De weg vliegt onder ons door. De achttien jaar oude Mitsubishi Colt heeft ons vorig jaar aan de kust van Polen gebracht. Dat was een heerlijke vakantie. Zon, zee, strand: ontspanning ten top!
We rijden nu door Tsjechië. De omgeving voelt vertrouwd. Een aantal jaar geleden treinden Lydia en ik op een ambitieus vol geplande Europatrip en met volgestouwde rugtassen door ditzelfde landschap. Tussen Berlijn en Praag rijden we nu niet op het spoor zoals toen, maar bewegen we ons op de autoweg ernaast. Links stroomt de Donau nog net zo vrolijk en onstuimig door het berglandschap als een aantal jaren geleden. De trein rijdt ons voorbij. Het geeft ons een nostalgisch gevoel. We zijn weer even terug. In de trein zat toentertijd een Indiaas of Pakistaans ogend gezin dat vol verwondering Europa inkeek. Net als toen, schijnt de zon ook nu uitbundig. Onze ramen staan open, want airconditioning kent onze auto niet.
Het huis waar we naartoe gaan, staat in het zonnige Hongarije. Het ruime huis met verkoelend zwembad in de open lucht is van een ouder echtpaar. We kennen hen via via en we vinden het dan ook super gaaf dat we voor nop gebruik mogen maken van hun huis. Ze gunnen het idealisten als ons dat we even op adem komen.
De eerste paar dagen slapen we uit, liggen we in het zwembadje, zwemmen we in het Balatonmeer en ontdekken we mooie dorpjes in de omtrek. We praten samen over een levensinvulling die vervat is in de volgende Bijbeltekst (Mattheus 6:31-33):
Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? of: Wat zullen we drinken? of: Waarmee zullen we ons kleden? – dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.
Lydia en ik zijn er met vlagen onzeker over. Toch houden we onszelf voor dat er in de afgelopen tijd wel veel bijzondere dingen gebeurd zijn. Deze leidraad die Jezus Christus meegeeft, is best oud. Kunnen we anno nu in deze postmoderne maatschappij ook op deze manier leven? Het maakt ons onzeker. Tijdens de ritjes in de auto, klinkt ‘Mission bell’ van Newsboys uit de boxen. Een vrolijk en energiek deuntje dat de link legt tussen de missionarissen toentertijd en nu:
When the runners came from Bethlehem
All breathless with good news
They were passing a baton forward through time
The commission, from God's lips to our ears
Carried by his saints two thousand years
Connects us all to the same lifeline
As I fix my eyes ahead
I can feel the spirit's breath...
I can hear the Mission Bell ringing out loud and clear
It’s the revolution Jesus started, and it’s here
Echoing across the world from the shores of Galilee
I can hear the Mission Bell call for you and me
I wanna run with fire
It’s my heart’s desire
Lifting your love higher
In the history of our faith's arrivals
Great awakenings, Welsh revivals
Saints and martyrs, summoned by a new birth
Patrick's save of the Irish nation
William Carey's expectation
Lambs & lions
Called to the ends of the earth
Gotta put my hand to the plow
Not looking back, not now...
Lydia en ik besluiten dat we het gaan proberen: ‘Gods Koninkrijk zoeken’. Maar wat dit voor ons inhoudt, weten we niet precies. Wel zijn we geïnspireerd door de gereformeerde en tegelijkertijd eigentijdse New Yorker Tim Keller. In een interview vertelde Keller:
‘Voordat ik naar New York ging, was mijn wereld mijn kerkgenootschap. Als je echter naar de stad verhuist, dan gaat je kerkgenootschap er opeens heel klein uitzien. Dat gebeurt met alle mensen in grote steden. Zij voelen zich meer verbonden met de stad dan met hun kerkgenootschap. Ik ben daar heel zorgvuldig in. Ik ben een goede presbyteriaan en ik ben nog altijd met mijn kerkgenootschap verbonden, mijn geloften zijn niet veranderd. Maar ik zie inmiddels wel dat de wereld groter is dan mijn kleine stam.’
