valse voorwendselen verhandeld worden, de leugens waar zij in vastzitten, de schaamte, de vele duizenden euro's die hen afhandig wordt gemaakt... De overeenkomsten met Pinokkio zijn legio.
Toenmalig Amsterdamse wethouder Asscher luidde de noodklok vanwege dwang en misstanden in zijn eigen stad. Er is een grote schoonmaak gehouden, zeggen de media. Voor het oog is er echter niets veranderd. Het romantische beeld dat de mannen als de vrouwen vanuit pure vrije wil tot deze daden komen, wat bijvoorbeeld in Baantjer naar voren komt, kan ik hier niet ontdekken. Ik denk aan Stromboli en het web van leugens.
We lopen ’s avonds laat weer richting onze logeerplek en lopen, net buiten het Wallengebied, een oudere man tegen het lijf. Hij loopt zijn woning uit en is bijzonder loslippig. We hebben een sterk vermoeden dat hij een paar glaasjes te veel op heeft. De avondlucht is warm, maar het koelt al af. Deze man heeft behoefte aan aanspraak; even een praatje maken. Zijn halve geschiedenis komt voorbij (hij is in de jaren ’70 hier komen wonen, etc., etc.) en hij probeert indruk te maken met niet-alledaagse woorden. Hoe kan het dat deze man hier al tientallen jaren woont en blijkbaar zoveel behoefte heeft aan contact dat hij drie mensen uit Noord-Nederland zo vastklampt? Ik realiseer me dat het ene (geen diepgaande contacten) het andere teweegbrengt (niet omzien naar elkaar) of in de hand werkt (seksslavernij).
Het doet me denken aan onze eigen wijk. In onze eigen straat, waar anonimiteit aan de orde van de dag is, zijn een aantal weken terug op een nacht minimaal drie meisjes van 16 en 17 jaar in een lege flat gevonden die door een Italiaanse pooier gedwongen werden tot seks. Een Stromboli actief in Beijum. Onlangs sprak ik een expert dat dit nog maar het topje van de ijsberg is, omdat de politie te weinig middelen heeft. Vorige week liep ik een middag door de wijk met Kamil, een afstudeerder Sportstudies van de Hanzehogeschool Groningen. Wat wonen er veel mensen in Beijum! Er wonen meer dan 13.000 mensen, maar wanneer ik kris kras door de wijk wandel, realiseer ik me meer wat dit getal betekent. Veel straten, veel hoekjes en buurten, veel woningen, veel gezinnen en huishoudens. Heel veel gezichten. Beijum is, samen met Lewenborg, de meest kinderrijke buurt van Groningen. Te bedenken dat algemene statistieken leren dat 1 op de 5 meisjes voor het 16e levensjaar seksueel geweld heeft meegemaakt, wordt de nood in deze wereld zichtbaar. Het topje van de ijsberg!
Kamil is er in de wijk voor een heel ander onderwerp. Sinds februari begeleid ik Kamil die onderzoek doet naar buitenfitness in Nederland en specifiek of en hoe het aansluit bij de Groningse wijk Beijum. In het kader daarvan laat ik hem de potentiële plekken voor buitenfitness in de wijk zien. Het idee is dat mensen gratis in de buitenlucht kunnen werken aan hun fysieke gezondheid. Op een middag in de week dat we in Amsterdam zijn, krijg ik een berichtje dat hij geslaagd is! Het maakt me blij voor hem.
Naast het bezoeken van organisaties die strijden tegen mensenhandel in Amsterdam, spreek ik deze week ook af met een bestuurslid van de Surinaamse DOE-partij die in Nederland is (erg gezellig en nuttig!), een oud-collega die op basis van giften werkt in Noord-Amsterdam (veel herkenning over en weer) en een oud-klasgenoot van de basisschool (erg gaaf om hem weer te spreken en te zien dat het erg goed met hem gaat).
Op een andere ochtend spreken Lydia en ik af met Brigitte van Serve the City, een organisatie die een beweging van vrijwilligerswerk op het oog heeft. Typisch aan Serve the City is dat het laagdrempelig is, het is de ideale mix van met een grote groep en een klein team werken en het verbindt vrijwilligers aan bestaande instellingen. Brigitte is in Amsterdam begonnen en organiseert jaarlijks diverse events waarbij onze hoofdstad overspoeld wordt met vrijwilligers. Er is veel enthousiasme van de foto’s af te lezen. Veel mensen willen best iets goeds doen, maar waar begin je? Serve the City geeft een antwoord.
Een aantal jaar geleden vroeg ze me of ik in Groningen een lokale Serve the City wil opstarten. Ik kan dat niet alleen, heb ik haar gezegd. Wel ben ik erg enthousiast. Cor zei in februari ook de meerwaarde te zien van Serve the City in Groningen en wil er concreet mee aan de slag. Brigitte vraagt wanneer Cor en ik hier mee willen beginnen. Dat weet ik niet, vertelde ik haar, want Cor denkt vaak in langere processen. Toch Cor maar even vragen, bedenk ik me.
Deze week merk ik dat dusdanig moe ben dat Lydia en ik denken dat ik overwerkt ben. Daarom bel ik een ontmoeting met het bestuur van Cor in Zwolle af. De volgende dag bezoeken Lydia en ik 's avonds vrienden die in Amsterdam wonen. Het wordt een ontspannen avond.
Wanneer we terug zijn van de werkweek en daarna de vakantie, ben ik nog steeds moe. Ik besluit rustig aan te doen. Wel spreek ik in augustus met Jelly af. Zij verricht samen met een interkerkelijke vrouwengroep bezoekwerk onder de vrouwen die in de provincie Groningen in de prostitutie werken. Haar tweelingzus heb ik wel eens ontmoet, waardoor Jelly vertrouwd overkomt. Jelly zelf heb ik echter nooit ontmoet, alhoewel zij in een kerkelijk filmpje zit dat ik bedacht en geregisseerd heb om kerkleden de maatschappij in te krijgen. De passie straalt van haar af. Ik heb er geen spijt van dat ik met haar heb afgesproken. Het is fijn om iemand te ontmoeten in mijn eigen woonplaats met hetzelfde hart voor prostituees. We besluiten om contact te houden!
Het weekend voorafgaand aan de vakantie bezoeken we mijn schoonmoeder haar verjaardag en ook beginnen we met inpakken voor de vakantie. Het antwoord dat we vernamen toen ik belde naar het telefoonnummer die Marieke ons gaf, was sfeerverhogend: we kunnen gratis tien dagen op een prachtige locatie aan het Balatonmeer in Hongarije verblijven! Dat betekent dat we de tijd hebben om te concretiseren wat onze missie wordt. En bovenal dat we de tijd hebben om heerlijk te ontspannen.
>> Lees verder <<
Sunday, March 02, 2014
Juli 2013 Pinokkio in Amsterdam
Labels:
Amsterdam,
Baantjer,
leugens,
Mensenhandel,
missie,
Pinokkio,
prostitutie,
roeping,
Serve the City,
stadszending,
Stromboli,
verlangen,
vrijwilligers,
vrijwilligerswerk,
Wallen,
zending
Tuesday, February 25, 2014
Juni 2013 Onverwachtse ontmoetingen
De portiekbel gaat.
“Met Harry van People International!”, hoor ik door de hoorn.
“Met wie?” vraag ik verbaasd.
“Harry, van People International. Ik kom even kennismaken. Jullie zijn geabonneerd op onze nieuwsbrief.”
Nee, Harry komt niet collecteren of om geld vragen. Het is voor het eerst dat een goed doel spontaan aanbelt bij ons. Ik loop al een tijdje mee, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Natuurlijk nodig ik hem uit om naar boven te komen. Hij legt nog even kort uit wat People International doet, drinkt met smaak zijn thee op en vraagt geïnteresseerd wat wij doen in ons dagelijks leven. Leuk!
Het 40-dagenproject van de Vineyard Church is boeiend. We draaien nu enkele weken mee met een Home Group. De groep bestaat uit dertien mensen die wekelijks op een doordeweekse avond bij iemand thuis komen. We beginnen met een korte videoboodschap van Tim Keller en bespreken daarna een hoofdstuk uit het boek. Het is een ontspannen en leuke manier om elkaar te leren kennen. Twee mensen komen uit Maleisië, vier uit Brazilië en vier uit Nederland waarvan één uit Caribisch Nederland en één een lange tijd in Egypte gewoond heeft. Een leuke cultuurmix levert verschillende soorten verhalen op.
Het boek ‘Gospel in Life’ vertelt over de visie van Tim Keller op de stad. Ik kan me er wel in vinden. Waar veel christenen de stad zien zoals Sodom en Gomorra, een broedplek van kwaad, ziet Keller de stad als Gods manier om mensen bij elkaar en tot bloei te brengen. In een stad heb je kunst, sport, literatuur, wetenschap (universiteiten), cafés en restaurants, etc.. De vraag die centraal staat: leef je voor jezelf of leef je voor de bloei van de stad? De weg die Keller voorschrijft is die van omzien naar elkaar, een hechte gemeenschap vormen en zodoende als christenen een alternatieve stad zijn. Dit sluit goed aan bij mijn visie op de stad en het maakt me enthousiast.
Groningen is, samen met Friesland, verantwoordelijk geweest voor de verkoop van zo’n 15.000 slaven (zeer voorzichtige schattingen). Dat vertelde dr. Alex van Stripriaan op een avond georganiseerd door het Groninger Forum een week voorafgaand aan de nationale herdenking van ons slavernijverleden. Dus niet alleen de hoge heren in Amsterdamse grachtenpanden zaten diep in dit onrecht, maar ook Groningers zijn verantwoordelijk voor het maken van mensen tot slaven en generaties durende uitbuiting. Het is weer één van de zoveel historische feiten die me in de overtuiging sterkt dat wij –afstammelingen van deze Nederlanders- dit onrecht moeten erkennen. Een week hiervoor liet de Raad van Kerken weten de schuld te erkennen. Nu de overheid nog.
Het boek dat ik aan de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie overhandigd heb, is geschreven door mensen van de Stichting voor Boete & Verzoening. Na meer dan dertig jaar reizen te hebben gemaakt naar voormalige koloniën van Nederland en West-Afrika, willen zij weten wat hun rol is op nationaal politiek niveau. Deze stichting wil hun kennis en ervaring graag inzetten op het gebied van het streven naar verzoening tussen Nederland en Suriname en Caribische Nederland.
Nadat ik kennis heb gemaakt met de voorzitter en penningmeester van deze stichting wordt besloten dat ik contact zoek met de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie. Het blijkt dat de ChristenUnie dit thema opgepakt heeft en in juni een rondetafelgesprek organiseert met het thema ‘150 jaar afschaffing slavernij’. De ChristenUnie neemt echt het voortouw in de politieke discussie.
Ook ik mag samen met twee mensen van Stichting voor Boete & Verzoening aanwezig zijn. De Kamervoorzitter en Kamerleden van enkele andere partijen zijn deze dag ook aanwezig. De bijdragen van mensen als mw. Joan Ferrier, dr. Glenn Helberg, mw. Eva Mabayoje, dr. Alex van Stripriaan en dhr. Quinsy Gario (later bekend geworden van zijn protest tegen Zwarte Piet bij Pauw&Witteman) zijn interessant en geven steeds aan: er dient een excuses van de Nederlandse Staat te komen voor de slavernij en het leed dat eruit ontstaan is. Over een aantal dagen zal vicepremier Asscher iets zeggen op de landelijke herdenking. Het is duidelijk dat de leidende figuren op dit gebied van Asscher (en meer nog van kroonprins Willem-Alexander) verwachten dat hij excuses gaat maken en niet met een ‘diepe spijt’ of iets dergelijks komt. Spijt heeft te maken met menselijke gevoelens en dat heeft de Nederlandse Staat niet. Spijt zou ook duiden op angst voor schadeclaims en dat mag een welgemeend excuses niet in de weg staan. Tegelijkertijd wordt gezegd dat de verwerking van het verleden niet afhankelijk mag blijven van het al dan niet uitblijven van een excuses door de Nederlandse Staat. ‘We zijn geen slachtoffers meer’.
Een excuses bleek te veel voor het kabinet. Er kwam een ‘diepe spijt en berouw’, een herhaling van 2001 maar dit keer uitgesproken op Nederlandse bodem in de nabijheid van nazaten van slaven. Desondanks vatte de Surinaamse president deze woorden op als een ‘excuses’ en vergaf ‘de kolonisator’. Namens Boete & Verzoening heb ik vervolgens een opinieartikel ingestuurd naar het Friesch Dagblad waarin wordt aangegeven dat excuses niet afdoende zijn. Krijgt dit debat een vervolg?
Een paar dagen hiervoor stap ik voor de tweede keer in mijn leven het Europees Parlement in. PerspectieF, ChristenUnie-jongeren, hebben een programma georganiseerd. We gaan op bezoek bij de ChristenUnie-fractie en ontdekken de brede en lange gangen van het parlement in Brussel. Het wordt een gezellige en leerzame dag.
Op de terugweg in de trein naar huis ontmoet ik Annette. We zitten naast elkaar in de trein en komen tot de ontdekking dat we allebei naar Groningen reizen. We raken aan de praat en zij ontdekt dat ik werk voor Home of Change, een organisatie die tegen mensenhandel en gedwongen prostitutie strijdt. Ik vertel over het prostitutiebeleid van de Gemeente Groningen en ik merk dat Annette ook begrijpt dat de lokale overheid de ogen sluit voor hedendaagse slavernij in de Groningse prostitutiebranche. Annette vertelt dat haar dispuut een manier zoekt om een jaar lang bezig te zijn met het thema mensenhandel en prostitutie. Zij vertelt dat haar dispuut zich vorig jaar structureel inzette voor thuis- en daklozen door maaltijden te koken. Deze maatschappelijk betrokken groep studenten wil zich concreet inzetten tegen gedwongen prostitutie! Maar eerst willen de studenten meer weten over deze onbekende wereld achter prostitutie. We spreken af om contact te houden en om na de zomervakantie af te spreken. Toch wonderlijk hoe ontmoetingen plaatsvinden!
Deze maand maak ik verder kennis met andere bestuursleden van Home of Change, schrijf ik een gastblog voor Home of Change, hou ik een betoog voor de PerspectieF-leden om ons komend jaar te richten op de strijd tegen gedwongen prostitutie onder onze leeftijdsgenoten (maar na beraad in het bestuur verliest het toch nog van de andere gekozen speerpunten) en ben ik bij het afscheid van Jan Hooikammer als pastor bij de Vrij Baptisten. Jan gaat samen met zijn vrouw Tilly en een aantal anderen missionair pionieren in Groningen. Verder zijn Lydia en ik deze maand 10 jaar samen! Een moment om bij stil te staan.
Tien jaar geleden vroeg ik Lydia of we zouden verkeren… We liepen toentertijd hand in hand langs de weilanden van Garmerwolde tot over onze oren verliefd op elkaar. We vieren het dit jaar door met z’n tweeën uit eten te gaan. We zijn nog steeds dolblij met elkaar en hebben het idee dat we elkaar beter kennen dan ooit. We hopen nog heel lang bij elkaar te blijven. Ook zijn we op het moment wat moe van het afgelopen jaar en willen er graag tussenuit. Saampjes. Weekje weg. Hand in hand. Wandelen. We gaan bellen naar het telefoonnummer op het briefje van Marieke!
>> Lees verder <<
“Met Harry van People International!”, hoor ik door de hoorn.
“Met wie?” vraag ik verbaasd.
“Harry, van People International. Ik kom even kennismaken. Jullie zijn geabonneerd op onze nieuwsbrief.”
Nee, Harry komt niet collecteren of om geld vragen. Het is voor het eerst dat een goed doel spontaan aanbelt bij ons. Ik loop al een tijdje mee, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Natuurlijk nodig ik hem uit om naar boven te komen. Hij legt nog even kort uit wat People International doet, drinkt met smaak zijn thee op en vraagt geïnteresseerd wat wij doen in ons dagelijks leven. Leuk!
Het 40-dagenproject van de Vineyard Church is boeiend. We draaien nu enkele weken mee met een Home Group. De groep bestaat uit dertien mensen die wekelijks op een doordeweekse avond bij iemand thuis komen. We beginnen met een korte videoboodschap van Tim Keller en bespreken daarna een hoofdstuk uit het boek. Het is een ontspannen en leuke manier om elkaar te leren kennen. Twee mensen komen uit Maleisië, vier uit Brazilië en vier uit Nederland waarvan één uit Caribisch Nederland en één een lange tijd in Egypte gewoond heeft. Een leuke cultuurmix levert verschillende soorten verhalen op.
Het boek ‘Gospel in Life’ vertelt over de visie van Tim Keller op de stad. Ik kan me er wel in vinden. Waar veel christenen de stad zien zoals Sodom en Gomorra, een broedplek van kwaad, ziet Keller de stad als Gods manier om mensen bij elkaar en tot bloei te brengen. In een stad heb je kunst, sport, literatuur, wetenschap (universiteiten), cafés en restaurants, etc.. De vraag die centraal staat: leef je voor jezelf of leef je voor de bloei van de stad? De weg die Keller voorschrijft is die van omzien naar elkaar, een hechte gemeenschap vormen en zodoende als christenen een alternatieve stad zijn. Dit sluit goed aan bij mijn visie op de stad en het maakt me enthousiast.
Groningen is, samen met Friesland, verantwoordelijk geweest voor de verkoop van zo’n 15.000 slaven (zeer voorzichtige schattingen). Dat vertelde dr. Alex van Stripriaan op een avond georganiseerd door het Groninger Forum een week voorafgaand aan de nationale herdenking van ons slavernijverleden. Dus niet alleen de hoge heren in Amsterdamse grachtenpanden zaten diep in dit onrecht, maar ook Groningers zijn verantwoordelijk voor het maken van mensen tot slaven en generaties durende uitbuiting. Het is weer één van de zoveel historische feiten die me in de overtuiging sterkt dat wij –afstammelingen van deze Nederlanders- dit onrecht moeten erkennen. Een week hiervoor liet de Raad van Kerken weten de schuld te erkennen. Nu de overheid nog.
Het boek dat ik aan de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie overhandigd heb, is geschreven door mensen van de Stichting voor Boete & Verzoening. Na meer dan dertig jaar reizen te hebben gemaakt naar voormalige koloniën van Nederland en West-Afrika, willen zij weten wat hun rol is op nationaal politiek niveau. Deze stichting wil hun kennis en ervaring graag inzetten op het gebied van het streven naar verzoening tussen Nederland en Suriname en Caribische Nederland.
Nadat ik kennis heb gemaakt met de voorzitter en penningmeester van deze stichting wordt besloten dat ik contact zoek met de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie. Het blijkt dat de ChristenUnie dit thema opgepakt heeft en in juni een rondetafelgesprek organiseert met het thema ‘150 jaar afschaffing slavernij’. De ChristenUnie neemt echt het voortouw in de politieke discussie.
Ook ik mag samen met twee mensen van Stichting voor Boete & Verzoening aanwezig zijn. De Kamervoorzitter en Kamerleden van enkele andere partijen zijn deze dag ook aanwezig. De bijdragen van mensen als mw. Joan Ferrier, dr. Glenn Helberg, mw. Eva Mabayoje, dr. Alex van Stripriaan en dhr. Quinsy Gario (later bekend geworden van zijn protest tegen Zwarte Piet bij Pauw&Witteman) zijn interessant en geven steeds aan: er dient een excuses van de Nederlandse Staat te komen voor de slavernij en het leed dat eruit ontstaan is. Over een aantal dagen zal vicepremier Asscher iets zeggen op de landelijke herdenking. Het is duidelijk dat de leidende figuren op dit gebied van Asscher (en meer nog van kroonprins Willem-Alexander) verwachten dat hij excuses gaat maken en niet met een ‘diepe spijt’ of iets dergelijks komt. Spijt heeft te maken met menselijke gevoelens en dat heeft de Nederlandse Staat niet. Spijt zou ook duiden op angst voor schadeclaims en dat mag een welgemeend excuses niet in de weg staan. Tegelijkertijd wordt gezegd dat de verwerking van het verleden niet afhankelijk mag blijven van het al dan niet uitblijven van een excuses door de Nederlandse Staat. ‘We zijn geen slachtoffers meer’.
Een excuses bleek te veel voor het kabinet. Er kwam een ‘diepe spijt en berouw’, een herhaling van 2001 maar dit keer uitgesproken op Nederlandse bodem in de nabijheid van nazaten van slaven. Desondanks vatte de Surinaamse president deze woorden op als een ‘excuses’ en vergaf ‘de kolonisator’. Namens Boete & Verzoening heb ik vervolgens een opinieartikel ingestuurd naar het Friesch Dagblad waarin wordt aangegeven dat excuses niet afdoende zijn. Krijgt dit debat een vervolg?
Een paar dagen hiervoor stap ik voor de tweede keer in mijn leven het Europees Parlement in. PerspectieF, ChristenUnie-jongeren, hebben een programma georganiseerd. We gaan op bezoek bij de ChristenUnie-fractie en ontdekken de brede en lange gangen van het parlement in Brussel. Het wordt een gezellige en leerzame dag.
Op de terugweg in de trein naar huis ontmoet ik Annette. We zitten naast elkaar in de trein en komen tot de ontdekking dat we allebei naar Groningen reizen. We raken aan de praat en zij ontdekt dat ik werk voor Home of Change, een organisatie die tegen mensenhandel en gedwongen prostitutie strijdt. Ik vertel over het prostitutiebeleid van de Gemeente Groningen en ik merk dat Annette ook begrijpt dat de lokale overheid de ogen sluit voor hedendaagse slavernij in de Groningse prostitutiebranche. Annette vertelt dat haar dispuut een manier zoekt om een jaar lang bezig te zijn met het thema mensenhandel en prostitutie. Zij vertelt dat haar dispuut zich vorig jaar structureel inzette voor thuis- en daklozen door maaltijden te koken. Deze maatschappelijk betrokken groep studenten wil zich concreet inzetten tegen gedwongen prostitutie! Maar eerst willen de studenten meer weten over deze onbekende wereld achter prostitutie. We spreken af om contact te houden en om na de zomervakantie af te spreken. Toch wonderlijk hoe ontmoetingen plaatsvinden!
Deze maand maak ik verder kennis met andere bestuursleden van Home of Change, schrijf ik een gastblog voor Home of Change, hou ik een betoog voor de PerspectieF-leden om ons komend jaar te richten op de strijd tegen gedwongen prostitutie onder onze leeftijdsgenoten (maar na beraad in het bestuur verliest het toch nog van de andere gekozen speerpunten) en ben ik bij het afscheid van Jan Hooikammer als pastor bij de Vrij Baptisten. Jan gaat samen met zijn vrouw Tilly en een aantal anderen missionair pionieren in Groningen. Verder zijn Lydia en ik deze maand 10 jaar samen! Een moment om bij stil te staan.
Tien jaar geleden vroeg ik Lydia of we zouden verkeren… We liepen toentertijd hand in hand langs de weilanden van Garmerwolde tot over onze oren verliefd op elkaar. We vieren het dit jaar door met z’n tweeën uit eten te gaan. We zijn nog steeds dolblij met elkaar en hebben het idee dat we elkaar beter kennen dan ooit. We hopen nog heel lang bij elkaar te blijven. Ook zijn we op het moment wat moe van het afgelopen jaar en willen er graag tussenuit. Saampjes. Weekje weg. Hand in hand. Wandelen. We gaan bellen naar het telefoonnummer op het briefje van Marieke!
>> Lees verder <<
Sunday, February 23, 2014
Mei 2013 Een fundamentele keuze
Zegt de Bijbel niet “Bij alle zwoegen is er overschot, praatjes leiden slechts tot gebrek”? Hoe sterk het gevoel in februari was, hoe meer onzeker we er nu over zijn. Leven van giften is maatschappelijk bezien geen logische keuze. Daarnaast is het iets wat Lydia en mij de zenuwen geeft. Ook al komen we in deze maanden heel veel mensen tegen die blijkbaar een goede living kunnen maken van het geld van anderen, merk ik dat het me blijft bezighouden. Het lijkt mij dat ik als mens ook een verantwoordelijkheid heb, precies zoals een Psalm het zegt: “Want u zult eten van de inspanning van uw handen; welzalig zult u zijn en het zal u goed gaan”.
Sinds januari 2012 heb ik geen betaald werk kunnen vinden. Uitzendbureau in en uit, open en gerichte sollicitatiebrieven verstuurd, veel vrijwilligerswerk gedaan om een gat op mijn C.V. te vermijden en ondertussen mijn netwerk vergroot. Nu heb ik de zoveelste sollicitatiebrief verstuurd. Voor de tweede keer in 1,5 jaar ben ik uitgenodigd. Met vertrouwen in een goede afloop, doch wel gespannen en ook met veel rugpijn stap ik de bus vanaf het Centraal Station in Groningen.
De functie die vrijkomt is voor een communicatiemedewerker en in de grootste en snelst groeiende kerk in Nederland. De Bethelgemeente in Drachten. Omdat het een parttime betrekking is, denk ik dit goed te functioneren met het vrijwilligerswerk wat ik doe. In het gesprek kom ik er achter dat ik één van de twee kandidaten ben. Het is ergens een geruststelling, omdat ik me realiseer dat ik een grote kans maak en dat het voor God een vingerknip moet zijn om mij de baan te geven. Ondanks dat ik last van mijn rug heb, merk ik dat het gesprek redelijk goed verloopt.
Mijn rug doet met de dag meer pijn. Toch besluit ik om op de tweede zaterdag van mei de straat op te gaan om enquêteformulieren af te nemen. De afgelopen maanden heb ik het onderzoek theoretisch voorbereid en in samenspraak met de werkgroep de enquêtevragen opgesteld. Nu komt het er op aan. Digitaal zijn er tientallen enquêtes ingevuld, waarbij per IP-adres maar één ingevuld kan worden. We hopen op deze zaterdag in het winkelcentrum nog honderd enquêtes af te nemen. Vele gesprekjes verder, is het ons gelukt!
Doordat we in de afgelopen maanden diverse leveranciers van buitenfitnesstoestellen hebben bezocht, ben ik steeds meer overtuigd geraakt van de waarde van deze nieuwe manier van sporten. Wanneer de toestellen een vergelijkbare ervaring geven als binnenfitness, kan deze gratis sportfaciliteit een sociaaleconomisch arme wijk een boost geven. Uit de enquête komt naar voren dat 60% buitenfitness in de wijk wil hebben. Wanneer dit nieuws in de krant komt, gaat het al wat beter met mijn rug.
Voordat mijn rug aan de beterende hand komt, besluiten we een archiefkast te kopen. Hoe ordelijk ik vaak ook op mensen overkom, het is onwaar. De bende aan paperassen op, onder en rond mijn bureau groeit met de maand. Daar kan je letterlijk en figuurlijk niet om heen. Notulen, financiën, enz., enz. moeten opgeruimd worden. Archiefkasten zijn helaas duur. Marktplaats biedt uitkomt. Echter de enige goedkope archiefkast bevindt zich in Emmer-Compascuum, diep Drenthe in tegen de grens met Duitsland aan. Eenmaal aangekomen, ontdekken we dat de kast loodzwaar is. Ondanks de leeftijd, blijken deze Drenten sterke mensen te zijn. Zonder mijn hulp, wordt het moloch de gehuurde laadbak ingeschoven. De kast past er precies in. Een tweede geluk vandaag! Onderweg terug realiseer ik me dat we saampjes de kast niet naar boven gaan krijgen. Onderweg naar huis bel ik vrienden op die gelukkig in de gelegenheid zijn om dit kreng naar boven te tillen en duwen. Eenmaal in een afhankelijke positie ontdek ik dat anderen graag bereid zijn om een handje te helpen.
Cor (die ik ontmoette in februari) deelt in de inmiddels wekelijkse gesprekken die ik met hem heb veel over het werk in Afrika en zijn droom voor Europa. Ook leent hij me een boek over het leven van giften waarin ik ontdek dat Jezus tijdens zijn drie laatste jaren van giften leefde en zo nog heel veel meer Nieuwe Testamentische figuren. Hij legt me in deze gesprekken tevens uit hoe zijn stichting functioneert, namelijk als een netwerk van organisaties en als een netwerk van individuen. De stichting heeft een website nodig, maar Cor wil me vooral op pad meenemen zodat ik het missionaire werk al doende leer. Zo ga ik met hem mee naar een symposium van de African Students Community. Ondanks dat Cor een nacht heeft doorgewerkt, is hij behoorlijk energiek. We fietsen naar het Academiegebouw waar het programma zal plaatsvinden. Een interessante kennismaking met een wereld waar ik in de afgelopen weken het één en ander over gelezen heb. Afrika is een wereld waarin acht van de tien snelst groeiende economieën zich bevinden; niet verwonderlijk met alle grondstoffen die het bezit. Een continent dat qua oppervlakte groter is dan Europa, China en Canada bij elkaar. Tevens een continent dat nog steeds de naam heeft van een arm continent, terwijl dat – op bepaalde gebieden na – niet meer zo is. Het programma loopt dusdanig uit dat ik halverwege er tussenuit ga. Ook dat schijnt typisch Afrikaans te zijn…
’s Middags heb ik namelijk een gesprek met Jacqueline van Home of Change. Een aantal weken terug heb ik met haar gesproken in de Bagels & Beans in Groningen. Zij werkte voor een mensenrechtenorganisatie waar ik toentertijd afstudeerde. Nu is zij Home of Change begonnen, een organisatie die mensenhandel en gedwongen prostitutie bevecht. Dit thema intrigeert me enorm. Al enkele jaren lees ik diverse boeken daarover en bekijk ik allerlei documentaires. In 2012 wist ik dat dit onrecht iets is waar ik mij hard voor moest maken. Deze middag heb ik weer een afspraak met haar. Zij wil me haar kantoortje, een oud-cel, laten zien in de voormalige gevangenis Blokhuispoort in Leeuwarden. In de Bak, het café van het gebouw, delen we ons hart op dit thema. Ik vertel haar onder andere dat ik het prostitutiebeleid van de gemeente Groningen niet begrijp. Hoe kan Groningen de tippelzone open houden en deze verslaafde vrouwen faciliteren in hun verslaving en hun seksuele risicovolle bestaan?! Ik wil daar graag iets aan doen. Jacqueline vraagt aan mij of ik bestuurslid van haar stichting wil worden. Het lijkt alsof na jaren bidden en afwachten het moment hier is om in te stappen. Energiek trein ik weer naar huis.
Op de dag van het sollicitatiegesprek wordt ik teruggebeld. De tweede persoon blijkt een interne kandidaat te zijn. Er wordt mij verteld dat de interne kandidaat beter in het team past. Hij had ook al een dagje meegelopen. Voor Lydia en mij is het duidelijk: blijkbaar klopt het verlangen dat ik fulltime missionair werk wil doen. Ondanks dat de Bijbel zegt: “Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden”, blijkt de stap om van giften te leven best eng. We zeggen tegen God dat hij het nu wel moet bevestigen.
We zoeken in deze tijd houvast bij mensen die vertrouwd zijn met het leven van giften en geen belang hebben bij twee ‘gratis krachten’. Op het zendingsweekend in maart klikte het erg met Frits & Marieke, een echtpaar dat al geruime tijd van giften leeft. We bezoeken het gezin op een zonnige zondagmiddag. Het is vooral heel gezellig en op een natuurlijke manier worden enkele punten besproken. Aan het einde van ons bezoek vraagt Marieke aan ons of we al een vakantieadres hebben. De vraagstelling verbaast me. Ze vraagt niet ‘Gaan jullie op vakantie?’ of ‘Waar verblijven jullie tijdens de vakantie?’. We vertellen dat Lydia en ik heel graag er even tussenuit willen, maar dat het bedrag op de bankrekening het niet toelaat. Marieke geeft ons een briefje met een telefoonnummer en drukt ons op het hart om te bellen. Zullen we dan toch op vakantie kunnen gaan deze zomer?
>> Lees verder <<
Sinds januari 2012 heb ik geen betaald werk kunnen vinden. Uitzendbureau in en uit, open en gerichte sollicitatiebrieven verstuurd, veel vrijwilligerswerk gedaan om een gat op mijn C.V. te vermijden en ondertussen mijn netwerk vergroot. Nu heb ik de zoveelste sollicitatiebrief verstuurd. Voor de tweede keer in 1,5 jaar ben ik uitgenodigd. Met vertrouwen in een goede afloop, doch wel gespannen en ook met veel rugpijn stap ik de bus vanaf het Centraal Station in Groningen.
De functie die vrijkomt is voor een communicatiemedewerker en in de grootste en snelst groeiende kerk in Nederland. De Bethelgemeente in Drachten. Omdat het een parttime betrekking is, denk ik dit goed te functioneren met het vrijwilligerswerk wat ik doe. In het gesprek kom ik er achter dat ik één van de twee kandidaten ben. Het is ergens een geruststelling, omdat ik me realiseer dat ik een grote kans maak en dat het voor God een vingerknip moet zijn om mij de baan te geven. Ondanks dat ik last van mijn rug heb, merk ik dat het gesprek redelijk goed verloopt.
Mijn rug doet met de dag meer pijn. Toch besluit ik om op de tweede zaterdag van mei de straat op te gaan om enquêteformulieren af te nemen. De afgelopen maanden heb ik het onderzoek theoretisch voorbereid en in samenspraak met de werkgroep de enquêtevragen opgesteld. Nu komt het er op aan. Digitaal zijn er tientallen enquêtes ingevuld, waarbij per IP-adres maar één ingevuld kan worden. We hopen op deze zaterdag in het winkelcentrum nog honderd enquêtes af te nemen. Vele gesprekjes verder, is het ons gelukt!
Doordat we in de afgelopen maanden diverse leveranciers van buitenfitnesstoestellen hebben bezocht, ben ik steeds meer overtuigd geraakt van de waarde van deze nieuwe manier van sporten. Wanneer de toestellen een vergelijkbare ervaring geven als binnenfitness, kan deze gratis sportfaciliteit een sociaaleconomisch arme wijk een boost geven. Uit de enquête komt naar voren dat 60% buitenfitness in de wijk wil hebben. Wanneer dit nieuws in de krant komt, gaat het al wat beter met mijn rug.
Voordat mijn rug aan de beterende hand komt, besluiten we een archiefkast te kopen. Hoe ordelijk ik vaak ook op mensen overkom, het is onwaar. De bende aan paperassen op, onder en rond mijn bureau groeit met de maand. Daar kan je letterlijk en figuurlijk niet om heen. Notulen, financiën, enz., enz. moeten opgeruimd worden. Archiefkasten zijn helaas duur. Marktplaats biedt uitkomt. Echter de enige goedkope archiefkast bevindt zich in Emmer-Compascuum, diep Drenthe in tegen de grens met Duitsland aan. Eenmaal aangekomen, ontdekken we dat de kast loodzwaar is. Ondanks de leeftijd, blijken deze Drenten sterke mensen te zijn. Zonder mijn hulp, wordt het moloch de gehuurde laadbak ingeschoven. De kast past er precies in. Een tweede geluk vandaag! Onderweg terug realiseer ik me dat we saampjes de kast niet naar boven gaan krijgen. Onderweg naar huis bel ik vrienden op die gelukkig in de gelegenheid zijn om dit kreng naar boven te tillen en duwen. Eenmaal in een afhankelijke positie ontdek ik dat anderen graag bereid zijn om een handje te helpen.
Cor (die ik ontmoette in februari) deelt in de inmiddels wekelijkse gesprekken die ik met hem heb veel over het werk in Afrika en zijn droom voor Europa. Ook leent hij me een boek over het leven van giften waarin ik ontdek dat Jezus tijdens zijn drie laatste jaren van giften leefde en zo nog heel veel meer Nieuwe Testamentische figuren. Hij legt me in deze gesprekken tevens uit hoe zijn stichting functioneert, namelijk als een netwerk van organisaties en als een netwerk van individuen. De stichting heeft een website nodig, maar Cor wil me vooral op pad meenemen zodat ik het missionaire werk al doende leer. Zo ga ik met hem mee naar een symposium van de African Students Community. Ondanks dat Cor een nacht heeft doorgewerkt, is hij behoorlijk energiek. We fietsen naar het Academiegebouw waar het programma zal plaatsvinden. Een interessante kennismaking met een wereld waar ik in de afgelopen weken het één en ander over gelezen heb. Afrika is een wereld waarin acht van de tien snelst groeiende economieën zich bevinden; niet verwonderlijk met alle grondstoffen die het bezit. Een continent dat qua oppervlakte groter is dan Europa, China en Canada bij elkaar. Tevens een continent dat nog steeds de naam heeft van een arm continent, terwijl dat – op bepaalde gebieden na – niet meer zo is. Het programma loopt dusdanig uit dat ik halverwege er tussenuit ga. Ook dat schijnt typisch Afrikaans te zijn…
’s Middags heb ik namelijk een gesprek met Jacqueline van Home of Change. Een aantal weken terug heb ik met haar gesproken in de Bagels & Beans in Groningen. Zij werkte voor een mensenrechtenorganisatie waar ik toentertijd afstudeerde. Nu is zij Home of Change begonnen, een organisatie die mensenhandel en gedwongen prostitutie bevecht. Dit thema intrigeert me enorm. Al enkele jaren lees ik diverse boeken daarover en bekijk ik allerlei documentaires. In 2012 wist ik dat dit onrecht iets is waar ik mij hard voor moest maken. Deze middag heb ik weer een afspraak met haar. Zij wil me haar kantoortje, een oud-cel, laten zien in de voormalige gevangenis Blokhuispoort in Leeuwarden. In de Bak, het café van het gebouw, delen we ons hart op dit thema. Ik vertel haar onder andere dat ik het prostitutiebeleid van de gemeente Groningen niet begrijp. Hoe kan Groningen de tippelzone open houden en deze verslaafde vrouwen faciliteren in hun verslaving en hun seksuele risicovolle bestaan?! Ik wil daar graag iets aan doen. Jacqueline vraagt aan mij of ik bestuurslid van haar stichting wil worden. Het lijkt alsof na jaren bidden en afwachten het moment hier is om in te stappen. Energiek trein ik weer naar huis.
Op de dag van het sollicitatiegesprek wordt ik teruggebeld. De tweede persoon blijkt een interne kandidaat te zijn. Er wordt mij verteld dat de interne kandidaat beter in het team past. Hij had ook al een dagje meegelopen. Voor Lydia en mij is het duidelijk: blijkbaar klopt het verlangen dat ik fulltime missionair werk wil doen. Ondanks dat de Bijbel zegt: “Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden”, blijkt de stap om van giften te leven best eng. We zeggen tegen God dat hij het nu wel moet bevestigen.
We zoeken in deze tijd houvast bij mensen die vertrouwd zijn met het leven van giften en geen belang hebben bij twee ‘gratis krachten’. Op het zendingsweekend in maart klikte het erg met Frits & Marieke, een echtpaar dat al geruime tijd van giften leeft. We bezoeken het gezin op een zonnige zondagmiddag. Het is vooral heel gezellig en op een natuurlijke manier worden enkele punten besproken. Aan het einde van ons bezoek vraagt Marieke aan ons of we al een vakantieadres hebben. De vraagstelling verbaast me. Ze vraagt niet ‘Gaan jullie op vakantie?’ of ‘Waar verblijven jullie tijdens de vakantie?’. We vertellen dat Lydia en ik heel graag er even tussenuit willen, maar dat het bedrag op de bankrekening het niet toelaat. Marieke geeft ons een briefje met een telefoonnummer en drukt ons op het hart om te bellen. Zullen we dan toch op vakantie kunnen gaan deze zomer?
>> Lees verder <<
Saturday, February 22, 2014
April 2013 Volop beweging
In maart reizen we naar het zendingsweekend in Limburg. Het is vrijdagavond en we zijn gehaast in de auto gestapt. Lydia rijdt en ik mag TomTom zijn. Nog voor we Zwolle bereiken, vertelt Lydia dat ze dit weekend helemaal niet ziet zitten. Er rolt een traan over haar wang. En nog één. En nog één.
Mijn eerste reactie is dat we maar rechtsomkeert moeten gaan, zodat we een relaxt weekend kunnen pakken. Lydia vindt dit geen goed idee. Ik eigenlijk ook niet, want ik ben heel benieuwd naar het avontuur dat nu echt is begonnen!
Als ik haar vraag waarom ze niet naar het zendingsweekend wil, zegt Lydia dat ze, ten eerste, denkt dat het Grijze Wollen Sokken-christenen naar zo'n weekend getrokken weten die heel christelijk en nobel met oogluiken op in een zelfgecreëerde wereld leven. En dat zij daar in ieder geval niet tussenpast.
Nadat ik inslikte dat ik toch ook geen GWS-christen ben, gaat Lydia verder: "Ten tweede: vind ik het doodeng om stabiliteit, hoe snel dat ook kan veranderen, los te laten. Ik wil in Nederland blijven wonen bij m'n zusjes en m'n moeder".
Met dat ze het uitspreekt, merkt Lydia dat ze tot rust komt. Een kwartier later kloppen we op de deur van een groot gebouw dat doordeweeks doorgaat als Bijbelschool.
Mijn eerste reactie is dat we maar rechtsomkeert moeten gaan, zodat we een relaxt weekend kunnen pakken. Lydia vindt dit geen goed idee. Ik eigenlijk ook niet, want ik ben heel benieuwd naar het avontuur dat nu echt is begonnen!
Als ik haar vraag waarom ze niet naar het zendingsweekend wil, zegt Lydia dat ze, ten eerste, denkt dat het Grijze Wollen Sokken-christenen naar zo'n weekend getrokken weten die heel christelijk en nobel met oogluiken op in een zelfgecreëerde wereld leven. En dat zij daar in ieder geval niet tussenpast.
Nadat ik inslikte dat ik toch ook geen GWS-christen ben, gaat Lydia verder: "Ten tweede: vind ik het doodeng om stabiliteit, hoe snel dat ook kan veranderen, los te laten. Ik wil in Nederland blijven wonen bij m'n zusjes en m'n moeder".
Met dat ze het uitspreekt, merkt Lydia dat ze tot rust komt. Een kwartier later kloppen we op de deur van een groot gebouw dat doordeweeks doorgaat als Bijbelschool.
Met de GWS-christenen viel het wel mee. We werden bij Frits en Marieke en nog een paar leuke jonge mensen ingedeeld en dat klikte goed. Frits en Marieke zijn realistische, stabiele mensen met een hart vol liefde en wijsheid. En ondertussen heel normaal.