Zelf heb ik de kerk vandaag de dag ook ervaren als een kleine stam. Gedurende de jaren ben ik de wereld om mij heen meer gaan ontdekken en ontdekte ik dat de kerkelijke wereld erg gescheiden is van de ‘normale wereld’. In Kellers is de materiële wereld en de hedendaagse cultuur de plaats waar het Evangelie zichtbaar gemaakt kan worden. Deze theologie van het Koninkrijk van God resulteerde in Kellers invloedrijke visie op de stad: the place to be in plaats van een besmette plek waar je jezelf van dient te isoleren.
Matthijs Vlaardingerbroek heeft zijn vorm duidelijk gevonden. Samen met een aantal stellen zijn zij ‘In de Praktijk’ begonnen, een experiment in een oude stadswijk van Den Haag waarin zij het christelijk geloof met daden in de praktijk willen brengen. Niet praten, maar doen. Het is pionieren en ontdekken en precies doen wat zendelingen in het Midden-Oosten, Afrika en Azië al eeuwenlang doen. Het verhaal ‘Grensverleggend’ raakt ons.
Wat Gea Gort schrijft vinden we ook mooi: ‘Stadszending betekent structureel werken aan de vrede/shalom in de stad’. Het verkondigende geloof wordt dan meer het werkende geloof. Hoe we de bloei van de stad willen zoeken, is voor ons niet volledig bekend. Lydia voelt zich als een vis in het water in het onderwijs. Ik voel me thuis in het mensen bij elkaar brengen, vernieuwing brengen en samen de schouders eronder zetten. In ieder geval willen we ons de komende tijd ons inzetten:
- voor de wijk door buitenfitness te realiseren
- voor de stad door vrijwilligerswerk te stimuleren, het omzien naar elkaar
- en in de strijd tegen gedwongen prostitutie en mensenhandel
De komende maanden wil ik gebruiken om te ontdekken wat er zoal plaatsvindt in de wijk en in de stad. Ik wil aansluiten bij de bestaande initiatieven, dit indien nodig bij elkaar brengen en zodoende bijdragen aan een christelijk-sociale beweging in de stad.
>> Lees verder <<
Showing posts with label stadszending. Show all posts
Showing posts with label stadszending. Show all posts
Sunday, April 20, 2014
Sunday, March 02, 2014
Juli 2013 Pinokkio in Amsterdam
Al een half jaar zijn Lydia en ik aan het exploreren op het gebied van roeping en missiewerk. De afgelopen maanden ben ik met vlagen ongeduldig. Het gaat me niet snel genoeg. Andere momenten vraag ik me af waar ik ben beland. Wat gaat het toch snel! Ik realiseer me dat we dit proces niet moeten forceren.
Cor moedigt me aan om te ontdekken wat mijn en onze roeping is. Met doorleefde wijsheid spreekt hij over het niet forceren en de tijd nemen en open staan voor omstandigheden. De verschillen die er tussen man en vrouw kunnen zijn op dit gebied. Juist doordat het niet de bedoeling is dat ik bij Cor in dienst kom, is het extra belangrijk dat we ons zelf geroepen weten met een specifiek verlangen. Daar waar we elkaar overlappen in roeping kunnen Cor en ik samenwerken. Tijdens de bijna losbarstende zomervakantie willen Lydia en ik extra tijd nemen om op te schrijven waar we lange termijn voor willen gaan.
Eerst gaan Lydia en ik een week op werkbezoek met Home of Change in Amsterdam. Deze werkweek begint op de zaterdag in Ede. Daar is op deze warme zomeravond een leuke kennismaking en lekkere barbecue met veel vrijwilligers van Home of Change. ’s Avonds rijden we door naar Amsterdam. De eerste nacht brengen we door bij vrienden. We stappen de volgende ochtend met hen mee de tram in naar de kerk; het schijnt dat Arie Boomsma ook regelmatig in deze kerk is. Ondanks dat een oudere dame door de warmte in het kerkgebouw onwel wordt, gaat de dienst na een korte onderbreking door. De dominee vraagt de gemeente om de ambulancebroeders die ieder moment het plein op kunnen komen hun werk te laten doen. Er wordt in de zaal gegniffeld: welke brave christen zou het werk van deze ambulancebroeders willen beletten?! Het is een heerlijke, zonnige zondag. Na een lekkere lunch, vertrekken Lydia en ik naar ons logeeradres in hartje Amsterdam.