Aan het einde van het weekend reden we voldaan en vastberaden naar huis. We hadden beide vrede bij de huidige situatie en waar we naartoe onderweg zijn. We gaan het avontuur samen in zonder onze individualiteit op te geven. We blijven (voorlopig en misschien wel altijd) in Nederland wonen, Lydia haar hart ligt in het onderwijs, mijn hart gaat uit naar het zien van God in actie in de maatschappij en we zullen GEEN grijze, wollen sokken gaan dragen. Erewoord.
Aan het einde van het weekend reden we voldaan en vastberaden naar huis. We hadden beide vrede bij de huidige situatie en waar we naartoe onderweg zijn. We gaan het avontuur samen in zonder onze individualiteit op te geven. We blijven (voorlopig en misschien wel altijd) in Nederland wonen, Lydia haar hart ligt in het onderwijs, mijn hart gaat uit naar het zien van God in actie in de maatschappij en we zullen GEEN grijze, wollen sokken gaan dragen. Erewoord.
Wat er tijdens het zendingsweekend is gebeurd, is nog steeds onbekend. Hoe verdeeld we heen reden, zo eendrachtig kwamen we terug.
April valt verder samen te vatten met één woord: beweging. Ik maak kennis met bewegingen, draag er aan bij en sta er middenin.
Een sociale beweging is:
een diffuus netwerk van groepen en organisaties die sympathie hebben voor een bepaald ideaal en doel met name om verandering te bewerkstelligen.
een diffuus netwerk van groepen en organisaties die sympathie hebben voor een bepaald ideaal en doel met name om verandering te bewerkstelligen.
Op Facebook zie ik dat de ChristenUnie-SGP Rotterdam een christelijke beweging wil vormen. Ik ben nieuwsgierig en stap op de trein om de eerste bijeenkomst bij te wonen.
Na een lange rit kom ik aan bij een klein kerkje tegenover een imposant gebouw van Het Oogziekenhuis. Binnengekomen zie ik de fractievoorzitter Setkin Sies staan. Hij herkent me nog van de tijd dat ik stage liep bij Youth for Christ. We geven elkaar een hand. Omdat hij in de organisatie zit, dient hij nog even wat te regelen.
Tegelijkertijd wordt er in de benedenzaal van de Scots International Church een lunch aangeboden aan dak- en thuislozen. Eén van hen maakt een praatje met me. Dat doorbreekt de stilte en zorgt er voor dat er ook andere gesprekken opgestart worden.
Een moment later maak ik kennis met een vrouw die net is binnengekomen. Ze stelt zich voor als Xannelou Mendeszoon van de Victory Outreach Rotterdam. Ze vertelt onder andere dat zij werkt onder prostituees. Haar verhaal interesseert me, maar het programma gaat beginnen.
Onderweg naar boven kom ik Ixora Balootje tegen. Zij herkent me van de vorige maand waarin ik mijn ervaringen in Suriname deelde met de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie. We gaan op de tweede rij zitten. Al snel kom ik erachter dat door de hardheid van de houten banken mijn zitvlees getest wordt op geduld. Het zal een zware beproeving worden.
De zaal zit vol met iets meer mannen dan vrouwen: dominees en kerkelijk oudsten, directeuren en managers van (zorg)instellingen en wie zich ook maar een christelijk leider beschouwd. Er werden interessante speeches gehouden, waarvan de één nog wat interessanter was dan de ander. Met de één was ik het dan ook meer eens dan met de ander. Aan het van de middag maakte Setkin Sies bekend bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen, maart 2014, wederom lijsttrekker te zullen zijn. Een applaus volgde.
Wat ik leerde was dat de Rotterdamse beweging niet een georganiseerde, top-down, politieke beweging is. Het is een maatschappelijk organisme waarbij vriendschappen centraal staan. Met de juiste ingrediënten wint het organisme aan kracht en zichtbaarheid. Zoiets leek me voor Groningen ook zinnig.
In de afgelopen weken voerde ik gesprekken met een bestuurslid van de Provinciale Unie van de ChristenUnie Groningen. Ik kwam er achter dat ook in Groningen de ChristenUnie dienend op de samenleving betrokken wil zijn en samen op wil trekken. In deze gesprekken kwam steeds terug dat je zo'n beweging niet creëerde vanuit de politiek, maar dat het er als organisme al aanwezig is en dat de rol van de politiek zou zijn om het bestaande te versterken.
In de afgelopen weken voerde ik gesprekken met een bestuurslid van de Provinciale Unie van de ChristenUnie Groningen. Ik kwam er achter dat ook in Groningen de ChristenUnie dienend op de samenleving betrokken wil zijn en samen op wil trekken. In deze gesprekken kwam steeds terug dat je zo'n beweging niet creëerde vanuit de politiek, maar dat het er als organisme al aanwezig is en dat de rol van de politiek zou zijn om het bestaande te versterken.
Als ik Cor over een dergelijke beweging spreek, zegt hij enthousiast dat dit precies is waar zijn stichting al mee bezig is, alleen zonder de politiek. We zijn in de auto onderweg naar het jubileum van Jeugd met een Opdracht in Heerde. Die middag hoor ik de uit Nieuw-Zeeland afkomstige Steff Fountain voor het eerst spreken. Deze oudgediende in de evangelisatiebeweging van Nederland vertelt over Europa. Het is voor het eerst in mijn leven dat ik op een niet-politieke, christelijke bijeenkomst iemand hoor praten over politiek. Sterker nog: over Europa en de Europese Unie. Niet negatief, maar juist vol passie. Tot tranen toe begeestigt hij de aanwezigen om als christenen een volk van hoop te zijn, een sociale beweging. Zoals we ook na de Tweede Wereldoorlog vanuit een christelijke inspiratie de Europese Unie begonnen zijn.
Wanneer ik die avond op de ALV van PerspectieF, ChristenUnie-jongeren, ben, moet ik nog geregeld aan Jeff Fountain denken. Op de ALV wordt besloten om de organisatie van de politieke jongerenorganisatie te hervormen, zodat het meer een beweging kan worden. De kandidaat voorzitter van de landelijke ChristenUnie, Piet Adema, zit naast me. Ook hij wil een beweging. Daarom is zijn pleidooi om te werken aan een debatcultuur binnen de ChristenUnie. De volgende dag zou hij tot partijvoorzitter benoemd worden. Het lijkt me, de risico's in ogenschouw nemend, een goede zaak.
Op de ALV dien ik samen met Janette als twee communicatiedeskundigen een voorstel tot een motie in, maar die haalt het helaas niet. Daarentegen zie ik mijn adviezen wel gerealiseerd aangaande Perspex, het partijblad van PerspectieF. Geen blad meer met droge artikelen van aanstormend talent, maar een samenbindende, op actiegerichte propaganda met goede foto's van de leidende figuren van PerspectieF en de ChristenUnie. Zodat, ja je raadt het vast al, de beweging wordt gevoed.
Op de ALV dien ik samen met Janette als twee communicatiedeskundigen een voorstel tot een motie in, maar die haalt het helaas niet. Daarentegen zie ik mijn adviezen wel gerealiseerd aangaande Perspex, het partijblad van PerspectieF. Geen blad meer met droge artikelen van aanstormend talent, maar een samenbindende, op actiegerichte propaganda met goede foto's van de leidende figuren van PerspectieF en de ChristenUnie. Zodat, ja je raadt het vast al, de beweging wordt gevoed.
Op de laatste dag dat ik voor RTV OOG werkte, is er onrust op het stadhuis. Wat me blijft hangen, is een uitspraak van een PvdA-gemeenteraadslid, off the record, dat de Pvda-burgemeester Rehwinkel niet voor een tweede termijn moet willen gaan. Over het algemeen komt dit alleen voor als een burgemeester echt slecht presteert. Rehwinkel blijkt te vriendelijk, terwijl men van hem verwacht dat hij in de media van zich afbijt. Minder sociaal georiënteerd, meer een leider. Een paar maanden later vervroegt Rehwinkel zijn vertrek. Hij is er de man niet naar om anderen te besmeuren of op zijn strepen te gaan staan. Ook ik vertrek, maar dan bij RTV OOG, omdat ik vind dat er geen uitmuntende journalist in mij schuilt. Ik heb een te duidelijke mening en ik wil meedoen in plaats van aan de zijlijn verslag doen. Mijn droom ligt elders.
De eerste zondag na Pasen stappen Lydia en ik een voor ons nieuwe kerk binnen: de Vineyard Church, een internationaal kerk. De diensten zijn westers geschoeid, maar om ons heen zien we christenen uit alle windrichtingen en van nagenoeg alle continenten. Zeker geen GWS-christenen... Ondanks dat de Vineyard internationaal veel gemeenten kent, wil het geen denominatie, maar een beweging zijn. Geen hiërarchische organisatie, maar een organisme. Voor Lydia en mij blijkt het een verademing.
Er wordt die ochtend gesproken over het christelijk geloof dat het hele leven en daarmee onze omgeving beïnvloedt. Het christelijk geloof vraagt van christenen dat zij van de stad en haar inwoners houden. Een geloof dat deel uitmaakt van de stadse samenleving en het beste zoekt voor haar inwoners. Wauw. Dit heeft ons hart.
Er wordt die ochtend gesproken over het christelijk geloof dat het hele leven en daarmee onze omgeving beïnvloedt. Het christelijk geloof vraagt van christenen dat zij van de stad en haar inwoners houden. Een geloof dat deel uitmaakt van de stadse samenleving en het beste zoekt voor haar inwoners. Wauw. Dit heeft ons hart.
Wanneer we thuis zijn, besluiten we om met het 40-dagenproject mee te doen. We gaan het boek Gospel in Life van Tim Keller behandelen. We zijn benieuwd hoe de eerste avond zal verlopen..!
Labels:
ChristenUnie,
Ixora Balootje,
Jeff Fountain,
PerspectieF,
Piet Adema,
Rehwinkel,
roeping,
Setkin Sies,
sociale beweging,
Tim Keller,
Timothy Keller,
Vineyard,
Xannelou Mendeszoon,
Zendingsweekend
Wednesday, February 19, 2014
Maart 2013 Idealisme of realisme?
Kun je ingevingen wel vertrouwen? Een verlangen hebben is mooi, maar wat is realisme? De gebedsgenezeres Greet Hofmans, kind aan huis op Soestdijk, had heel veel ingevingen, maar prinses Marijke werd niet genezen van haar oogafwijking. Er kwam bovendien zoveel ellende van Hofmans ingevingen dat het huwelijk tussen prins Bernhard en koningin Juliana bijna uiteenspatte. In politieke kringen is zelfs beweerd dat Nederland dankzij de ellende van de ingevingen van Greet Hofmans bijna omgetoverd was in een republiek. Afschaffing Koningshuis.
De ingevingen die we in de afgelopen weken hebben ontvangen, hebben veel losgemaakt bij ons. Bij mij heeft het verlangen dat ik als kind en tiener al had, weer naar boven gebracht en versterkt. Lydia en ik willen alleen niet bouwen op drijfzand, maar realistisch ons hartsverlangen volgen.
Lydia wil mij hierin steunen, maar merkt tegelijkertijd hoe langer hoe meer dat zij zich niet gemakkelijk voelt bij het niet nastreven van the Dutch dream, wat vervat is in de klassieke woorden ‘huisje, boompje, beestje’. Het is ‘normaal’ om na het behalen van je studie op zoek te gaan naar een betaalde baan en carrière te maken. Dat ik openlijk anders ambieer, maakt haar onrustig.
We besluiten om ons meer te verdiepen in de hele wereld achter zending, missie en van giften leven. Na enkele telefoontjes te hebben gepleegd met zendingsorganisaties worden we doorverwezen naar ‘Het Zendingsweekend’, jaarlijks gehouden in Limburg. We geven ons op.
Ondertussen heb ik deze maand een heel leuk uitje naar de ChristenUnie-fractie in de Tweede Kamer. Omdat ik vorig jaar (2012) vanuit de ChristenUnie gedetacheerd ben in Suriname bij de DOE-partij, mag ik mijn ervaringen vertellen in de fractie. Wanneer ik op dinsdagmorgen het historische Binnenhof oploop, merk ik dat de politieke wereld me weer enorm boeit. Politiek houdt zich bezig op het snijvlak van idealisme en realisme.
Aan het einde van de fractievergadering krijg ik een paar minuten om de drie maanden in Suriname samen te vatten. Halverwege het voorlezen van mijn verhaal, maant de directeur van de ChristenUnie-fractie, die naast me zit, om af te ronden.
Ik vertel tot slot dat mij opvalt dat, in vergelijking tot ons land, de pijn over het slavernijverleden in Suriname diep zit. Nederland lijkt deze pijnlijke episode, die eeuwenlang geduurd heeft, collectief proberen te vergeten. Als je kijkt naar de inhoud van onze geschiedenisboeken dan mist er heel vaak ons aandeel, oftewel ‘ons verhaal’. Pijnlijker is dat wij als kolonisator deze Nederlandse geschiedenisboeken tot 1975 verplicht stelden in Surinaamse scholen. Dat Nederland weinig weet van dit deel van onze geschiedenis zorgt ervoor dat de pijn wordt afgedaan met ‘dat is al zo lang geleden’.
Toen Stichting voor Boete & Verzoening een verzoeningsreis aflegde in Suriname, kwam er zoveel emotie en pijn naar boven. Het benoemen van de feiten en vragen om vergeving had duidelijk een snaar geraakt. De Surinamers die zij tegen kwamen moedigden hen aan om dit te vervatten in een boek, zodat het nageslacht van deze verzoening zou weten. Ds. Doth heeft mij, in de tijd dat ik in Suriname was, uit eerste hand verteld over deze ontmoetingen. Het boek dat eruit voort is gekomen, heb ik vervolgens aan Arie Slob overhandigd namens ds. Doth sr., voorzitter van de integriteitscommissie van de DOE-partij.
Twee dagen later fiets ik om kwart over negen gehaast over de Korreweg, onderweg naar het gebouw van OOG Radio & Televisie. Het lijkt zo onbetekenend om na het gebeuren in Den Haag nu aan het werk te gaan als vrijwilliger op de redactie van de stadszender. Toch wil ik mijn best doen, want ik vind het ook erg leuk en ik wil mijn verantwoordelijkheid in het kleine nemen!
De eerste keer loop ik met een vrijwilliger mee die communicatiestudent is aan de Rijksuniversiteit Groningen. Er wordt aan me gevraagd waar mijn interessegebied ligt. Onomwonden geef ik toe dat ik een brede interesse heb, maar dat gemeentelijke politiek me erg boeit.
Twee weken later sta ik weer op de stoep van het immense gebouw tegenover de Noorderkerk. Ik bel aan en de receptionist drukt op de knop zodat ik naar binnen kan. Ik weet al hoe het er aan toe gaat. De receptionist kijkt niet op of om, terwijl ik hem – tegen beter weten in – ‘goedemorgen’ groet. Wat zullen we vandaag gaan doen?
Na de redactievergadering tuf ik samen met de politiek verslaggever en een cameraman in de kleine OOG-auto naar het stadhuis. Om 12:00 uur zal er een persconferentie zijn. Als we de auto in de parkeergarage aan de Vismarkt zetten (zo’n kleine auto past altijd wel!), krijgt de politiek verslaggever een telefoontje. Het nieuws is dat Bas van Kampen, directeur van het Groninger Forum, wordt bedankt door het stadsbestuur. We mogen het pas naar buiten brengen als de wethouder Dig Istha het nieuws op de conferentie brengt. Het nieuws wordt online klaargezet voor publicatie. Aan mij de taak om de redactie te sms’en wanneer het zover is. Wanneer we daarna Istha en Van Kampen afzonderlijk voor de camera hebben gekregen, begint de montage en zit de dag er vervolgens om half vijf op. Voldaan rij ik naar huis. Het is het nieuwtje van de dag geworden. OOG bracht dit nieuwsfeit als eerste.
Zo werkt het ook met leven met God. Ingevingen zijn mooi en aardig, maar tot het moment dat de ingeving een nieuwsfeit geworden is, is het geen feit.
>> Lees verder <<
De ingevingen die we in de afgelopen weken hebben ontvangen, hebben veel losgemaakt bij ons. Bij mij heeft het verlangen dat ik als kind en tiener al had, weer naar boven gebracht en versterkt. Lydia en ik willen alleen niet bouwen op drijfzand, maar realistisch ons hartsverlangen volgen.
Lydia wil mij hierin steunen, maar merkt tegelijkertijd hoe langer hoe meer dat zij zich niet gemakkelijk voelt bij het niet nastreven van the Dutch dream, wat vervat is in de klassieke woorden ‘huisje, boompje, beestje’. Het is ‘normaal’ om na het behalen van je studie op zoek te gaan naar een betaalde baan en carrière te maken. Dat ik openlijk anders ambieer, maakt haar onrustig.
We besluiten om ons meer te verdiepen in de hele wereld achter zending, missie en van giften leven. Na enkele telefoontjes te hebben gepleegd met zendingsorganisaties worden we doorverwezen naar ‘Het Zendingsweekend’, jaarlijks gehouden in Limburg. We geven ons op.
Ondertussen heb ik deze maand een heel leuk uitje naar de ChristenUnie-fractie in de Tweede Kamer. Omdat ik vorig jaar (2012) vanuit de ChristenUnie gedetacheerd ben in Suriname bij de DOE-partij, mag ik mijn ervaringen vertellen in de fractie. Wanneer ik op dinsdagmorgen het historische Binnenhof oploop, merk ik dat de politieke wereld me weer enorm boeit. Politiek houdt zich bezig op het snijvlak van idealisme en realisme.
Aan het einde van de fractievergadering krijg ik een paar minuten om de drie maanden in Suriname samen te vatten. Halverwege het voorlezen van mijn verhaal, maant de directeur van de ChristenUnie-fractie, die naast me zit, om af te ronden.
Ik vertel tot slot dat mij opvalt dat, in vergelijking tot ons land, de pijn over het slavernijverleden in Suriname diep zit. Nederland lijkt deze pijnlijke episode, die eeuwenlang geduurd heeft, collectief proberen te vergeten. Als je kijkt naar de inhoud van onze geschiedenisboeken dan mist er heel vaak ons aandeel, oftewel ‘ons verhaal’. Pijnlijker is dat wij als kolonisator deze Nederlandse geschiedenisboeken tot 1975 verplicht stelden in Surinaamse scholen. Dat Nederland weinig weet van dit deel van onze geschiedenis zorgt ervoor dat de pijn wordt afgedaan met ‘dat is al zo lang geleden’.
Toen Stichting voor Boete & Verzoening een verzoeningsreis aflegde in Suriname, kwam er zoveel emotie en pijn naar boven. Het benoemen van de feiten en vragen om vergeving had duidelijk een snaar geraakt. De Surinamers die zij tegen kwamen moedigden hen aan om dit te vervatten in een boek, zodat het nageslacht van deze verzoening zou weten. Ds. Doth heeft mij, in de tijd dat ik in Suriname was, uit eerste hand verteld over deze ontmoetingen. Het boek dat eruit voort is gekomen, heb ik vervolgens aan Arie Slob overhandigd namens ds. Doth sr., voorzitter van de integriteitscommissie van de DOE-partij.
Twee dagen later fiets ik om kwart over negen gehaast over de Korreweg, onderweg naar het gebouw van OOG Radio & Televisie. Het lijkt zo onbetekenend om na het gebeuren in Den Haag nu aan het werk te gaan als vrijwilliger op de redactie van de stadszender. Toch wil ik mijn best doen, want ik vind het ook erg leuk en ik wil mijn verantwoordelijkheid in het kleine nemen!
De eerste keer loop ik met een vrijwilliger mee die communicatiestudent is aan de Rijksuniversiteit Groningen. Er wordt aan me gevraagd waar mijn interessegebied ligt. Onomwonden geef ik toe dat ik een brede interesse heb, maar dat gemeentelijke politiek me erg boeit.
Twee weken later sta ik weer op de stoep van het immense gebouw tegenover de Noorderkerk. Ik bel aan en de receptionist drukt op de knop zodat ik naar binnen kan. Ik weet al hoe het er aan toe gaat. De receptionist kijkt niet op of om, terwijl ik hem – tegen beter weten in – ‘goedemorgen’ groet. Wat zullen we vandaag gaan doen?
Na de redactievergadering tuf ik samen met de politiek verslaggever en een cameraman in de kleine OOG-auto naar het stadhuis. Om 12:00 uur zal er een persconferentie zijn. Als we de auto in de parkeergarage aan de Vismarkt zetten (zo’n kleine auto past altijd wel!), krijgt de politiek verslaggever een telefoontje. Het nieuws is dat Bas van Kampen, directeur van het Groninger Forum, wordt bedankt door het stadsbestuur. We mogen het pas naar buiten brengen als de wethouder Dig Istha het nieuws op de conferentie brengt. Het nieuws wordt online klaargezet voor publicatie. Aan mij de taak om de redactie te sms’en wanneer het zover is. Wanneer we daarna Istha en Van Kampen afzonderlijk voor de camera hebben gekregen, begint de montage en zit de dag er vervolgens om half vijf op. Voldaan rij ik naar huis. Het is het nieuwtje van de dag geworden. OOG bracht dit nieuwsfeit als eerste.
Zo werkt het ook met leven met God. Ingevingen zijn mooi en aardig, maar tot het moment dat de ingeving een nieuwsfeit geworden is, is het geen feit.
>> Lees verder <<
Labels:
Bas van Kampen,
ChristenUnie,
Den Haag,
Dig Istha,
DOE-partij,
Dutch dream,
Greet Hofmans,
Groninger Forum,
journalisti,
OOG,
Paramaribo,
politiek,
slavernij,
slavernijverleden,
Suriname,
Tweede Kamer
Tuesday, February 18, 2014
Februari 2013 ‘Het avontuur is al gaande!’
Ondanks de kou buiten, voel ik mij energieker dan ooit. Na het sollicitatiegesprek bij Agapè zit ik de volgende ochtend met een vriend, Henk Paul, in onze woonkamer. De gezelligheid van de avond ervoor bij een vriendin in Utrecht zit nog voor in mijn hoofd. Ik ben een gelukkig mens en sta op de drempel van een nieuw avontuur!
Henk Paul is nieuwsgierig naar hoe het sollicitatiegesprek is verlopen en stuit op mijn twijfel over de vacature. Hij stelt voor om eens te spreken met een kennis van hem die nota bene in onze straat woont. Hij heet Cor en heeft een lange staat van dienst bij Agapè.
Een aantal dagen later sta ik bij Cor op de stoep en ik bel aan. De deur zwiept open en een enthousiaste, kleine man doet open. We gaan aan de keukentafel zitten en Cor vertelt honderduit over hoe zijn leven verlopen is en over zijn verlangen om Europeanen te beïnvloeden met Afrika en andersom. Na een half uur van het ene verhaal in het andere vallend, ontdekte hij dat het water dat gekookt heeft, nog op het aanrecht staat. Na een korte adempauze heb ik thee gekregen en spreekt Cor vol passie verder. Vervolgens vraagt hij aan mij ‘wie ben je?’ waarop ik hem vertel over hoe ik door de jaren heen gevormd ben en wat mijn verlangen is. Het gesprek verloopt soepel en is gericht van hart tot hart.
Aan het einde van het 3,5 uur durende gesprek vraagt Cor: ‘Zou je jouw hartsverlangen in de praktijk kunnen brengen bij Agapè?’.
‘Eerlijk gezegd,’ zeg ik hem, ‘weet ik wel zeker van niet.’
‘Wil je overwegen om bij ons te komen werken?’ vraagt hij oprecht. Deze man ziet graag mensen opbloeien, merk ik.
Cor vertelt me vervolgens iets wat me nog maandenlang bezig zal houden. Op de ochtend dat ik met Henk Paul sprak, bad Cor voor een communicatiemedewerker die met hem op kan lopen. Het woord ‘Agapè’ valt bij hem in. Wanneer hij in de middag een mailtje van Henk Paul krijgt waarin Henk Paul mij als sollicitant bij Agapè voorstelt, moet hij terugdenken aan het gebed van die ochtend. Tussen neus en lippen door vertelt hij me dat hij nooit een vacature uit heeft geschreven, maar dat God altijd mensen op zijn pad brengt.
Thuisgekomen heb ik gemengde gevoelens. Het avontuur die op mij wacht, lijkt al begonnen! Ben ik er wel klaar voor? Kan ik de keus maken om bij Cor te werken alleen op basis van een ingeving van Cor? Ik weet het niet. Maar wat een gave ontwikkeling!
Wanneer Lydia thuiskomt, merkt zij mijn blije gemoed op. We weten beide dat we hier iets mee moeten doen.
Twee weken eerder komt een jeugdvriend van mij met zijn vrouw bij ons op bezoek. Ze komen veel te laat aan, want er valt die zaterdagmiddag een hoop sneeuw op de route van Noord-Holland naar Groningen. Het weerzien was, ondanks de jaren dat we elkaar niet gesproken hebben, erg prettig. Hij stelt zijn vrouw aan mij en Lydia voor; hun dochter is er ook en zij is adorable. De tijd vliegt. Aan het einde van het bezoek bidt dit lieve stel voor onze zoektocht.
Na het gebed gebeurt er iets vreemds. De vrouw van mijn jeugdvriend wil ons een klein geldbedrag geven. Ze zegt dat ze de aandrang van God ervaart en staat erop dat we het aannemen. Het is een hele andere manier van omgaan met geld wat ter tafel komt tijdens het budgetspel, bedenk ik me. Tegelijkertijd kwam er op dat moment op de één of andere manier in Lydia en mijn hart een duidelijke overtuiging dat we van giften gaan leven. Rationeel aanvechtbaar, maar voor ons een feit. Het maakte ons blij en tegelijkertijd in de war.
Twee ingevingen van God in korte tijd. Hebben deze ingevingen iets met elkaar te maken? Is het überhaupt wel God die spreekt? We weten dat God vaker op deze manier werkt. We voelen ons kwetsbaar in deze tijd. We schrijven deze ervaringen op en denken er rustig over na.
Gedurende de rest van de maand is mijn verlangen steevast aanwezig. Het ene moment waarop ik een uilenles geef, ligt het verlangen op de voorgrond van mijn hart. Wanneer ik sollicitatiegesprekken van potentiële stagiair(e)s van de Hanzehogeschool Groningen afneem bij het burgerinitiatief Buitenfitness Beijum (zo noemen we ons vanaf nu!), zoemt het verlangen rond in een hoekje van mijn hart. Steeds weer komt het aan de oppervlakte, zoals ook verliefdheid kan doen. Af en toe neem ik de tijd om te dromen en het verlangen in de ogen te kijken.
Op andere momenten voel ik me aangezet iets nieuws te beginnen. Na enkele maanden niet naar een kerk te zijn geweest (dat is een ander lang verhaal!), stap ik een kerk binnen die net begonnen is met het beleggen van kerkdiensten. Ik solliciteer bij de stadszender OOG op een vrijwilligersfunctie op de redactie van een paar uur per week. Gedurende de maand stijgt mijn liefde voor het leven met dat de temperatuur stijgt.
>> Lees verder <<
Henk Paul is nieuwsgierig naar hoe het sollicitatiegesprek is verlopen en stuit op mijn twijfel over de vacature. Hij stelt voor om eens te spreken met een kennis van hem die nota bene in onze straat woont. Hij heet Cor en heeft een lange staat van dienst bij Agapè.
Een aantal dagen later sta ik bij Cor op de stoep en ik bel aan. De deur zwiept open en een enthousiaste, kleine man doet open. We gaan aan de keukentafel zitten en Cor vertelt honderduit over hoe zijn leven verlopen is en over zijn verlangen om Europeanen te beïnvloeden met Afrika en andersom. Na een half uur van het ene verhaal in het andere vallend, ontdekte hij dat het water dat gekookt heeft, nog op het aanrecht staat. Na een korte adempauze heb ik thee gekregen en spreekt Cor vol passie verder. Vervolgens vraagt hij aan mij ‘wie ben je?’ waarop ik hem vertel over hoe ik door de jaren heen gevormd ben en wat mijn verlangen is. Het gesprek verloopt soepel en is gericht van hart tot hart.
Aan het einde van het 3,5 uur durende gesprek vraagt Cor: ‘Zou je jouw hartsverlangen in de praktijk kunnen brengen bij Agapè?’.
‘Eerlijk gezegd,’ zeg ik hem, ‘weet ik wel zeker van niet.’
‘Wil je overwegen om bij ons te komen werken?’ vraagt hij oprecht. Deze man ziet graag mensen opbloeien, merk ik.
Cor vertelt me vervolgens iets wat me nog maandenlang bezig zal houden. Op de ochtend dat ik met Henk Paul sprak, bad Cor voor een communicatiemedewerker die met hem op kan lopen. Het woord ‘Agapè’ valt bij hem in. Wanneer hij in de middag een mailtje van Henk Paul krijgt waarin Henk Paul mij als sollicitant bij Agapè voorstelt, moet hij terugdenken aan het gebed van die ochtend. Tussen neus en lippen door vertelt hij me dat hij nooit een vacature uit heeft geschreven, maar dat God altijd mensen op zijn pad brengt.
Thuisgekomen heb ik gemengde gevoelens. Het avontuur die op mij wacht, lijkt al begonnen! Ben ik er wel klaar voor? Kan ik de keus maken om bij Cor te werken alleen op basis van een ingeving van Cor? Ik weet het niet. Maar wat een gave ontwikkeling!
Wanneer Lydia thuiskomt, merkt zij mijn blije gemoed op. We weten beide dat we hier iets mee moeten doen.
Twee weken eerder komt een jeugdvriend van mij met zijn vrouw bij ons op bezoek. Ze komen veel te laat aan, want er valt die zaterdagmiddag een hoop sneeuw op de route van Noord-Holland naar Groningen. Het weerzien was, ondanks de jaren dat we elkaar niet gesproken hebben, erg prettig. Hij stelt zijn vrouw aan mij en Lydia voor; hun dochter is er ook en zij is adorable. De tijd vliegt. Aan het einde van het bezoek bidt dit lieve stel voor onze zoektocht.
Na het gebed gebeurt er iets vreemds. De vrouw van mijn jeugdvriend wil ons een klein geldbedrag geven. Ze zegt dat ze de aandrang van God ervaart en staat erop dat we het aannemen. Het is een hele andere manier van omgaan met geld wat ter tafel komt tijdens het budgetspel, bedenk ik me. Tegelijkertijd kwam er op dat moment op de één of andere manier in Lydia en mijn hart een duidelijke overtuiging dat we van giften gaan leven. Rationeel aanvechtbaar, maar voor ons een feit. Het maakte ons blij en tegelijkertijd in de war.
Twee ingevingen van God in korte tijd. Hebben deze ingevingen iets met elkaar te maken? Is het überhaupt wel God die spreekt? We weten dat God vaker op deze manier werkt. We voelen ons kwetsbaar in deze tijd. We schrijven deze ervaringen op en denken er rustig over na.
Gedurende de rest van de maand is mijn verlangen steevast aanwezig. Het ene moment waarop ik een uilenles geef, ligt het verlangen op de voorgrond van mijn hart. Wanneer ik sollicitatiegesprekken van potentiële stagiair(e)s van de Hanzehogeschool Groningen afneem bij het burgerinitiatief Buitenfitness Beijum (zo noemen we ons vanaf nu!), zoemt het verlangen rond in een hoekje van mijn hart. Steeds weer komt het aan de oppervlakte, zoals ook verliefdheid kan doen. Af en toe neem ik de tijd om te dromen en het verlangen in de ogen te kijken.
Op andere momenten voel ik me aangezet iets nieuws te beginnen. Na enkele maanden niet naar een kerk te zijn geweest (dat is een ander lang verhaal!), stap ik een kerk binnen die net begonnen is met het beleggen van kerkdiensten. Ik solliciteer bij de stadszender OOG op een vrijwilligersfunctie op de redactie van een paar uur per week. Gedurende de maand stijgt mijn liefde voor het leven met dat de temperatuur stijgt.
>> Lees verder <<
Sunday, February 16, 2014
Januari 2013 ‘Het avontuur gaat beginnen’
In een treincoupé zitten allerlei soorten mensen. Jonge mensen, waartoe ik mezelf nog reken, en oudere mensen. Mensen die zich aan de regel van de stiltecoupé houden en mensen die erg enthousiast en sociaal zijn en hun mond niet gesloten kunnen laten tegenover hun medereizigers. Zo zit er een groep dames op leeftijd, ik schat in de zeventig, die de hele rit vanaf Hoogeveen tot Amersfoort kletsen over allerlei onderwerpen die ik niet zou hebben aangeroerd. Rechts van hen zit een jongen met een koptelefoon ogenschijnlijk rustig naar buiten te kijken, maar aan de kleding te zien zal het, vergeef mijn vooroordeel voor zwartdragende en depressief ogende jongeren, heavy muziek zijn.
Iedere reiziger heeft zijn eigen bestemming. Ik ben op reis naar Doorn voor een sollicitatiegesprek bij een evangelisatieorganisatie. Er zitten enkele haken en ogen aan deze functie, zo wordt bevestigd tijdens het gesprek. Daarom weet ik niet of ik daar wel aangenomen wil worden! Het wordt een reis waarin ik mijn nervositeit goed voel en een gesprek waarin mijn zenuwen de overhand spelen.
Waarom heb ik gesolliciteerd op een functie die ik niet ambieer? Een vriend wees me op de vacature en omdat ik overal op reageerde wat er voorbij kwam, meende ik er goed aan te doen ook hierop een sollicitatiebrief los te laten. In de afgelopen maanden was ik er goed in geslaagd om op veel vacatures te reageren, maar het was de andere partij niet gelukt mij één keer uit te nodigen. Toen ik bij Agapè, de evangelisatieorganisatie van Nederland, wel werd uitgenodigd, heb ik toch toegezegd in een sollicitatiegesprek 1) vanwege dat het misschien toch iets zou kunnen zijn en 2) vanwege dat ik ervaring op deed in het voeren van zo’n sollicitatiegesprek.
De functie betrof die voor een junior communicatiemedewerker die maandelijks dezelfde activiteiten zou uitvoeren, namelijk het interviewen van collega’s voor het interne magazine en werkzaamheden aangaande het intranet. Ik viel bij de gedachte aan deze werkzaamheden al in slaap. Bovendien zouden Lydia en ik moeten verhuizen zonder dat we een salaris kregen, want die zouden we zelf moeten vergaren onder familie, vrienden en bekenden. In het fondswerven werden we dan wel weer begeleid. Dit kantoorwerk is een roeping.
Gedurende dit traject werd er iets in me wakker wat vanaf mijn kindertijd aanwezig is. Een diep verlangen om van betekenis te zijn voor de maatschappij door mijn talenten in te zetten, flexibel hoe God me leidt. Omdat ik zelf de kracht van het Evangelie gemerkt heb in mijn leven, zou ik daar mijn leven aan willen geven. Dat klinkt groots, maar in het dagelijkse leven krijgt het z’n eigen kleine, alledaagse vorm.
Daarom ben ik in de afgelopen maanden betrokken geraakt bij een budgetspel, waar mensen spelenderwijs hun valkuilen op financieel gebied ontdekken en samen met de andere bordspelers tips uitwisselen hoe de huishoudpot beter te beheren.
Daarom ben ik betrokken geraakt bij Salmagundi Living, een sociale onderneming die meubels ontwerpt en herontwerpt en medewerkers begeleidt die elders niet aan een baan komen.
Daarom heb ik het burgerinitiatief gesteund om gratis fitness in de openbare ruimte te krijgen in onze wijk; deze maand is de werkgroep officieel gestart.
Daarom ben ik ingegaan op het verzoek vanuit Suriname om informatie in Nederland te vergaren hoe ombudswerk op te zetten.
Op de terugweg in de trein besefte ik dat de toekomst open ligt. Waar zouden Lydia en ik over een half jaar zijn? Omdat Lydia en ik geloven dat God actief met ons leven bezig is, willen we geen deuren sluiten die God geopend heeft. Gaan we naar Doorn verhuizen? Het overheersende gevoel is niet of het avontuur gaat beginnen, maar hoe!
>> Lees verder <<
Iedere reiziger heeft zijn eigen bestemming. Ik ben op reis naar Doorn voor een sollicitatiegesprek bij een evangelisatieorganisatie. Er zitten enkele haken en ogen aan deze functie, zo wordt bevestigd tijdens het gesprek. Daarom weet ik niet of ik daar wel aangenomen wil worden! Het wordt een reis waarin ik mijn nervositeit goed voel en een gesprek waarin mijn zenuwen de overhand spelen.
Waarom heb ik gesolliciteerd op een functie die ik niet ambieer? Een vriend wees me op de vacature en omdat ik overal op reageerde wat er voorbij kwam, meende ik er goed aan te doen ook hierop een sollicitatiebrief los te laten. In de afgelopen maanden was ik er goed in geslaagd om op veel vacatures te reageren, maar het was de andere partij niet gelukt mij één keer uit te nodigen. Toen ik bij Agapè, de evangelisatieorganisatie van Nederland, wel werd uitgenodigd, heb ik toch toegezegd in een sollicitatiegesprek 1) vanwege dat het misschien toch iets zou kunnen zijn en 2) vanwege dat ik ervaring op deed in het voeren van zo’n sollicitatiegesprek.
De functie betrof die voor een junior communicatiemedewerker die maandelijks dezelfde activiteiten zou uitvoeren, namelijk het interviewen van collega’s voor het interne magazine en werkzaamheden aangaande het intranet. Ik viel bij de gedachte aan deze werkzaamheden al in slaap. Bovendien zouden Lydia en ik moeten verhuizen zonder dat we een salaris kregen, want die zouden we zelf moeten vergaren onder familie, vrienden en bekenden. In het fondswerven werden we dan wel weer begeleid. Dit kantoorwerk is een roeping.
Gedurende dit traject werd er iets in me wakker wat vanaf mijn kindertijd aanwezig is. Een diep verlangen om van betekenis te zijn voor de maatschappij door mijn talenten in te zetten, flexibel hoe God me leidt. Omdat ik zelf de kracht van het Evangelie gemerkt heb in mijn leven, zou ik daar mijn leven aan willen geven. Dat klinkt groots, maar in het dagelijkse leven krijgt het z’n eigen kleine, alledaagse vorm.
Daarom ben ik in de afgelopen maanden betrokken geraakt bij een budgetspel, waar mensen spelenderwijs hun valkuilen op financieel gebied ontdekken en samen met de andere bordspelers tips uitwisselen hoe de huishoudpot beter te beheren.
Daarom ben ik betrokken geraakt bij Salmagundi Living, een sociale onderneming die meubels ontwerpt en herontwerpt en medewerkers begeleidt die elders niet aan een baan komen.
Daarom heb ik het burgerinitiatief gesteund om gratis fitness in de openbare ruimte te krijgen in onze wijk; deze maand is de werkgroep officieel gestart.
Daarom ben ik ingegaan op het verzoek vanuit Suriname om informatie in Nederland te vergaren hoe ombudswerk op te zetten.
Op de terugweg in de trein besefte ik dat de toekomst open ligt. Waar zouden Lydia en ik over een half jaar zijn? Omdat Lydia en ik geloven dat God actief met ons leven bezig is, willen we geen deuren sluiten die God geopend heeft. Gaan we naar Doorn verhuizen? Het overheersende gevoel is niet of het avontuur gaat beginnen, maar hoe!
>> Lees verder <<
Tuesday, June 11, 2013
Staatsman: een pooier?
Het lijkt er sterk op dat alom geroemde nationale en internationale leiders sterk verbonden zijn met internationale mensenhandel en prostitutie. Dankzij hun advocaten met gladde praatjes, mediagenieke optredens en de vele contacten en het vele geld komen ze er mee weg.
Kunnen staatsmannen pooiers zijn?
In Italië, Frankrijk en Nederland lijken mannen hoog in de boom diep geworteld in prostitutienetwerken. In Italië hebben we het over voormalige minister-president Berlusconi, in Frankrijk over oud-minister met groot statuur Strauss-Kahn en in Nederland over de tot vorig jaar hoogste ambtenaar van het Ministerie van Justitie Joris Demmink.
Tot op de dag van vandaag wordt in Nederland prostitutie geassocieerd met zelfstandige vrouwen die het leuk vinden om 'sekswerker' te zijn. Deze vrouwen zijn echter een heel kleine minderheid. Veel vrouwen zijn onder onjuiste voorwendselen het 'vak' ingerommeld. Zij zitten daar voor hun gevoel gevangen, omdat ze geen ander toekomstperspectief hebben dan het eigen lichaam prostitueren. Met lichamelijke, psychische en geestelijke trauma's tot gevolg. Gebroken relaties met familieleden. Geen leven.
Machtige mannen
Net als Berlusconi wordt Strauss-Kahn verdacht van het leiden van een internationaal prostitutienetwerk. Beide mannen hebben hun sporen verdiend in het politieke bedrijf en wordt veel gezag toegedicht vanwege het leiden van overheden. Beide mannen hebben veel politieke macht, genoeg geld en zijn onlangs gescheiden. Beide mannen staan bovendien bekend om hun seksuele uitspattingen. Over Demmink is relatief weinig bekend.
Strauss-Kahn kreeg grote bekendheid toen hij beschuldigd werd van verkrachting door een kamermeisje in een hotel in New York. Maar er is veel meer. Vandaag werd bekend dat als het aan zijn aanklagers ligt, Strauss-Kahn niet voor souteneurschap wordt vervolgd (‘souteneur’ is een mooi woord voor ‘pooier’). Het prostitutienetwerk zou aangestuurd zijn vanuit Hotel Carlton in Parijs. Er is echter te weinig bewijs dat de voormalige IMF-baas ooit in Hotel Carlton geweest is. Wel is bekend dat Strauss-Kahn prostituees invloog naar luxe seksfeestjes in Washington (USA) en Parijs.
Maffia
Ook dankzij de seksuele driften van Berlusconi zijn prostituees in het nieuws gekomen. Zelfs minderjarige prostituees, kinderen dus, boden seksuele diensten aan op de zogenoemde bunga bunga feestjes. Berlusconi schildert zichzelf graag af als een ondeugende man die tenminste leeft, vrouwen liefheeft en dat daar niets mis mee is. In de journalistieke berichtgeving komen de onder meer uit het buitenland gehaalde seksslaven van de Italiaanse maffia minder goed uit de verf dan mediamagnaat Berlusconi. Er is veel mis met het zijn van een seksslaaf.