De onschuldigheid die op deze zondag centraal stond, staat in schril contrast met ons bezoek aan de Wallen. Jonge vrouwen met een dode blik in hun ogen die afgestompte mannen wenken, maar ook complete gezinnen die aapjes kijken. Op deze warme zomerdag nemen toeristen foto’s van de vrouwen in ondergoed. Studenten moedigen elkaar aan, met een biertje in de hand, om ‘naar de hoeren’ te gaan. Een stelletje dat gezamenlijk uit een deur komt en weet ik wat gedaan heeft. Ik loop hier rond in een plek die me doet denken aan de schimmige wereld van Stromboli, het heerschap die Pinokkio gevangen nam. Het grote publiek smult van het gezellige, onschuldige poppentheater, maar achter de schermen gaat het er heel anders aan toe. Het enige waar het slachtoffer mee bezig is, is dat zijn neus groeit als hij liegt en steeds verder vastzit in het web van zijn en andermans leugens. Pinokkio wordt in een kooi gezet en krijgt niets van het verdiende geld. Pinokkio is door twee stromannen verhandeld. Net zoals veel prostituees onder valse voorwendselen verhandeld worden, de leugens waar zij in vastzitten, de schaamte, de vele duizenden euro's die hen afhandig wordt gemaakt... De overeenkomsten met Pinokkio zijn legio.
Toenmalig Amsterdamse wethouder Asscher luidde de noodklok vanwege dwang en misstanden in zijn eigen stad. Er is een grote schoonmaak gehouden, zeggen de media. Voor het oog is er echter niets veranderd. Het romantische beeld dat de mannen als de vrouwen vanuit pure vrije wil tot deze daden komen, wat bijvoorbeeld in Baantjer naar voren komt, kan ik hier niet ontdekken. Ik denk aan Stromboli en het web van leugens.
We lopen ’s avonds laat weer richting onze logeerplek en lopen, net buiten het Wallengebied, een oudere man tegen het lijf. Hij loopt zijn woning uit en is bijzonder loslippig. We hebben een sterk vermoeden dat hij een paar glaasjes te veel op heeft. De avondlucht is warm, maar het koelt al af. Deze man heeft behoefte aan aanspraak; even een praatje maken. Zijn halve geschiedenis komt voorbij (hij is in de jaren ’70 hier komen wonen, etc., etc.) en hij probeert indruk te maken met niet-alledaagse woorden. Hoe kan het dat deze man hier al tientallen jaren woont en blijkbaar zoveel behoefte heeft aan contact dat hij drie mensen uit Noord-Nederland zo vastklampt? Ik realiseer me dat het ene (geen diepgaande contacten) het andere teweegbrengt (niet omzien naar elkaar) of in de hand werkt (seksslavernij).
Het doet me denken aan onze eigen wijk. In onze eigen straat, waar anonimiteit aan de orde van de dag is, zijn een aantal weken terug op een nacht minimaal drie meisjes van 16 en 17 jaar in een lege flat gevonden die door een Italiaanse pooier gedwongen werden tot seks. Een Stromboli actief in Beijum. Onlangs sprak ik een expert dat dit nog maar het topje van de ijsberg is, omdat de politie te weinig middelen heeft. Vorige week liep ik een middag door de wijk met Kamil, een afstudeerder Sportstudies van de Hanzehogeschool Groningen. Wat wonen er veel mensen in Beijum! Er wonen meer dan 13.000 mensen, maar wanneer ik kris kras door de wijk wandel, realiseer ik me meer wat dit getal betekent. Veel straten, veel hoekjes en buurten, veel woningen, veel gezinnen en huishoudens. Heel veel gezichten. Beijum is, samen met Lewenborg, de meest kinderrijke buurt van Groningen. Te bedenken dat algemene statistieken leren dat 1 op de 5 meisjes voor het 16e levensjaar seksueel geweld heeft meegemaakt, wordt de nood in deze wereld zichtbaar. Het topje van de ijsberg!