In Nederland hebben we de jarenlange aanhoudende geruchtenstroom over een pedofilienetwerk rond Joris Demmink die tot vorig jaar hoogste ambtenaar van het Ministerie van Justitie was. De geruchten zijn er vanaf 2003, maar gaan terug tot de jaren ’80. Het verhaal gaat onder meer dat Demmink in Turkije twee jongens heeft verkracht. Tweede Kamerlid Omtzigt (CDA) bemoeit als eerste parlementariër met deze zaak en wordt naar eigen zeggen vanwege dit geschaduwd door de Turkse geheime dienst.
Stop
Macht corrumpeert. Mannen met macht kunnen alles krijgen, toch?! Wat is de rol van Strauss-Kahn, Berlusconi en Demmink binnen het internationale prostitutienetwerk van uitbuiting, mensenhandel en verkrachting? Het wordt tijd dat deze macht op de knieën wordt gedwongen. Het is tijd voor een nieuwe moraal.
Kunnen staatsmannen pooiers zijn?
In Italië, Frankrijk en Nederland lijken mannen hoog in de boom diep geworteld in prostitutienetwerken. In Italië hebben we het over voormalige minister-president Berlusconi, in Frankrijk over oud-minister met groot statuur Strauss-Kahn en in Nederland over de tot vorig jaar hoogste ambtenaar van het Ministerie van Justitie Joris Demmink.
Tot op de dag van vandaag wordt in Nederland prostitutie geassocieerd met zelfstandige vrouwen die het leuk vinden om 'sekswerker' te zijn. Deze vrouwen zijn echter een heel kleine minderheid. Veel vrouwen zijn onder onjuiste voorwendselen het 'vak' ingerommeld. Zij zitten daar voor hun gevoel gevangen, omdat ze geen ander toekomstperspectief hebben dan het eigen lichaam prostitueren. Met lichamelijke, psychische en geestelijke trauma's tot gevolg. Gebroken relaties met familieleden. Geen leven.
Machtige mannen
Net als Berlusconi wordt Strauss-Kahn verdacht van het leiden van een internationaal prostitutienetwerk. Beide mannen hebben hun sporen verdiend in het politieke bedrijf en wordt veel gezag toegedicht vanwege het leiden van overheden. Beide mannen hebben veel politieke macht, genoeg geld en zijn onlangs gescheiden. Beide mannen staan bovendien bekend om hun seksuele uitspattingen. Over Demmink is relatief weinig bekend.
Strauss-Kahn kreeg grote bekendheid toen hij beschuldigd werd van verkrachting door een kamermeisje in een hotel in New York. Maar er is veel meer. Vandaag werd bekend dat als het aan zijn aanklagers ligt, Strauss-Kahn niet voor souteneurschap wordt vervolgd (‘souteneur’ is een mooi woord voor ‘pooier’). Het prostitutienetwerk zou aangestuurd zijn vanuit Hotel Carlton in Parijs. Er is echter te weinig bewijs dat de voormalige IMF-baas ooit in Hotel Carlton geweest is. Wel is bekend dat Strauss-Kahn prostituees invloog naar luxe seksfeestjes in Washington (USA) en Parijs.
Maffia
Ook dankzij de seksuele driften van Berlusconi zijn prostituees in het nieuws gekomen. Zelfs minderjarige prostituees, kinderen dus, boden seksuele diensten aan op de zogenoemde bunga bunga feestjes. Berlusconi schildert zichzelf graag af als een ondeugende man die tenminste leeft, vrouwen liefheeft en dat daar niets mis mee is. In de journalistieke berichtgeving komen de onder meer uit het buitenland gehaalde seksslaven van de Italiaanse maffia minder goed uit de verf dan mediamagnaat Berlusconi. Er is veel mis met het zijn van een seksslaaf.
In Nederland hebben we de jarenlange aanhoudende geruchtenstroom over een pedofilienetwerk rond Joris Demmink die tot vorig jaar hoogste ambtenaar van het Ministerie van Justitie was. De geruchten zijn er vanaf 2003, maar gaan terug tot de jaren ’80. Het verhaal gaat onder meer dat Demmink in Turkije twee jongens heeft verkracht. Tweede Kamerlid Omtzigt (CDA) bemoeit als eerste parlementariër met deze zaak en wordt naar eigen zeggen vanwege dit geschaduwd door de Turkse geheime dienst.
Stop
Macht corrumpeert. Mannen met macht kunnen alles krijgen, toch?! Wat is de rol van Strauss-Kahn, Berlusconi en Demmink binnen het internationale prostitutienetwerk van uitbuiting, mensenhandel en verkrachting? Het wordt tijd dat deze macht op de knieën wordt gedwongen. Het is tijd voor een nieuwe moraal.
Monday, February 18, 2013
Koud onbehagen en paradijselijk warm
De wind snijdt, de kou dringt door mijn jas, mijn handschoenen houden
mijn vingers niet meer warm, mijn tenen zijn de weg kwijt, het sneeuwt
en het vriest. Op dit soort momenten denk ik wel eens terug aan juni
2012, Suriname.
Op een stuk land overgroeid met tropisch oerwoud beheert een uit Duitsland afkomstige man (met een flink Duits accent) een soort van camping. Op de open plek staan enkele traditionele pinahutten: dit zijn hutten door Surinaamse inheemsen gebouwd van natuurlijke elementen zoals het dak van palmboombladen. In de open hutten zijn hangmatten als bedden opgesteld. De zon schijnt volop; ook 's nachts is de temperatuur zeer aangenaam. Een zwijntje loopt er rond als huisdier, maar natuurlijk wemelt het oerwoud van dieren als salamanders, vogelspinnen, kaaimannen, apen, tropische vogels en allerlei insecten. Sommige kan je als de avond valt, horen. Op deze middag ga ik met enkele vrienden zwemmen in het riviertje dieper in de bossen. Ondanks mogelijke slangen in het stromende riviertje en allerlei ander potentiële gevaren, voel ik me in dit idyllische stukje oerwoud veilig en beschut. Juist wanneer ik dit besef, vliegt er over het riviertje, tussen de bomen door, een blauwe vlinder van minstens vijfentwintig centimeter groot. De heldere kleur en de rustige doch krachtige, elegante manier van voortbewegen deden me verstillen en beseffen dat ik werkelijk in het paradijs ben beland.
Op een stuk land overgroeid met tropisch oerwoud beheert een uit Duitsland afkomstige man (met een flink Duits accent) een soort van camping. Op de open plek staan enkele traditionele pinahutten: dit zijn hutten door Surinaamse inheemsen gebouwd van natuurlijke elementen zoals het dak van palmboombladen. In de open hutten zijn hangmatten als bedden opgesteld. De zon schijnt volop; ook 's nachts is de temperatuur zeer aangenaam. Een zwijntje loopt er rond als huisdier, maar natuurlijk wemelt het oerwoud van dieren als salamanders, vogelspinnen, kaaimannen, apen, tropische vogels en allerlei insecten. Sommige kan je als de avond valt, horen. Op deze middag ga ik met enkele vrienden zwemmen in het riviertje dieper in de bossen. Ondanks mogelijke slangen in het stromende riviertje en allerlei ander potentiële gevaren, voel ik me in dit idyllische stukje oerwoud veilig en beschut. Juist wanneer ik dit besef, vliegt er over het riviertje, tussen de bomen door, een blauwe vlinder van minstens vijfentwintig centimeter groot. De heldere kleur en de rustige doch krachtige, elegante manier van voortbewegen deden me verstillen en beseffen dat ik werkelijk in het paradijs ben beland.
Saturday, December 15, 2012
Politieke strategie in Suriname
Recensie over “Bouterse aan de macht” van Ivo Peters en Pieter van Maele (2012).
Als men iets wil begrijpen van wat er in de laatste jaren in Suriname op politiek niveau heeft plaatsgevonden, dan is aan te raden om “Bouterse aan de macht” lezen: een gedegen, uitgebreid en correcte vertelling van de politieke feiten van de afgelopen twee jaar met hier en daar een duiding ervan. Er is echter één kritiekpunt op het boek te noemen. De electorale verhoudingen worden onjuist weergegeven. Waar de auteurs met name gekeken hebben naar het aantal parlementszetels, dient ook gekeken te worden naar het aantal stemmen. In dit schrijven stel ik de misvatting dat de overkoepelende oppositiepartij Nieuw Front gigantisch verloren heeft aan de orde.
In het boek “Bouterse aan de macht” wordt over Coronie de volgende analyse gemaakt: “In het kokosdistrict Coronie bijvoorbeeld, waar in 2005 Nieuw Front en NDP even groot waren, wordt Nieuw Front volledig van de kaart geveegd. Mega Combinatie haalt er beide zetels binnen. De tijd dat Coronie, waar voornamelijk Surinamers van creoolse afkomst wonen, een bastion van de NPS is, blijkt verleden tijd. (…) De teloorgang van Nieuw Front is vooral de schuld van de wegkwijnende Nationale Partij Suriname.” Het boek stelt verder stelselmatig dat Nieuw Front een electorale opdonder heeft opgelopen bij de verkieizingen van 2010. Daarbij pretendeert het boek niet alleen zicht te geven op het nabije verleden en heden van de politiek in Suriname, maar ook op de toekomst.
Het district Coronie is een goed voorbeeld hoe er strategisch gestreden is om het aantal zetels voor volksvertegenwoordigers van diverse politieke partijen. In Suriname gaan politieke partijen veelal niet op ‘eigen kracht’ de verkiezingen in. Zij stellen kieslijsten samen op basis van een bundeling van politieke partijen. Zo is de Mega Combinatie (MC) een bundeling van de politieke partijen NDP (van Bouterse), PALU, NS en KTPI. Nieuw Front (NF) is een bundeling van de VHP, NPS, SPA en DA’91. Deze combinaties verschillen per verkiezing. De één op één vergelijking tussen NF en NDP in 2005 en NF en MC in 2010 is dan ook onzorgvuldig. Als er gekeken wordt naar het aantal stemmen op de kieslijsten gedurende de jaren, komt er een ander resultaat naar voren dan op basis van het aantal behaalde zetels.
In Coronie bijvoorbeeld behaalde NF geen zetels en de MC de beide partlementszetels. Frappant is dat NF twee stemmen moet inleveren en dat de kieslijst Mega Combinatie ten opzichte van 2000 meer dan een verdriedubbeling van het aantal stemmen boekt. De lijsten zijn in 2000 en 2010 verschillend samengesteld. In 2010 namen de politieke partijen PALU, NDP en VVV anders dan de jaren daarvoor samen deel aan de verkiezingen. Een logische verklaring ligt dus in het feit dat PALU, vanouds sterk in Coronie, zich om strategische redenen gevoegd heeft onder de paraplupartij Mega Combinatie. De oud-president Wijdebosch zijn VVV voegde zich wederom bij Desi Bouterse zijn Mega Combinatie. Als men dus de stemmen van oud-NDP’er Wijdenbosch zijn VVV in 2005 meetelt, dan is de verklaring compleet. Nieuw Front heeft daarnaast weinig schade ondervonden wat betreft het absolute aantal stemmen dat vertrekkende partij Pertjaja Luhur heeft weten mee te nemen door uit de combinatie te stappen en met een aantal kleine partijen de overkoepelende partij VolksAlliantie op te richten. Naast een groei van het aantal jonge kiesgerechtigden, bestaat er dus eigenlijk geen schommeling in de electorale verhoudingen in dit district.
Doordat er in 2010 minder kieslijsten van politieke partijen meegedaan hebben met de verkiezingen in vergelijking met de jaren daarvoor, is de verdeling van het aantal zetels anders verlopen. Het kiesstelsel werkt daarmee uit dat Mega Combinatie in Coronie de twee parlementszetels op haar naam kan zetten en dat Nieuw Front, die ten opzichte van de Mega Combinatie van 2010 minder stemmen behaalde, het nakijken heeft. Hoe worden deze zetels verdeeld? Er wordt allereerst gekeken welke lijst het meeste aantal stemmen heeft behaald. Deze lijst krijgt de eerste zetel toebedeeld. Vervolgens wordt het aantal stemmen van deze lijst afgehaald die de zetel heeft opgeleverd en wordt er op basis van het nieuwe getal opnieuw bekeken welke partij het meest aantal stemmen heeft behaald. Enzovoorts. Nadat alle zetels verdeeld zijn, wordt er met de stemmen die over blijven worden niets meer gedaan.
Een analyse dat in Suriname veelal te horen is en dat ook in het genoemde boek weerklank vindt, is dat de bevolking de zogenaamde ‘oude politiek’ (Nieuw Front) beu was en dat in het kiesgedrag laat merken, is niet structureel in alle districten terug te zien in een vermindering van het aantal stemmen op de vorige regeringspartij Nieuw Front (op de NF-lijst in Coronie deed overigens de Hindoestaanse VHP niet mee). Als men enkel naar het eindresultaat kijkt (dus naar het aantal zetels), dan is het een logische analyse. Maar als men naar de onderliggend aantal stemmen kijkt, is dit een grote misvatting.
Kortom: verkiezingen in Suriname worden gewonnen middels het aangaan van voor de verkiezingen gesloten strategische allianties. Dit strategische spel heeft in bijna alle districten plaatsgevonden: de Mega Combinatie wist handige coalities te sluiten en haalde ten opzichte van Nieuw Front meer stemmen binnen en daarmee meer DNA-zetels. Daarnaast, dus nadrukkelijk op de tweede plaats, hebben veel nieuwe stemmers (jongeren) tegen de ‘oude politiek’ gezegd te hebben gestemd.
Toch hebben de auteurs over de teruggang van NPS een punt. Nieuw Front heeft in drie van de vijf districten waar VHP niet aan de verkiezingen mee heeft gedaan, en dus waar de NPS er nagenoeg alleen voorstond, percentueel bezien een behoorlijke grote kiezersgroep niet zover kunnen bewegen om een stem op de NF-lijst uit te brengen. Toch is het te gemakkelijk om te stellen dat de NPS, die inderdaad verloren heeft, “weggevaagd” is. Oud-president Ronald Venetiaan heeft het leiderschap in 2012 overgedragen aan Gregory Rusland waardoor de NPS de stempel van de ‘oude politiek’ achter zich wil laten. Zullen de gelederen zich sluiten? Dat moeten we nog zien.
De verhoudingen in en samenstelling van het parlement in 2015 hangt af van hoeveel lijsten er samengesteld worden en hoeveel stemmen deze kieslijsten gaan ontvangen. Nu al geeft de nieuwe leiding van de BEP aan zonder de ABOP van Brunswijk de verkiezingen in te willen gaan… Het is daarom onjuist en voorbarig om aan te geven dat NF weggevaagd is of electoraal gigantisch verloren heeft. Het is jammer dat de auteurs van zo’n goed leesbaar journalistiek werk met zoveel interessante feiten zich te weinig verdiept hebben in het Surinaams kiesstelsel en politieke strategieën van de partijen. Desondanks is het boek voor diegene die onwetend is en meer wil weten over de hedendaagse politiek in Suriname een goede inleiding.
Als men iets wil begrijpen van wat er in de laatste jaren in Suriname op politiek niveau heeft plaatsgevonden, dan is aan te raden om “Bouterse aan de macht” lezen: een gedegen, uitgebreid en correcte vertelling van de politieke feiten van de afgelopen twee jaar met hier en daar een duiding ervan. Er is echter één kritiekpunt op het boek te noemen. De electorale verhoudingen worden onjuist weergegeven. Waar de auteurs met name gekeken hebben naar het aantal parlementszetels, dient ook gekeken te worden naar het aantal stemmen. In dit schrijven stel ik de misvatting dat de overkoepelende oppositiepartij Nieuw Front gigantisch verloren heeft aan de orde.
In het boek “Bouterse aan de macht” wordt over Coronie de volgende analyse gemaakt: “In het kokosdistrict Coronie bijvoorbeeld, waar in 2005 Nieuw Front en NDP even groot waren, wordt Nieuw Front volledig van de kaart geveegd. Mega Combinatie haalt er beide zetels binnen. De tijd dat Coronie, waar voornamelijk Surinamers van creoolse afkomst wonen, een bastion van de NPS is, blijkt verleden tijd. (…) De teloorgang van Nieuw Front is vooral de schuld van de wegkwijnende Nationale Partij Suriname.” Het boek stelt verder stelselmatig dat Nieuw Front een electorale opdonder heeft opgelopen bij de verkieizingen van 2010. Daarbij pretendeert het boek niet alleen zicht te geven op het nabije verleden en heden van de politiek in Suriname, maar ook op de toekomst.
Het district Coronie is een goed voorbeeld hoe er strategisch gestreden is om het aantal zetels voor volksvertegenwoordigers van diverse politieke partijen. In Suriname gaan politieke partijen veelal niet op ‘eigen kracht’ de verkiezingen in. Zij stellen kieslijsten samen op basis van een bundeling van politieke partijen. Zo is de Mega Combinatie (MC) een bundeling van de politieke partijen NDP (van Bouterse), PALU, NS en KTPI. Nieuw Front (NF) is een bundeling van de VHP, NPS, SPA en DA’91. Deze combinaties verschillen per verkiezing. De één op één vergelijking tussen NF en NDP in 2005 en NF en MC in 2010 is dan ook onzorgvuldig. Als er gekeken wordt naar het aantal stemmen op de kieslijsten gedurende de jaren, komt er een ander resultaat naar voren dan op basis van het aantal behaalde zetels.
In Coronie bijvoorbeeld behaalde NF geen zetels en de MC de beide partlementszetels. Frappant is dat NF twee stemmen moet inleveren en dat de kieslijst Mega Combinatie ten opzichte van 2000 meer dan een verdriedubbeling van het aantal stemmen boekt. De lijsten zijn in 2000 en 2010 verschillend samengesteld. In 2010 namen de politieke partijen PALU, NDP en VVV anders dan de jaren daarvoor samen deel aan de verkiezingen. Een logische verklaring ligt dus in het feit dat PALU, vanouds sterk in Coronie, zich om strategische redenen gevoegd heeft onder de paraplupartij Mega Combinatie. De oud-president Wijdebosch zijn VVV voegde zich wederom bij Desi Bouterse zijn Mega Combinatie. Als men dus de stemmen van oud-NDP’er Wijdenbosch zijn VVV in 2005 meetelt, dan is de verklaring compleet. Nieuw Front heeft daarnaast weinig schade ondervonden wat betreft het absolute aantal stemmen dat vertrekkende partij Pertjaja Luhur heeft weten mee te nemen door uit de combinatie te stappen en met een aantal kleine partijen de overkoepelende partij VolksAlliantie op te richten. Naast een groei van het aantal jonge kiesgerechtigden, bestaat er dus eigenlijk geen schommeling in de electorale verhoudingen in dit district.
Doordat er in 2010 minder kieslijsten van politieke partijen meegedaan hebben met de verkiezingen in vergelijking met de jaren daarvoor, is de verdeling van het aantal zetels anders verlopen. Het kiesstelsel werkt daarmee uit dat Mega Combinatie in Coronie de twee parlementszetels op haar naam kan zetten en dat Nieuw Front, die ten opzichte van de Mega Combinatie van 2010 minder stemmen behaalde, het nakijken heeft. Hoe worden deze zetels verdeeld? Er wordt allereerst gekeken welke lijst het meeste aantal stemmen heeft behaald. Deze lijst krijgt de eerste zetel toebedeeld. Vervolgens wordt het aantal stemmen van deze lijst afgehaald die de zetel heeft opgeleverd en wordt er op basis van het nieuwe getal opnieuw bekeken welke partij het meest aantal stemmen heeft behaald. Enzovoorts. Nadat alle zetels verdeeld zijn, wordt er met de stemmen die over blijven worden niets meer gedaan.
Een analyse dat in Suriname veelal te horen is en dat ook in het genoemde boek weerklank vindt, is dat de bevolking de zogenaamde ‘oude politiek’ (Nieuw Front) beu was en dat in het kiesgedrag laat merken, is niet structureel in alle districten terug te zien in een vermindering van het aantal stemmen op de vorige regeringspartij Nieuw Front (op de NF-lijst in Coronie deed overigens de Hindoestaanse VHP niet mee). Als men enkel naar het eindresultaat kijkt (dus naar het aantal zetels), dan is het een logische analyse. Maar als men naar de onderliggend aantal stemmen kijkt, is dit een grote misvatting.
Kortom: verkiezingen in Suriname worden gewonnen middels het aangaan van voor de verkiezingen gesloten strategische allianties. Dit strategische spel heeft in bijna alle districten plaatsgevonden: de Mega Combinatie wist handige coalities te sluiten en haalde ten opzichte van Nieuw Front meer stemmen binnen en daarmee meer DNA-zetels. Daarnaast, dus nadrukkelijk op de tweede plaats, hebben veel nieuwe stemmers (jongeren) tegen de ‘oude politiek’ gezegd te hebben gestemd.
Toch hebben de auteurs over de teruggang van NPS een punt. Nieuw Front heeft in drie van de vijf districten waar VHP niet aan de verkiezingen mee heeft gedaan, en dus waar de NPS er nagenoeg alleen voorstond, percentueel bezien een behoorlijke grote kiezersgroep niet zover kunnen bewegen om een stem op de NF-lijst uit te brengen. Toch is het te gemakkelijk om te stellen dat de NPS, die inderdaad verloren heeft, “weggevaagd” is. Oud-president Ronald Venetiaan heeft het leiderschap in 2012 overgedragen aan Gregory Rusland waardoor de NPS de stempel van de ‘oude politiek’ achter zich wil laten. Zullen de gelederen zich sluiten? Dat moeten we nog zien.
De verhoudingen in en samenstelling van het parlement in 2015 hangt af van hoeveel lijsten er samengesteld worden en hoeveel stemmen deze kieslijsten gaan ontvangen. Nu al geeft de nieuwe leiding van de BEP aan zonder de ABOP van Brunswijk de verkiezingen in te willen gaan… Het is daarom onjuist en voorbarig om aan te geven dat NF weggevaagd is of electoraal gigantisch verloren heeft. Het is jammer dat de auteurs van zo’n goed leesbaar journalistiek werk met zoveel interessante feiten zich te weinig verdiept hebben in het Surinaams kiesstelsel en politieke strategieën van de partijen. Desondanks is het boek voor diegene die onwetend is en meer wil weten over de hedendaagse politiek in Suriname een goede inleiding.
Saturday, June 02, 2012
De slag om Fort Zeelandia
Een brief is uitgelekt. Vorige week dook een brief in de Surinaamse media op, afkomstig van het Kabinet van de President (van directeur Eugene van der San) aan het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (aan directeur van Cultuur Stanley Sidoel). De brief bevat een actieplan van de regering Bouterse om Fort Zeelandia in te nemen.
In Fort Zeelandia, gesticht door de Zeeuwen aan het begin van de 17e eeuw, dat al eens veroverd is door de Britten in 1651, is sinds 2004 een museum gevestigd waarin de geschiedenis van Suriname wordt verteld. Er is aandacht voor de periode dat Suriname onderdrukt is door de Nederlanders middels de mensonterende slavernij. Maar ook de nabije geschiedenis met de onafhankelijkheid in 1975 en de Decembermoorden die in het complex plaatsvonden, hebben hun plek. Daarnaast is er ook ruime aandacht voor het cultureel erfgoed van inheemsen en marrons. Een degelijk museum zou je zeggen. Daar blijken de meningen sterk over verdeeld te zijn.
Naast het verkeersvrij maken van het terrein, zijn er enkele andere maatregelen in het plan van het Kabinet van de President terecht gekomen die de aandacht verdienen. Het uiteindelijke doel van het actieplan is om “het complex een nieuwe culturele invulling [te] geven, die past bij de inzichten van de regering”. De “culturele display van Suriname” moet erin gevormd worden. De regering zou bang zijn dat Fort Zeelandia, op steenworp afstand van het presidentieel paleis, het Kabinet van de President en het parlement, een bedevaartsoord wordt voor mensen die anti-Bouterse zijn.
De argumentatie dat de gebouwen die Stichting Surinaams Museum beheerd, “ontruimd” moeten worden, is dat de oorspronkelijke reden, om het complex niet door de Staat te beheren , “niet langer valide is”. Op 26 april 1995 mocht de stichting de gebouwen in beheer nemen, omdat Suriname niet de financiële middelen had om de gebouwen te onderhouden. Nu die situatie veranderd is (ik weet niet in hoeverre dit werkelijk zo is), ziet de regering geen grond meer om Fort Zeelandia niet “terug in de schoot van het beleidscentrum [te] brengen”. De polemiek die in Suriname is ontstaan speelt zich af langs dezelfde lijnen als rond de Amestiewet: er is een groep dat voor het benadrukken van de scheiding tussen Nederland en de onafhankelijke Surinaamse natiestaat, zoals Bouterse dat vertegenwoordigt, en een groep dat minder nationalistisch is en meer waarde hecht aan een democratische rechtstaat; deze laatste groep kan zich nogal fel uitlaten over President Bouterse. Dit anti-kamp ziet in deze brief een wil bij de "Boutisten" manifesteren tot herschrijven van de recente geschiedenis. Daarnaast draagt deze groep aan dat "de geest van rechtszekerheid en behoorlijk bestuur" niet in acht is genomen door "willekeurig terzijde schuiven van gewekte verwachtingen."
In een brandbrief, van Oostindie en Van Kempen, "de uitgesproken vertegenwoordigers van het wetenschappelijk kolonialisme", aldus een felle verdediger van het regeringsstandpunt, "wordt met geen woord gerept over die duizenden executies die uitgevoerd zijn door de kolonisator, maar wel over de vriendschap die zou moeten bestaan tussen de ex-kolonisator en de ex-gekoloniseerde. En dat tekent hun campagne. Het is geen campagne voor een morele invulling van Fort Zeelandia. Het is een campagne voor een politieke invulling van deze historische locatie." Het koloniale verleden (maar ook de opvatting dat alles onderdeel is van een politiek, vuil spel) zit dusdanig verankerd in het denken van deze schrijver dat de genoemde intellectuelen, vanwege hun Nederlandse afkomst, zijn gediskwalificeerd om mee te praten over de gedeelde geschiedenis. Deze 'columnist', Sandew Hira, die gezien de inhoud van zijn 'column' nooit in het museum is geweest, poneerde vervolgens: "Het huidige museum in Fort Zeelandia is een Nederlands koloniaal museum. Suriname heeft ook behoefte aan een nationaal museum." Het museum zelf heeft via de media gereageerd op de ontruimingsbrief en deze column en slaat een strijdlustige, maar gematigde toon aan. Juist omdat het museum gevestigd is in Fort Zeelandia trekt het veel bezoekers, welke nagenoeg allemaal toeristen zijn; een eventuele verhuizing zou funest voor het voortbestaan van de stichting zijn. De wijziging van een bestemmingsplan heeft dus verregaande gevolgen voor het museum.
De vraag die overblijft is wie belang bij dit lek heeft. Nadat er tumult was ontstaan over het voortbestaan van het Surinaams Museum, sloeg de discussie om met veel polariserende opmerkingen; met name de directeur van het Kabinet van de President Van der San heeft de schijn gewekt dat hij het huidige museum anti-Bouterse vindt door lovend te schrijven over de hierboven geciteerde commentator Hira. Is het de regering die gelekt heeft? "Het plan is eenmaal op straat, laat het straatgevecht dan maar beginnen," aldus Van der San. Of koos het museum voor het publiek maken van de brief? Tot nu toe lijkt met name de regering baadt te hebben bij de gewenning bij het volk dat de regering Fort Zeelandia beheert. In het fort had, in de turbulente jaren ’80, toenmalig legerleider Desi Bouterse zijn kantoor. De visie van de desbetreffende minister of andere politici is op dit punt nog onbekend; alleen hoge ambtenaren, burgers en de museumeigenaar heeft gereageerd. Uiteindelijk moet nog blijken of de propaganda-soep net zo heet is als het in de toekomst zou moeten worden opgediend.
Friday, May 18, 2012
Plaats delict
Een aantal weken geleden liepen we een militair tegen het lijf. Hij was gestationeerd naast het terrein van Fort Zeelandia en beheerde de sleutels van de oude gevangenis. We mochten onverwachts een kijkje nemen. Ongebruikelijk, vond ik. Deze gevangenis, waar nu vleermuizen in huisden en toiletpotten her en der verspreid stonden, hebben onprettige zaken plaatsgevonden. De man in uniform vertelde het verhaal van majoor Horb. En hij vertelde onomwonden dat die Amnestiewet echt niet kon.
In het museum was de educatieve voorlichting ook één van niet te misverstane duidelijkheid: "Hier zijn de vijftien mannen van de democratische beweging vermoord. Wie had de leiding tijdens de moorden? Desi Bouterse." De kogelgaten zijn door Nederlandse onderzoekers meegenomen en onderzocht. Volgens een praatgrage pensionaris die een bijbaan in het museum heeft, waren de hoeken waaruit geschoten is vastgesteld: er moet vanuit een raam geschoten zijn. Wel is nuance belangrijk, vertelde de man, die een leeftijdgenoot van Bouterse bleek te zijn: we weten niet of er één of meer soldaten waren die de mensen vermoord hebben... En het lastige is, zo legde hij uit, iedereen die kennis van de feiten heeft, is partijdig. Het geeft het museum een extra dimensie: net als in de films van Poirot is ook hier nog een onopgeloste moordpartij.
De militair buiten het fort liet de gevangenis nonchalant zien; hij draaide de deur open en zei dat we maar even moesten kijken. Toch had hij enige ernst in zijn ogen en en sprak hij alsof zijn hart bezwaard was. Hij vertelde ons dat in december 1982 in deze gevangenis de vijftien slachtoffers van de Decembermoorden vastgezeten hebben.
Zonder zelf het gespreksonderwerp te hebben gestuurd, legde de militair uit dat hij tegen de Amnestiewet is. In Nederland is dat ongehoord: in Nederland worden zelfs korpschefs van de politie ontslagen als ze als privé-persoon op Twitter een politieke afkeuring uitspreken.
De militair vertelde onverstoorbaar verder: Majoor Horb zou een kleine twee maanden na de Decembermoorden in dit, op de planning zijnde te restaureren, gebouwtje zelfmoord gepleegd hebben.
De majoor was sinds eind jaren zeventig een vertrouweling van Bouterse. Hij was de tweede man in de Nationale Militaire Raad, het machtscentrum van Suriname van die tijd. Hij wilde niet dat Suriname communistische invloeden kreeg, terwijl Bouterse wel toenadering zocht met lieden als Fidel Castro van Cuba. Dat hij CIA-informant was, lekte uit toen hij bij deze Amerikaanse veiligheidsorganisatie, naar men zegt in zijn naïviteit, twee renpaarden bestelde (en kreeg). Hij werd in een compleet van de buitenwereld afgescheiden ruimte gestopt (wat er niet gezellig uitzag, moet ik zeggen); we zouden het nu een isoleercel noemen, maar dan zonder de witte gepolijste muren. Het toenmalige regime en de vriendelijk ogende militair zeggen dat majoor Horb zichzelf met een koord van zijn sportbroek verhangen heeft aan een spijker. Net als rond de Decembermoorden is ook hier een zweem van verdachtmakingen ontstaan. Deze majoor heeft voor zijn sterven opgetekend:
"Als ik mocht doodgaan bij een verkeersongeluk, door verdrinking of wat dan ook, weet één ding: ik ben vermoord. Vermoord door Desi en zijn bende." Deze uitlating wordt gebruikt door sommige tegenstanders van President Bouterse en is één van de vele niet hard te maken beschuldigingen geworden.
De vriendelijke militair had zijn hart gelucht: hij liep wat luchtiger dan hiervoor naar de gevangenisdeur. Wij liepen ondertussen weer naar de fietsen, terwijl deze Surinaamse militair de sleutel omdraaide... De geschiedenis werd weer, tot een volgend moment, even veilig opgeborgen. Hoe lang kan dit zo doorgaan?
In het museum was de educatieve voorlichting ook één van niet te misverstane duidelijkheid: "Hier zijn de vijftien mannen van de democratische beweging vermoord. Wie had de leiding tijdens de moorden? Desi Bouterse." De kogelgaten zijn door Nederlandse onderzoekers meegenomen en onderzocht. Volgens een praatgrage pensionaris die een bijbaan in het museum heeft, waren de hoeken waaruit geschoten is vastgesteld: er moet vanuit een raam geschoten zijn. Wel is nuance belangrijk, vertelde de man, die een leeftijdgenoot van Bouterse bleek te zijn: we weten niet of er één of meer soldaten waren die de mensen vermoord hebben... En het lastige is, zo legde hij uit, iedereen die kennis van de feiten heeft, is partijdig. Het geeft het museum een extra dimensie: net als in de films van Poirot is ook hier nog een onopgeloste moordpartij.
De militair buiten het fort liet de gevangenis nonchalant zien; hij draaide de deur open en zei dat we maar even moesten kijken. Toch had hij enige ernst in zijn ogen en en sprak hij alsof zijn hart bezwaard was. Hij vertelde ons dat in december 1982 in deze gevangenis de vijftien slachtoffers van de Decembermoorden vastgezeten hebben.
Zonder zelf het gespreksonderwerp te hebben gestuurd, legde de militair uit dat hij tegen de Amnestiewet is. In Nederland is dat ongehoord: in Nederland worden zelfs korpschefs van de politie ontslagen als ze als privé-persoon op Twitter een politieke afkeuring uitspreken.
De militair vertelde onverstoorbaar verder: Majoor Horb zou een kleine twee maanden na de Decembermoorden in dit, op de planning zijnde te restaureren, gebouwtje zelfmoord gepleegd hebben.
De majoor was sinds eind jaren zeventig een vertrouweling van Bouterse. Hij was de tweede man in de Nationale Militaire Raad, het machtscentrum van Suriname van die tijd. Hij wilde niet dat Suriname communistische invloeden kreeg, terwijl Bouterse wel toenadering zocht met lieden als Fidel Castro van Cuba. Dat hij CIA-informant was, lekte uit toen hij bij deze Amerikaanse veiligheidsorganisatie, naar men zegt in zijn naïviteit, twee renpaarden bestelde (en kreeg). Hij werd in een compleet van de buitenwereld afgescheiden ruimte gestopt (wat er niet gezellig uitzag, moet ik zeggen); we zouden het nu een isoleercel noemen, maar dan zonder de witte gepolijste muren. Het toenmalige regime en de vriendelijk ogende militair zeggen dat majoor Horb zichzelf met een koord van zijn sportbroek verhangen heeft aan een spijker. Net als rond de Decembermoorden is ook hier een zweem van verdachtmakingen ontstaan. Deze majoor heeft voor zijn sterven opgetekend:
"Als ik mocht doodgaan bij een verkeersongeluk, door verdrinking of wat dan ook, weet één ding: ik ben vermoord. Vermoord door Desi en zijn bende." Deze uitlating wordt gebruikt door sommige tegenstanders van President Bouterse en is één van de vele niet hard te maken beschuldigingen geworden.
De vriendelijke militair had zijn hart gelucht: hij liep wat luchtiger dan hiervoor naar de gevangenisdeur. Wij liepen ondertussen weer naar de fietsen, terwijl deze Surinaamse militair de sleutel omdraaide... De geschiedenis werd weer, tot een volgend moment, even veilig opgeborgen. Hoe lang kan dit zo doorgaan?
Monday, May 14, 2012
Diamanten in Matapica
Terwijl diverse libelles om de boot heenvliegen, schieten we de waterlellies in het uitgestrekte moeras voorbij. De drijvende eilandjes vormen een houvast voor struikjes, voedsel zoekende vogeltjes en vele soorten kleine dieren. Het landschap doet me denken aan het verhaal 'De Reddertjes' uit 1977 waarin het weesmeisje Penny met haar teddybeer gevangen werd gehouden in een vervallen raderstoomboot omgeven door de kaaimannen Nero en Brutus. Medusa, wie Penny gevangen hield, was door hebzucht gedreven om schatrijk te worden. Ook het moeras waar ik ben, wordt bewoond door kaaimannen. De kleiachtige, drappige omgeving met iets te veel ongedierte en blubsie om als mens een prettig bestaan op te kunnen bouwen ademt op bepaalde momenten eenzelfde sfeer als het kinderboekje van Walt Disney vele jaren terug. Wie weet wordt ook hier in Matapica een schat met een bijzondere glinsterende diamant bewaard...
Aangekomen op het strand, waar een soort van uit de kluiten gewassen klimplant het vol schelpen gevulde strand bedreigt, worden we geleid naar een overdekte kampeerplek met toiletten zonder bril, douche zonder douchekop en water zonder leiding. Een grote regenton fungeert als het enige te gebruiken water, terwijl een generator de benodigde elektriciteit genereert.
Op het menu staat een maaltijd met onder meer gele rijst, Zuid-Afrikaanse vis uit de omliggende moerassen en groentes. Daarna lopen we, terwijl de zon haar laatste zonneschijnen over de aarde uitgiet, over het door het zoute oceaanwater steeds verder veroverende strand op zoek naar bevallige schildpadvrouwtjes. Na een fiks eind stevig door wandelen ontdekt onze boodsman, gids, facilitair medewerker, cateraar en nog veel meer in één persoon, een eieren werpend schildpad. De intimiteit werd voelbaar toen het ongeveer twee meter doorsnede tellende schildpad doelgericht mijn foto's schietende iPhone uit m'n handen slaat. Ben ik een bedreiging voor haar privacy? De slagkracht van dit beschermende diersoort verbaast me.
Na nog een schild dragend gedrocht te hebben aanschouwd, lopen we, met het wonder van de natuur nog op ons netvlies, de enthousiaste muskieten trotserend het strand af, het woud door, op weg naar de laatste attractie van de dag. De gids zou zich diezelfde nacht ontpoppen als crocodile hunter.
Terugblikkend op het voor het eerst een kaaiman te hebben vastgehouden (wat toch echt anders is als het vasthouden van een willoze baby; alhoewel beide niet in zijn voor een constructieve conversatie), kwam ik met een zakje bananenchips, met boven mij een viertal kleine hagedissen
die zich tegoed deden aan rondzwermende muskieten, van deze krokodillenervaring bij.
Terugdenkend aan de, gemakshalve te noemen, vliegvissen met hun twee paar ogen, die ik de volgende ochtend heb vergezelt op een zwemtochtje in de Atlantische Oceaan, kijk ik nog even naar die stoere foto met mijzelf in de hoofdrol met een levensgevaarlijke kaaiman in mijn handen. De ogen van het dier met een leerachtige huid lijken op diamanten. Het zijn gele, glinsterende diamanten...
Sunday, May 06, 2012
Bouterse: “al de mensen die hun mond open doen” zijn vijanden!
Je kunt veel over Desire Delano Bouterse zeggen, maar een kundige organisator, getalenteerd politicus en charismatisch spreker is het zeker. Gisteravond zijn honderden mensen vanuit alle hoeken en gaten van het land in busjes vervoerd naar het Onafhankelijkheidsplein. Op de zogenoemde eenheidsmanifestatie met gratis eten en drinken stond verzoening, eenheid en ontwikkeling centraal. Toch had het ook een venijnige kant. Of is dat enkel retoriek?
Als politiek geïnteresseerde en propagandist was ik aandachtig gaan kijken en luisteren. Allereerst werden er wat christelijke liederen gezongen waarin Jezus luidkeels bejubeld werd. Desi Bouterse zag ik instemmend en enthousiast meezingen, met beveiligers om zich heen, gezeten in een tent met meer hoogwaardigheidsbekleders. De belangrijkste spreker was deze kale man van 66 jaar die zichzelf helemaal in het wit gestoken had. Hij zou als laatste het woord voeren. Allereerst zouden de geestelijk leiders iets zeggen.
De drie geestelijke leiders vertegenwoordigden de islam, het hindoeïsme en het christendom. Het publiek bestond uit een ratjetoe van gelovigen en etniciteiten. De pandit (hindoeïstische geestelijke) zei allerlei (negatieve) krachten te bezweren en vroeg het heelal om Suriname rust te geven, de moslim riep op de strijd tegen de ongelovigen te voeren (!) en de christen legde de Bijbel op een totaal andere manier uit dan dat ik geleerd had. Met name deze laatste gebruikte zeer grote woorden en duidde een bepaald deel van de samenleving aan als staatsgevaarlijk.
Staatsgevaarlijk
Bisschop Steve Meye is geestelijk adviseur van de president en is tevens leider van tweeënzestig Gods Bazuin Gemeenten in Suriname en enkele daarbuiten. Bij zijn opkomst op het grote podium dat op het Onafhankelijkheidsplein was neergezet riep hij: “Jezus leeft!!!” Het publiek riep in grote getalen met luide stem: “Amen!”, wat zoiets als betekent “het zij zo”.
Verzoening moet van twee kanten komen, aldus de geestelijke. Beide partijen hebben een verantwoordelijkheid en aandeel in de verwerking van de gevoelens. Pijnlijke zaken moeten nou eenmaal losgelaten worden. Daarbij erkende dr. Meye dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan, met kalmere stem. De beschadigde emoties, zo lichte hij toe, kunnen, na deze gekoesterd te hebben, omslaan in haat en bitterheid.
Eén van het bekendste deel van de Bijbel werd aangehaald om de noodzaak van de verzoening aan te duiden: “en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren” uit het Onze Vader. Omdat niemand zonder zonde is, is zijn redenering, moet iedereen vergeven en kunnen wij vervolgens daarna vergeven worden. De brildragende dominee vatte het samen: “we moeten de kwade dagen van het verleden loslaten! Als niet alle partijen dit doen, kunnen we het hoge ideaal van Suriname nooit bereiken!” Na een korte adempauze vervolgde hij met een dreigement aan het adres van hen die voor gerechtigheid willen doorgaan: “Mensen die hier niet aan mee willen doen, moeten we aanmerken als staatsgevaarlijk. We mogen het om welke (…) enge reden dan ook niet langer meer accepteren. Wij zijn één!”
Het volk stemde met gejuich in met deze politieke boodschap. Tussen het publiek stonden mensen in t-shirts, gewikkeld in vlaggen en ander propagandamateriaal van de NDP, de politieke partij van Bouterse, die het voortouw namen in het juichen, klappen en reageren op de spreker. Het is een bekende truc in politieke arena’s om het goede gedrag zo spontaan mogelijk af te dwingen.