Kamil is er in de wijk voor een heel ander onderwerp. Sinds februari begeleid ik Kamil die onderzoek doet naar buitenfitness in Nederland en specifiek of en hoe het aansluit bij de Groningse wijk Beijum. In het kader daarvan laat ik hem de potentiële plekken voor buitenfitness in de wijk zien. Het idee is dat mensen gratis in de buitenlucht kunnen werken aan hun fysieke gezondheid. Op een middag in de week dat we in Amsterdam zijn, krijg ik een berichtje dat hij geslaagd is! Het maakt me blij voor hem.
Naast het bezoeken van organisaties die strijden tegen mensenhandel in Amsterdam, spreek ik deze week ook af met een bestuurslid van de Surinaamse DOE-partij die in Nederland is (erg gezellig en nuttig!), een oud-collega die op basis van giften werkt in Noord-Amsterdam (veel herkenning over en weer) en een oud-klasgenoot van de basisschool (erg gaaf om hem weer te spreken en te zien dat het erg goed met hem gaat).
Op een andere ochtend spreken Lydia en ik af met Brigitte van Serve the City, een organisatie die een beweging van vrijwilligerswerk op het oog heeft. Typisch aan Serve the City is dat het laagdrempelig is, het is de ideale mix van met een grote groep en een klein team werken en het verbindt vrijwilligers aan bestaande instellingen. Brigitte is in Amsterdam begonnen en organiseert jaarlijks diverse events waarbij onze hoofdstad overspoeld wordt met vrijwilligers. Er is veel enthousiasme van de foto’s af te lezen. Veel mensen willen best iets goeds doen, maar waar begin je? Serve the City geeft een antwoord.
Een aantal jaar geleden vroeg ze me of ik in Groningen een lokale Serve the City wil opstarten. Ik kan dat niet alleen, heb ik haar gezegd. Wel ben ik erg enthousiast. Cor zei in februari ook de meerwaarde te zien van Serve the City in Groningen en wil er concreet mee aan de slag. Brigitte vraagt wanneer Cor en ik hier mee willen beginnen. Dat weet ik niet, vertelde ik haar, want Cor denkt vaak in langere processen. Toch Cor maar even vragen, bedenk ik me.
Deze week merk ik dat dusdanig moe ben dat Lydia en ik denken dat ik overwerkt ben. Daarom bel ik een ontmoeting met het bestuur van Cor in Zwolle af. De volgende dag bezoeken Lydia en ik 's avonds vrienden die in Amsterdam wonen. Het wordt een ontspannen avond.
Wanneer we terug zijn van de werkweek en daarna de vakantie, ben ik nog steeds moe. Ik besluit rustig aan te doen. Wel spreek ik in augustus met Jelly af. Zij verricht samen met een interkerkelijke vrouwengroep bezoekwerk onder de vrouwen die in de provincie Groningen in de prostitutie werken. Haar tweelingzus heb ik wel eens ontmoet, waardoor Jelly vertrouwd overkomt. Jelly zelf heb ik echter nooit ontmoet, alhoewel zij in een kerkelijk filmpje zit dat ik bedacht en geregisseerd heb om kerkleden de maatschappij in te krijgen. De passie straalt van haar af. Ik heb er geen spijt van dat ik met haar heb afgesproken. Het is fijn om iemand te ontmoeten in mijn eigen woonplaats met hetzelfde hart voor prostituees. We besluiten om contact te houden!
Het weekend voorafgaand aan de vakantie bezoeken we mijn schoonmoeder haar verjaardag en ook beginnen we met inpakken voor de vakantie. Het antwoord dat we vernamen toen ik belde naar het telefoonnummer die Marieke ons gaf, was sfeerverhogend: we kunnen gratis tien dagen op een prachtige locatie aan het Balatonmeer in Hongarije verblijven! Dat betekent dat we de tijd hebben om te concretiseren wat onze missie wordt. En bovenal dat we de tijd hebben om heerlijk te ontspannen.