De bisschop redeneerde verder. We mogen het niet alleen niet meer accepteren dat iemand niet wil vergeven, maar hij moet ook verwijderd worden: “God heeft een plan met zijn volk. God Zijn plan gaat honderd procent zeker door. Geen mens, geen organisatie, geen regering die dit zal tegen houden. Probeer nooit Gods plan tegen te houden. Dan zal Hij u verwijderen.”
Vrolijke noot
Na deze dreigende woorden werd er een vrolijker nummer aangekondigd: een zangeres met een mooie stem die ook nog even een bekeringsoproepje deed. Tussen de regendruppels door liep ik samen met een andere stagiair naar de stand waar drinken verkrijgbaar was. Even de harde woorden proberen een plek te geven…
De vertegenwoordigster van de NDP-jongeren kwam het podium op en keek, net als de andere sprekers overigens, richting de president. “Sommigen willen de regering doen vallen,” vervolgde de jongere (dit heb ik eerder gelezen), “Dat zal nooit gebeuren! Wij geloven in uw dromen, meneer de president!” Een luid applaus volgde. “Jongeren van Suriname! Wij mogen nooit, nimmer tegen Suriname zijn!” Wederom volgde er een applaus. Wanneer Nederlandse jongerenpartijen wel eens kritisch uit de hoek kunnen komen, was dit één en al lof voor het huidige establishment.
Overigens wordt er bij iedere spreker een lied ingezet met de tekst: “We are one.” Ook de vakbondsleider Ronald Hooghoudt (Hooghart zei dat "de witte mensen ons verdeeld hebben gehouden". Hier moet een einde aan komen...) en DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons doen hun woordje. Net als Brunswijk en Somohardjo doen zij dit in het Surinaams. Enkel de woorden verzoening, eenheid, ontwikkeling en vrede zijn voor een Nederlander herkenbare woorden die geregeld worden gebruikt.
Baas en verzoening
Veruit de beste spreker, wat betreft techniek, opbouw en bespeling van het publiek, is de president Desi Bouterse. Hij maakt gebruik van snel en langzaam, hard en zacht spreken. Veelal sprak hij in het Nederlands, om in sommige gevallen in het Surinaams nog een grap en een draai te geven aan de uitgesproken woorden. Aan het einde, toen er redelijk wat spanning was opgebouwd, zette de president een lied in over vrede. In vaktermen heet dit een energizer. Hij zette het publiek aan het dansen, waardoor de mensen de opgebouwde energie kwijtraken en een vrolijk gevoel hebben bij het hele gebeuren.
Bouterse, ook wel Baas genoemd, zette Suriname in de underdog positie. “Dit klein, zo getergd land, is eindelijk op een punt gekomen waar het een doorbraak kan maken.
Juist op dit moment komen de aanvallen om ons af te leiden van ons doel.” De Decembermoorden plaatst de president (en tevens verdachte in het strafproces) dan ook in het kader van de historische ontwikkeling van Suriname. De revolutie vergt niet alleen de vijftien slachtoffers in 1982, maar er zijn ook tientallen politieagenten en militairen die gesneuveld zijn: “Het zijn niet maar vijftien mensen die in de afgelopen driehonderd jaar hier dood zijn gegaan. Wie houdt wie voor de gek? En nogmaals: elke Surinamer die doodgaat is één te veel. Elke Surinamer die verongelukt is één te veel. En wij voelen mee met alle nabestaanden. Maar wij voelen niet alleen maar mee met een deeltje van de nabestaanden. Geld gerechtigheid en vrede niet voor die boslandbewoner?” Retorisch vraagt de president zich af: “Waarom denken jullie nooit aan het gewone volk?”
Quasi spontaan nodigde Bouterse Brunswijk en Somohardjo het podium op te komen om de verzoening te demonstreren. Wanneer de drie politici elkaar omhelzen, zegt Bouterse: “Hier is de verzoening! Hier is de vrede! Hier is de verzoening voor het volk.”
Het lijkt er op dat Bouterse zichzelf ziet als onderdeel van een revolutie. Deze revolutie liep via het einde van de slavernij naar onafhankelijkheid. Nu is Suriname onderweg naar economische vrijheid. “Wij staan aan het begin van een enorme ontwikkeling. Wij staan aan het begin van een briljant en glorieus tijdperk. De wereld die zegt, bijna zeggen ze, eerst Suriname zien en dan sterven. Iedereen wil met Suriname samenwerken. En dan zitten wij als Surinamers elkaar naar beneden te halen.”
Over de Amnestiewet en de uitspraak van de krijgsraad op 11 mei zei Bouterse: “Iedereen heeft te leven naar wet en recht. Van Bouterse tot de putjesschepper. Dus daar maak ik mij geen zorgen over. Waar ik mij zorgen over maak, zijn de mogelijkheden en is de manier hoe makkelijk zij u kunnen beïnvloeden en de manier hoe gemakkelijk zij u misleiden.”
Vrijheid van meningsuiting
Bouterse nam geen afstand van de woorden van bisschop Steve Meye over wie staatsvijanden zijn en wie verwijderd zou moeten worden. De president gaf over de toespraak van de bisschop over hoe vergeving en verzoening in het werk zou moeten gaan aan dat hij “heel goed geluisterd” had. Zelf nam het staatshoofd niet de woorden ‘staatsvijand’ en ‘verwijderd worden uit de samenleving’ in de mond. Wel noemde hij de Surinamers die kritiek hebben op zijn bewind “de knechten van de kolonisator”: “zij zijn vijanden van dit volk. En ondanks dat zien we hen als Surinamers. Maar we weten dat ze vijanden van dit volk zijn”.
Bouterse: “En al die mensen die schijnbewegingen maken, die hun mond open doen in dit land: het is misdadig!!! Terwijl dit land op de juiste weg is , is het misdadig om te proberen op deze manier de zaak te destabiliseren. Maar ik kan u zeggen: het gaat u niet lukken! Zolang ik heet: Desire Delano Bouterse.”
De president zette, zoals alreeds gezegd, nog een lied in over vrede, hij zette het volk aan het dansen en met mooi siervuurwerk werd de avond afgesloten. Voor velen was dit een gratis avondje uit met muziek, grappen van de president, een saamhorigheidsgevoel, gratis eten en drinken. Voor mij was het een heel bijzondere ervaring.
Als politiek geïnteresseerde en propagandist was ik aandachtig gaan kijken en luisteren. Allereerst werden er wat christelijke liederen gezongen waarin Jezus luidkeels bejubeld werd. Desi Bouterse zag ik instemmend en enthousiast meezingen, met beveiligers om zich heen, gezeten in een tent met meer hoogwaardigheidsbekleders. De belangrijkste spreker was deze kale man van 66 jaar die zichzelf helemaal in het wit gestoken had. Hij zou als laatste het woord voeren. Allereerst zouden de geestelijk leiders iets zeggen.
De drie geestelijke leiders vertegenwoordigden de islam, het hindoeïsme en het christendom. Het publiek bestond uit een ratjetoe van gelovigen en etniciteiten. De pandit (hindoeïstische geestelijke) zei allerlei (negatieve) krachten te bezweren en vroeg het heelal om Suriname rust te geven, de moslim riep op de strijd tegen de ongelovigen te voeren (!) en de christen legde de Bijbel op een totaal andere manier uit dan dat ik geleerd had. Met name deze laatste gebruikte zeer grote woorden en duidde een bepaald deel van de samenleving aan als staatsgevaarlijk.
Staatsgevaarlijk
Bisschop Steve Meye is geestelijk adviseur van de president en is tevens leider van tweeënzestig Gods Bazuin Gemeenten in Suriname en enkele daarbuiten. Bij zijn opkomst op het grote podium dat op het Onafhankelijkheidsplein was neergezet riep hij: “Jezus leeft!!!” Het publiek riep in grote getalen met luide stem: “Amen!”, wat zoiets als betekent “het zij zo”.
Verzoening moet van twee kanten komen, aldus de geestelijke. Beide partijen hebben een verantwoordelijkheid en aandeel in de verwerking van de gevoelens. Pijnlijke zaken moeten nou eenmaal losgelaten worden. Daarbij erkende dr. Meye dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan, met kalmere stem. De beschadigde emoties, zo lichte hij toe, kunnen, na deze gekoesterd te hebben, omslaan in haat en bitterheid.
Eén van het bekendste deel van de Bijbel werd aangehaald om de noodzaak van de verzoening aan te duiden: “en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren” uit het Onze Vader. Omdat niemand zonder zonde is, is zijn redenering, moet iedereen vergeven en kunnen wij vervolgens daarna vergeven worden. De brildragende dominee vatte het samen: “we moeten de kwade dagen van het verleden loslaten! Als niet alle partijen dit doen, kunnen we het hoge ideaal van Suriname nooit bereiken!” Na een korte adempauze vervolgde hij met een dreigement aan het adres van hen die voor gerechtigheid willen doorgaan: “Mensen die hier niet aan mee willen doen, moeten we aanmerken als staatsgevaarlijk. We mogen het om welke (…) enge reden dan ook niet langer meer accepteren. Wij zijn één!”
Het volk stemde met gejuich in met deze politieke boodschap. Tussen het publiek stonden mensen in t-shirts, gewikkeld in vlaggen en ander propagandamateriaal van de NDP, de politieke partij van Bouterse, die het voortouw namen in het juichen, klappen en reageren op de spreker. Het is een bekende truc in politieke arena’s om het goede gedrag zo spontaan mogelijk af te dwingen.
De bisschop redeneerde verder. We mogen het niet alleen niet meer accepteren dat iemand niet wil vergeven, maar hij moet ook verwijderd worden: “God heeft een plan met zijn volk. God Zijn plan gaat honderd procent zeker door. Geen mens, geen organisatie, geen regering die dit zal tegen houden. Probeer nooit Gods plan tegen te houden. Dan zal Hij u verwijderen.”
Vrolijke noot
Na deze dreigende woorden werd er een vrolijker nummer aangekondigd: een zangeres met een mooie stem die ook nog even een bekeringsoproepje deed. Tussen de regendruppels door liep ik samen met een andere stagiair naar de stand waar drinken verkrijgbaar was. Even de harde woorden proberen een plek te geven…
De vertegenwoordigster van de NDP-jongeren kwam het podium op en keek, net als de andere sprekers overigens, richting de president. “Sommigen willen de regering doen vallen,” vervolgde de jongere (dit heb ik eerder gelezen), “Dat zal nooit gebeuren! Wij geloven in uw dromen, meneer de president!” Een luid applaus volgde. “Jongeren van Suriname! Wij mogen nooit, nimmer tegen Suriname zijn!” Wederom volgde er een applaus. Wanneer Nederlandse jongerenpartijen wel eens kritisch uit de hoek kunnen komen, was dit één en al lof voor het huidige establishment.
Overigens wordt er bij iedere spreker een lied ingezet met de tekst: “We are one.” Ook de vakbondsleider Ronald Hooghoudt (Hooghart zei dat "de witte mensen ons verdeeld hebben gehouden". Hier moet een einde aan komen...) en DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons doen hun woordje. Net als Brunswijk en Somohardjo doen zij dit in het Surinaams. Enkel de woorden verzoening, eenheid, ontwikkeling en vrede zijn voor een Nederlander herkenbare woorden die geregeld worden gebruikt.
Baas en verzoening
Veruit de beste spreker, wat betreft techniek, opbouw en bespeling van het publiek, is de president Desi Bouterse. Hij maakt gebruik van snel en langzaam, hard en zacht spreken. Veelal sprak hij in het Nederlands, om in sommige gevallen in het Surinaams nog een grap en een draai te geven aan de uitgesproken woorden. Aan het einde, toen er redelijk wat spanning was opgebouwd, zette de president een lied in over vrede. In vaktermen heet dit een energizer. Hij zette het publiek aan het dansen, waardoor de mensen de opgebouwde energie kwijtraken en een vrolijk gevoel hebben bij het hele gebeuren.
Bouterse, ook wel Baas genoemd, zette Suriname in de underdog positie. “Dit klein, zo getergd land, is eindelijk op een punt gekomen waar het een doorbraak kan maken.
Juist op dit moment komen de aanvallen om ons af te leiden van ons doel.” De Decembermoorden plaatst de president (en tevens verdachte in het strafproces) dan ook in het kader van de historische ontwikkeling van Suriname. De revolutie vergt niet alleen de vijftien slachtoffers in 1982, maar er zijn ook tientallen politieagenten en militairen die gesneuveld zijn: “Het zijn niet maar vijftien mensen die in de afgelopen driehonderd jaar hier dood zijn gegaan. Wie houdt wie voor de gek? En nogmaals: elke Surinamer die doodgaat is één te veel. Elke Surinamer die verongelukt is één te veel. En wij voelen mee met alle nabestaanden. Maar wij voelen niet alleen maar mee met een deeltje van de nabestaanden. Geld gerechtigheid en vrede niet voor die boslandbewoner?” Retorisch vraagt de president zich af: “Waarom denken jullie nooit aan het gewone volk?”
Quasi spontaan nodigde Bouterse Brunswijk en Somohardjo het podium op te komen om de verzoening te demonstreren. Wanneer de drie politici elkaar omhelzen, zegt Bouterse: “Hier is de verzoening! Hier is de vrede! Hier is de verzoening voor het volk.”
Het lijkt er op dat Bouterse zichzelf ziet als onderdeel van een revolutie. Deze revolutie liep via het einde van de slavernij naar onafhankelijkheid. Nu is Suriname onderweg naar economische vrijheid. “Wij staan aan het begin van een enorme ontwikkeling. Wij staan aan het begin van een briljant en glorieus tijdperk. De wereld die zegt, bijna zeggen ze, eerst Suriname zien en dan sterven. Iedereen wil met Suriname samenwerken. En dan zitten wij als Surinamers elkaar naar beneden te halen.”
Over de Amnestiewet en de uitspraak van de krijgsraad op 11 mei zei Bouterse: “Iedereen heeft te leven naar wet en recht. Van Bouterse tot de putjesschepper. Dus daar maak ik mij geen zorgen over. Waar ik mij zorgen over maak, zijn de mogelijkheden en is de manier hoe makkelijk zij u kunnen beïnvloeden en de manier hoe gemakkelijk zij u misleiden.”
Vrijheid van meningsuiting
Bouterse nam geen afstand van de woorden van bisschop Steve Meye over wie staatsvijanden zijn en wie verwijderd zou moeten worden. De president gaf over de toespraak van de bisschop over hoe vergeving en verzoening in het werk zou moeten gaan aan dat hij “heel goed geluisterd” had. Zelf nam het staatshoofd niet de woorden ‘staatsvijand’ en ‘verwijderd worden uit de samenleving’ in de mond. Wel noemde hij de Surinamers die kritiek hebben op zijn bewind “de knechten van de kolonisator”: “zij zijn vijanden van dit volk. En ondanks dat zien we hen als Surinamers. Maar we weten dat ze vijanden van dit volk zijn”.
Bouterse: “En al die mensen die schijnbewegingen maken, die hun mond open doen in dit land: het is misdadig!!! Terwijl dit land op de juiste weg is , is het misdadig om te proberen op deze manier de zaak te destabiliseren. Maar ik kan u zeggen: het gaat u niet lukken! Zolang ik heet: Desire Delano Bouterse.”
De president zette, zoals alreeds gezegd, nog een lied in over vrede, hij zette het volk aan het dansen en met mooi siervuurwerk werd de avond afgesloten. Voor velen was dit een gratis avondje uit met muziek, grappen van de president, een saamhorigheidsgevoel, gratis eten en drinken. Voor mij was het een heel bijzondere ervaring.
Saturday, April 21, 2012
Bouterse reageert
“We zijn niet in oorlog met Nederland”, kopt Times of Suriname de woorden van de Surinaamse president Desi Bouterse. De politici in Den Haag mogen, of de Noordzee mag (zoals Nederland hier ook wel wordt genoemd) roeptoeteren wat zij willen, maar Bouterse wil niet via de media inhoudelijk reageren: “Zet het op papier dan geef ik je antwoord op papier”. Hoe kan het dat in Nederland zo fel wordt gereageerd en hoe kan het dat Suriname zich er niets van aan lijkt te trekken?
Schaamte en schuld
Laatst mailde ik met een cultuurkenner die me wees op het verschil in een schuld- en schaamtecultuur. In Nederland kennen we een schuldcultuur waarbij sociale orde gecreëerd wordt door het inprenten van het gevoel van schuld bij een misstap en de daaraan gekoppelde straf in het hiernumaals of het hiernamaals. Nederlanders kunnen dus, geconditioneerd als zij zijn door dit straf op misstap-denken, niet anders dan heftig ageren tegen de “misdadiger Bouterse”. Volgens Nederland heeft Bouta, zoals de huidige president in Suriname genoemd wordt, “boter op z’n hoofd”: hij heeft mensen vermoord of op z’n minst een misdadig regime geleid en moet dus boeten. Bouterse zijn geweten lijkt niet meer te functioneren en moet daarom tot de orde geroepen worden.
In Suriname is er een mengelmoesje van culturen. Uitgaande dat Suriname een schaamtecultuur heeft, wordt in dit land sociale orde afgedwongen door het versterken van schaamte bij misstappen en de daaraan gekoppelde sociale afwijzing. In dit kader passen de woorden dat de Amnestiewet “een nieuw begin voor Suriname is” en bedoeld om “de hele natie te genezen”, zoals Bouterse op 6 april meldde vanuit Guyana. Oftewel: de betrokken Surinamers, niet alleen de huidige president, maar ook de coalitiegenoot Ronnie Brunswijk en zijn commando die negentien militairen hebben gedood, leven in schaamte en moeten daarvan bevrijd worden. De partij van Bouterse, de NDP, schrijft in een paginagrote advertentie op zaterdag 24 maart 2012 in De Ware Tijd (om de ontstane onrust binnen de NDP en de samenleving na de indiening van de Amnestiewet weg te nemen) dat zij “strijden tegen mensen die slechts op vergelding uit zijn en de waarheid schuwen”.
Waar gaat dat heen?
Terwijl het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken een campagne lijkt te hebben opgezet om Suriname te isoleren en te beïnvloeden om het strafproces rond de Decembermoorden zijn vervolg te geven, maakt Bouterse zich niet druk: “Hoe de ex-kolonisator het wil, zo zal zij het krijgen. Het is een politiek gevecht. Aan Den Haag heb ik geen boodschap”, zo noteerde het dagblad De Ware Tijd de woorden van het Staatshoofd op de persconferentie van afgelopen vrijdagmiddag. De persconferentie stond formeel in het teken van het buitenlandse bezoek aan Colombia en Mexico.
Net als over het bericht dat Suriname niet in oorlog is met Nederland, staat op de voorpagina van Times of Suriname een aankondiging dat Bouterse naar het Afrikaanse land Equatoriaal Guinea gaat voor een tweedaags bezoek op 15 en 16 mei om handelsafspraken te beklinken. Tevens maakt de krant melding dat Bouterse staatsbezoeken heeft gepland aan India, China en Indonesië. De koopman Bouterse werkt aan een welvarender Suriname. De Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal heeft, na allerlei harde acties te hebben afgekondigd, het nakijken: “Vervelend is dat Suriname voor veel lidstaten van de EU een ver-van-mijn-bedshow is”, aldus de Nederlandse bewindsman.
Visionair Suriname
Bouterse heeft overigens ook gereageerd op het opschorten van het aan Suriname te betalen ontwikkelingsgeld, afgesproken bij de onafhankelijkheid, van 20 miljoen euro: “We hebben je geen 20 miljoen gevraagd. Het is nauwelijks genoeg voor de brug die we hier willen bouwen”. Dit toont aan waarmee de Surinaamse samenleving meer mee bezig is: niet de moraal, maar het triviale, het alledaagse. In de pers staan dan ook artikelen dat Surinamers niet het belang van vaccineren inzien, dat het westelijk district Coronie weer water uit de kraan heeft na de reparatie van een schakelruimte en al enkele dagen circuleren de plannen van het Ministerie van Onderwijs dat onder meer de basisschoolleraar minimaal hbo geschoold moet zijn.
De voorzitter van De Nationaal Assemblee (DNA) Jennifer Simons, tevens lid van de NDP, sprak dan ook bij de viering van de 35-jarige onafhankelijkheid over de geschiedenis en de toekomst van het land. Zij zei hier onder andere: “De negentiende eeuw bracht een eind aan de lijfelijke slavernij, in de twintigste eeuw kregen we als natie op het moment van de onafhankelijkheid, administratief de vrijheid. We staan nu voor de opdracht om in de eenentwintigste eeuw daadwerkelijk economisch zelfstandig te worden en bovendien als land een voorbeeld functie te vervullen. Tussen de vrijheid van 1863 en die van 1975 lagen meer dan honderd jaar. Het is een uitdaging aan u en mij, aan ons allen om ervoor te zorgen dat de volgende stap, naar werkelijke geestelijke vrijheid, economische zelfstandigheid en duurzaam welzijn voor allen in Suriname, geen honderd jaar duurt.”
Toekomst
Na de coup van de jaren ’80 gaven de verantwoordelijke militairen, waaronder hun woordvoerder sergeant Bouterse, een verklaring af: “dit is een oorlogsverklaring tegen sociale onrechtvaardigheid”. Op de samenleving werd toentertijd een beroep gedaan om het land op te bouwen. Niet meer via etnische lijnen, maar vanuit een invulling van een eigen Surinaams nationalisme. Wat dat betreft, vaart Bouterse in grote lijnen geen andere koers.
De wijziging van de Amnestiewet is volgens Bouterse dan ook “een nieuw begin. Dit zal de aanhoudende bitterheid over de periode van het Militaire Gezag en de burgeroorlog oplossen”. De aangekondigde waarheidscommissies zouden “een basis voor waarheid en verzoening” moeten scheppen, volgens de eerder benoemde paginagrote advertentie van de NDP. De overkoepelende oppositiepartij Nieuw Front heeft zich faliekant tegen de Amnestiewet gekeerd en wil om die reden ook niet in de waarheidscommissies zitting nemen.
Suriname beweegt zich definitief onafhankelijk van Nederland. Suriname heeft geen boodschap aan de belerende reacties van “de Noordzee” en zoekt samenwerking met landen die in bepaalde zin eenzelfde cultuur hebben en meer economische groei kennen dan Nederland op dit moment.
Schaamte en schuld
Laatst mailde ik met een cultuurkenner die me wees op het verschil in een schuld- en schaamtecultuur. In Nederland kennen we een schuldcultuur waarbij sociale orde gecreëerd wordt door het inprenten van het gevoel van schuld bij een misstap en de daaraan gekoppelde straf in het hiernumaals of het hiernamaals. Nederlanders kunnen dus, geconditioneerd als zij zijn door dit straf op misstap-denken, niet anders dan heftig ageren tegen de “misdadiger Bouterse”. Volgens Nederland heeft Bouta, zoals de huidige president in Suriname genoemd wordt, “boter op z’n hoofd”: hij heeft mensen vermoord of op z’n minst een misdadig regime geleid en moet dus boeten. Bouterse zijn geweten lijkt niet meer te functioneren en moet daarom tot de orde geroepen worden.
In Suriname is er een mengelmoesje van culturen. Uitgaande dat Suriname een schaamtecultuur heeft, wordt in dit land sociale orde afgedwongen door het versterken van schaamte bij misstappen en de daaraan gekoppelde sociale afwijzing. In dit kader passen de woorden dat de Amnestiewet “een nieuw begin voor Suriname is” en bedoeld om “de hele natie te genezen”, zoals Bouterse op 6 april meldde vanuit Guyana. Oftewel: de betrokken Surinamers, niet alleen de huidige president, maar ook de coalitiegenoot Ronnie Brunswijk en zijn commando die negentien militairen hebben gedood, leven in schaamte en moeten daarvan bevrijd worden. De partij van Bouterse, de NDP, schrijft in een paginagrote advertentie op zaterdag 24 maart 2012 in De Ware Tijd (om de ontstane onrust binnen de NDP en de samenleving na de indiening van de Amnestiewet weg te nemen) dat zij “strijden tegen mensen die slechts op vergelding uit zijn en de waarheid schuwen”.
Waar gaat dat heen?
Terwijl het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken een campagne lijkt te hebben opgezet om Suriname te isoleren en te beïnvloeden om het strafproces rond de Decembermoorden zijn vervolg te geven, maakt Bouterse zich niet druk: “Hoe de ex-kolonisator het wil, zo zal zij het krijgen. Het is een politiek gevecht. Aan Den Haag heb ik geen boodschap”, zo noteerde het dagblad De Ware Tijd de woorden van het Staatshoofd op de persconferentie van afgelopen vrijdagmiddag. De persconferentie stond formeel in het teken van het buitenlandse bezoek aan Colombia en Mexico.
Net als over het bericht dat Suriname niet in oorlog is met Nederland, staat op de voorpagina van Times of Suriname een aankondiging dat Bouterse naar het Afrikaanse land Equatoriaal Guinea gaat voor een tweedaags bezoek op 15 en 16 mei om handelsafspraken te beklinken. Tevens maakt de krant melding dat Bouterse staatsbezoeken heeft gepland aan India, China en Indonesië. De koopman Bouterse werkt aan een welvarender Suriname. De Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal heeft, na allerlei harde acties te hebben afgekondigd, het nakijken: “Vervelend is dat Suriname voor veel lidstaten van de EU een ver-van-mijn-bedshow is”, aldus de Nederlandse bewindsman.
Visionair Suriname
Bouterse heeft overigens ook gereageerd op het opschorten van het aan Suriname te betalen ontwikkelingsgeld, afgesproken bij de onafhankelijkheid, van 20 miljoen euro: “We hebben je geen 20 miljoen gevraagd. Het is nauwelijks genoeg voor de brug die we hier willen bouwen”. Dit toont aan waarmee de Surinaamse samenleving meer mee bezig is: niet de moraal, maar het triviale, het alledaagse. In de pers staan dan ook artikelen dat Surinamers niet het belang van vaccineren inzien, dat het westelijk district Coronie weer water uit de kraan heeft na de reparatie van een schakelruimte en al enkele dagen circuleren de plannen van het Ministerie van Onderwijs dat onder meer de basisschoolleraar minimaal hbo geschoold moet zijn.
De voorzitter van De Nationaal Assemblee (DNA) Jennifer Simons, tevens lid van de NDP, sprak dan ook bij de viering van de 35-jarige onafhankelijkheid over de geschiedenis en de toekomst van het land. Zij zei hier onder andere: “De negentiende eeuw bracht een eind aan de lijfelijke slavernij, in de twintigste eeuw kregen we als natie op het moment van de onafhankelijkheid, administratief de vrijheid. We staan nu voor de opdracht om in de eenentwintigste eeuw daadwerkelijk economisch zelfstandig te worden en bovendien als land een voorbeeld functie te vervullen. Tussen de vrijheid van 1863 en die van 1975 lagen meer dan honderd jaar. Het is een uitdaging aan u en mij, aan ons allen om ervoor te zorgen dat de volgende stap, naar werkelijke geestelijke vrijheid, economische zelfstandigheid en duurzaam welzijn voor allen in Suriname, geen honderd jaar duurt.”
Toekomst
Na de coup van de jaren ’80 gaven de verantwoordelijke militairen, waaronder hun woordvoerder sergeant Bouterse, een verklaring af: “dit is een oorlogsverklaring tegen sociale onrechtvaardigheid”. Op de samenleving werd toentertijd een beroep gedaan om het land op te bouwen. Niet meer via etnische lijnen, maar vanuit een invulling van een eigen Surinaams nationalisme. Wat dat betreft, vaart Bouterse in grote lijnen geen andere koers.
De wijziging van de Amnestiewet is volgens Bouterse dan ook “een nieuw begin. Dit zal de aanhoudende bitterheid over de periode van het Militaire Gezag en de burgeroorlog oplossen”. De aangekondigde waarheidscommissies zouden “een basis voor waarheid en verzoening” moeten scheppen, volgens de eerder benoemde paginagrote advertentie van de NDP. De overkoepelende oppositiepartij Nieuw Front heeft zich faliekant tegen de Amnestiewet gekeerd en wil om die reden ook niet in de waarheidscommissies zitting nemen.
Suriname beweegt zich definitief onafhankelijk van Nederland. Suriname heeft geen boodschap aan de belerende reacties van “de Noordzee” en zoekt samenwerking met landen die in bepaalde zin eenzelfde cultuur hebben en meer economische groei kennen dan Nederland op dit moment.
Friday, March 23, 2012
Oude rekeningen, het politieke spel om het verleden
Twee weken voordat ik het vliegtuig instap, is de spanning in De Nationaal Assemblee van het aankomstland om te snijden geweest. Vandaag zou bepaald worden of de zittende president van Suriname Desi Delano Bouterse en anderen vrijuit gaan voor de gepleegde mensenrechtenschendingen in de periode 1982-1992. Moet er een streep worden getrokken onder het verleden? Het parlement lijkt de rechter te willen aftroeven. “Ik voel me belachelijk als parlementariër,” zegt oud-minister van Justitie en Politie Santokhi in een interview.
Geschiedenis
Nadat Suriname in 1975 onafhankelijk is geworden, heeft Bouterse op 25 februari 1980 met een vijftiental sergeanten, onder wie Ruben Rozendaal, een staatsgreep gepleegd. Twee jaar later, in 1982, zijn veertien Surinamers en één Nederlander, plotseling van hun bed gelicht en gevangen gezet, op het terrein van Fort Zeelandia, zonder proces, door militairen, in de nacht van 8 op 9 december, doodgeschoten. Toenmalig legerleider Bouterse zegt politieke verantwoordelijkheid te dragen voor de dood van deze vijftien mensen, alhoewel hij er niet bij zou zijn geweest, laat staan de opdracht ertoe zou hebben gegeven. Bouterse heeft meermaals aangegeven het als een noodlottig ongeluk te zien, bij de vluchtpoging van gevangenen.
In 1983 verzochten de nabestaanden bij het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties om een oordeel. Een jaar later concludeerde een speciale rapporteur van de commissie dat er standrechtelijke of willekeurige executies hebben plaatsgevonden. Een maand voor de verjaringstermijn, november 2000, is een gerechtelijk onderzoek gestart. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft geassisteerd bij de lijkschouwingen in december 2002. Bouterse liet bij de rechtszittingen verstek gaan. Na diverse wrakingverzoeken van de advocaat van Bouterse, loopt het strafrechtelijk proces tot op de dag van vandaag door. Binnenkort zou de rechter uitspraak doen inzake de decembermoorden.
Doordat Desi Bouterse, voorzitter van de politieke partij Megacombinatie, sinds 2010 president van Suriname is, geniet hij, voor zolang hij president is, immuniteit. Dankzij de onverwachte steun van onder meer de parlementariër van de A Combinatie, oud-rebellenleider Ronnie Brunswijk, de oude rivaal van Bouterse tijdens de Binnenlandse Oorlog, waarin tussen 1986 en 1992 ook mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden, werd Bouterse in 2010 verkozen tot president. Overigens zijn Bouterse en Brunswijk beide in Nederland veroordeeld wegens drugshandel en is er een internationaal opsporingsbevel uitgevaardigd.
Getuige
Wat er vandaag heeft plaatsgevonden heeft de gemoederen weer doen oplaaien: onder ede heeft voormalig vertrouweling van Bouterse, de mede-couppleger Ruben Rozendaal, verklaard dat Bouterse persoonlijk twee mannen heeft geëxecuteerd op Fort Zeelandia in 1982. Deze Rozendaal is niet alleen getuige in het proces, maar zit zelf ook in het verdachtenbankje. De vraag werpt zich op of de onder ede gedane getuigenis op waarheid berust of dat er een openstaande rekening staat en wat de werkelijke motieven van Rozendaal zijn. Rozendaal beweerde eerder onder ede voor de rechtbank dat Bouterse er op de bewuste avond niet bij was.
Bouterse reageerde die dag op de beschuldigingen door, zoals hij ook reeds in het verleden meermaals heeft gedaan, te beweren dat er een buitenlands, specifiek Nederlands, opgezet plan is om hem aan te pakken. Ook geeft de president aan dat niets hem zal treffen, omdat hij een kind van God is. Dit deed de president en NDP-partijleider tijdens een door zijn partij georganiseerde manifestatie op het Onafhankelijkheidsplein in de buurt van DNA, het presidentieel paleis en Fort Zeelandia.
Generaal pardon
Op deze zelfde dag zou het parlement samenkomen om een immuniteitswet af te kondigen. Er wordt door de initiatiefnemers, parlementariërs behorende tot de coalitiepartijen, beweerd dat er een gat in de wetgeving is aangaande de periode 1982 tot en met 1995. Santokhi, van de oppositiepartij VHP, geeft aan dat dit een ondeugdelijke redenering is, omdat in de voorgestelde wetswijziging de tijdsspanne niet, maar dat het verruimen van het aantal misstappen waar amnestie voor verkregen, verandert. Het strafproces zou bij het aannemen van deze wet gestaakt worden.
Ook werd beweerd dat door de amnestiewetgeving de rust in de samenleving terug zou keren. Carl Breeveld,van de DOE-partij, vindt deze argumentatie niet juist: “Wij hebben niet gemerkt dat de samenleving zich op dit moment bezig houdt met wel of geen amnestie”, maar wel met de sociale en economische ongelijkheid, de anti-corruptiewet en het huisvestigingsprobleem. DOE betreurt het dat het proces niet vrij van politieke inmenging is, mede dankzij het in 2010 kiezen van een president waartegen dit proces toentertijd ook al gaande was.
Echter heeft de vergadering van het parlement uiteindelijk niet kunnen plaatsvinden, omdat er niet een meerderheid van de parlementsleden aanwezig waren (het zogenoemde quorum; de oppositie boycotte de vergadering en twee parlementariërs van de coalitiepartijen verbleven in het buitenland). De emoties bij de oppositiepartijen liepen een dag eerder al hoog op: er werd beweerd dat moordenaars door de wijziging van de immuniteitswet bescherming zullen gaan genieten. De officiële reden dat het wetsvoorstel niet is behandeld, is omdat er meer tijd nodig is om tot een preadvies aan het parlement te komen.
Gevolgen?
De internationale pers pikt het nieuws tot nu toe niet op, behalve dan de Nederlandse. Wel heeft een coalitie van Amerikaanse mensenrechtenorganisaties een gezamenlijke brief geschreven aan de DNA-voorzitter om het wetsvoorstel te verwerpen. Ook Amnesty International spreekt zich uit. Suriname heeft zich onderworpen aan het Inter-Amerikaans Verdrag inzake de rechten van de mens die het stopzetten van de vervolging van de daders van de mensenrechtenschendingen niet toestaan, aldus de Amerikaanse NGO’s. Als de wet er alsnog doorkomt, zal, op zijn minst een deel van, de internationale politiek naar verwachting op haar achterste benen gaan staan.
Kortom: sommige oude vrienden en vijanden schrijven net als dertig jaar geleden wederom geschiedenis. Zijn het persoonlijke belangen die hier worden behartigd of is de immuniteitswet in het belang van Suriname? Overigens ontkent Bouterse iedere betrokkenheid bij de op handen zijnde wetswijziging aangaande de immuniteit. Wat er nu daadwerkelijk heeft plaatsgevonden dertig jaar geleden is nog steeds niet opgehelderd en het recht heeft nog niet gezegevierd. Als buitenstaander vind ik het moeilijk in te schatten welke rekeningen vanuit het verleden open staan en waarom men reageert zoals men reageert. Los daarvan, lijkt het me meer dan helend als het Surinaamse volk in het reine komt met het verleden door de onderste steen boven te brengen. Dat het laatste woord hier nog niet over is geschreven, staat buiten kijf.
Geschiedenis
Nadat Suriname in 1975 onafhankelijk is geworden, heeft Bouterse op 25 februari 1980 met een vijftiental sergeanten, onder wie Ruben Rozendaal, een staatsgreep gepleegd. Twee jaar later, in 1982, zijn veertien Surinamers en één Nederlander, plotseling van hun bed gelicht en gevangen gezet, op het terrein van Fort Zeelandia, zonder proces, door militairen, in de nacht van 8 op 9 december, doodgeschoten. Toenmalig legerleider Bouterse zegt politieke verantwoordelijkheid te dragen voor de dood van deze vijftien mensen, alhoewel hij er niet bij zou zijn geweest, laat staan de opdracht ertoe zou hebben gegeven. Bouterse heeft meermaals aangegeven het als een noodlottig ongeluk te zien, bij de vluchtpoging van gevangenen.
In 1983 verzochten de nabestaanden bij het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties om een oordeel. Een jaar later concludeerde een speciale rapporteur van de commissie dat er standrechtelijke of willekeurige executies hebben plaatsgevonden. Een maand voor de verjaringstermijn, november 2000, is een gerechtelijk onderzoek gestart. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft geassisteerd bij de lijkschouwingen in december 2002. Bouterse liet bij de rechtszittingen verstek gaan. Na diverse wrakingverzoeken van de advocaat van Bouterse, loopt het strafrechtelijk proces tot op de dag van vandaag door. Binnenkort zou de rechter uitspraak doen inzake de decembermoorden.
Doordat Desi Bouterse, voorzitter van de politieke partij Megacombinatie, sinds 2010 president van Suriname is, geniet hij, voor zolang hij president is, immuniteit. Dankzij de onverwachte steun van onder meer de parlementariër van de A Combinatie, oud-rebellenleider Ronnie Brunswijk, de oude rivaal van Bouterse tijdens de Binnenlandse Oorlog, waarin tussen 1986 en 1992 ook mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden, werd Bouterse in 2010 verkozen tot president. Overigens zijn Bouterse en Brunswijk beide in Nederland veroordeeld wegens drugshandel en is er een internationaal opsporingsbevel uitgevaardigd.
Getuige
Wat er vandaag heeft plaatsgevonden heeft de gemoederen weer doen oplaaien: onder ede heeft voormalig vertrouweling van Bouterse, de mede-couppleger Ruben Rozendaal, verklaard dat Bouterse persoonlijk twee mannen heeft geëxecuteerd op Fort Zeelandia in 1982. Deze Rozendaal is niet alleen getuige in het proces, maar zit zelf ook in het verdachtenbankje. De vraag werpt zich op of de onder ede gedane getuigenis op waarheid berust of dat er een openstaande rekening staat en wat de werkelijke motieven van Rozendaal zijn. Rozendaal beweerde eerder onder ede voor de rechtbank dat Bouterse er op de bewuste avond niet bij was.
Bouterse reageerde die dag op de beschuldigingen door, zoals hij ook reeds in het verleden meermaals heeft gedaan, te beweren dat er een buitenlands, specifiek Nederlands, opgezet plan is om hem aan te pakken. Ook geeft de president aan dat niets hem zal treffen, omdat hij een kind van God is. Dit deed de president en NDP-partijleider tijdens een door zijn partij georganiseerde manifestatie op het Onafhankelijkheidsplein in de buurt van DNA, het presidentieel paleis en Fort Zeelandia.
Generaal pardon
Op deze zelfde dag zou het parlement samenkomen om een immuniteitswet af te kondigen. Er wordt door de initiatiefnemers, parlementariërs behorende tot de coalitiepartijen, beweerd dat er een gat in de wetgeving is aangaande de periode 1982 tot en met 1995. Santokhi, van de oppositiepartij VHP, geeft aan dat dit een ondeugdelijke redenering is, omdat in de voorgestelde wetswijziging de tijdsspanne niet, maar dat het verruimen van het aantal misstappen waar amnestie voor verkregen, verandert. Het strafproces zou bij het aannemen van deze wet gestaakt worden.
Ook werd beweerd dat door de amnestiewetgeving de rust in de samenleving terug zou keren. Carl Breeveld,van de DOE-partij, vindt deze argumentatie niet juist: “Wij hebben niet gemerkt dat de samenleving zich op dit moment bezig houdt met wel of geen amnestie”, maar wel met de sociale en economische ongelijkheid, de anti-corruptiewet en het huisvestigingsprobleem. DOE betreurt het dat het proces niet vrij van politieke inmenging is, mede dankzij het in 2010 kiezen van een president waartegen dit proces toentertijd ook al gaande was.
Echter heeft de vergadering van het parlement uiteindelijk niet kunnen plaatsvinden, omdat er niet een meerderheid van de parlementsleden aanwezig waren (het zogenoemde quorum; de oppositie boycotte de vergadering en twee parlementariërs van de coalitiepartijen verbleven in het buitenland). De emoties bij de oppositiepartijen liepen een dag eerder al hoog op: er werd beweerd dat moordenaars door de wijziging van de immuniteitswet bescherming zullen gaan genieten. De officiële reden dat het wetsvoorstel niet is behandeld, is omdat er meer tijd nodig is om tot een preadvies aan het parlement te komen.
Gevolgen?
De internationale pers pikt het nieuws tot nu toe niet op, behalve dan de Nederlandse. Wel heeft een coalitie van Amerikaanse mensenrechtenorganisaties een gezamenlijke brief geschreven aan de DNA-voorzitter om het wetsvoorstel te verwerpen. Ook Amnesty International spreekt zich uit. Suriname heeft zich onderworpen aan het Inter-Amerikaans Verdrag inzake de rechten van de mens die het stopzetten van de vervolging van de daders van de mensenrechtenschendingen niet toestaan, aldus de Amerikaanse NGO’s. Als de wet er alsnog doorkomt, zal, op zijn minst een deel van, de internationale politiek naar verwachting op haar achterste benen gaan staan.
Kortom: sommige oude vrienden en vijanden schrijven net als dertig jaar geleden wederom geschiedenis. Zijn het persoonlijke belangen die hier worden behartigd of is de immuniteitswet in het belang van Suriname? Overigens ontkent Bouterse iedere betrokkenheid bij de op handen zijnde wetswijziging aangaande de immuniteit. Wat er nu daadwerkelijk heeft plaatsgevonden dertig jaar geleden is nog steeds niet opgehelderd en het recht heeft nog niet gezegevierd. Als buitenstaander vind ik het moeilijk in te schatten welke rekeningen vanuit het verleden open staan en waarom men reageert zoals men reageert. Los daarvan, lijkt het me meer dan helend als het Surinaamse volk in het reine komt met het verleden door de onderste steen boven te brengen. Dat het laatste woord hier nog niet over is geschreven, staat buiten kijf.
Labels:
1975,
1983,
Amnestiewet,
Amnesty International,
Binnenlandse Oorlog,
Bouterse,
Breeveld,
Brunswijk,
DOE,
geschiedenis Suriname,
MegaCombinatie,
NDP,
Nieuw Front,
Ruben Rozendaal,
Santokhi,
VHP,
VN
Subscribe to:
Posts (Atom)