>> Lees verder <<
Cor moedigt me aan om te ontdekken wat mijn en onze roeping is. Met doorleefde wijsheid spreekt hij over het niet forceren en de tijd nemen en open staan voor omstandigheden. De verschillen die er tussen man en vrouw kunnen zijn op dit gebied. Juist doordat het niet de bedoeling is dat ik bij Cor in dienst kom, is het extra belangrijk dat we ons zelf geroepen weten met een specifiek verlangen. Daar waar we elkaar overlappen in roeping kunnen Cor en ik samenwerken. Tijdens de bijna losbarstende zomervakantie willen Lydia en ik extra tijd nemen om op te schrijven waar we lange termijn voor willen gaan.
Eerst gaan Lydia en ik een week op werkbezoek met Home of Change in Amsterdam. Deze werkweek begint op de zaterdag in Ede. Daar is op deze warme zomeravond een leuke kennismaking en lekkere barbecue met veel vrijwilligers van Home of Change. ’s Avonds rijden we door naar Amsterdam. De eerste nacht brengen we door bij vrienden. We stappen de volgende ochtend met hen mee de tram in naar de kerk; het schijnt dat Arie Boomsma ook regelmatig in deze kerk is. Ondanks dat een oudere dame door de warmte in het kerkgebouw onwel wordt, gaat de dienst na een korte onderbreking door. De dominee vraagt de gemeente om de ambulancebroeders die ieder moment het plein op kunnen komen hun werk te laten doen. Er wordt in de zaal gegniffeld: welke brave christen zou het werk van deze ambulancebroeders willen beletten?! Het is een heerlijke, zonnige zondag. Na een lekkere lunch, vertrekken Lydia en ik naar ons logeeradres in hartje Amsterdam.
De onschuldigheid die op deze zondag centraal stond, staat in schril contrast met ons bezoek aan de Wallen. Jonge vrouwen met een dode blik in hun ogen die afgestompte mannen wenken, maar ook complete gezinnen die aapjes kijken. Op deze warme zomerdag nemen toeristen foto’s van de vrouwen in ondergoed. Studenten moedigen elkaar aan, met een biertje in de hand, om ‘naar de hoeren’ te gaan. Een stelletje dat gezamenlijk uit een deur komt en weet ik wat gedaan heeft. Ik loop hier rond in een plek die me doet denken aan de schimmige wereld van Stromboli, het heerschap die Pinokkio gevangen nam. Het grote publiek smult van het gezellige, onschuldige poppentheater, maar achter de schermen gaat het er heel anders aan toe. Het enige waar het slachtoffer mee bezig is, is dat zijn neus groeit als hij liegt en steeds verder vastzit in het web van zijn en andermans leugens. Pinokkio wordt in een kooi gezet en krijgt niets van het verdiende geld. Pinokkio is door twee stromannen verhandeld. Net zoals veel prostituees onder valse voorwendselen verhandeld worden, de leugens waar zij in vastzitten, de schaamte, de vele duizenden euro's die hen afhandig wordt gemaakt... De overeenkomsten met Pinokkio zijn legio.
Toenmalig Amsterdamse wethouder Asscher luidde de noodklok vanwege dwang en misstanden in zijn eigen stad. Er is een grote schoonmaak gehouden, zeggen de media. Voor het oog is er echter niets veranderd. Het romantische beeld dat de mannen als de vrouwen vanuit pure vrije wil tot deze daden komen, wat bijvoorbeeld in Baantjer naar voren komt, kan ik hier niet ontdekken. Ik denk aan Stromboli en het web van leugens.
We lopen ’s avonds laat weer richting onze logeerplek en lopen, net buiten het Wallengebied, een oudere man tegen het lijf. Hij loopt zijn woning uit en is bijzonder loslippig. We hebben een sterk vermoeden dat hij een paar glaasjes te veel op heeft. De avondlucht is warm, maar het koelt al af. Deze man heeft behoefte aan aanspraak; even een praatje maken. Zijn halve geschiedenis komt voorbij (hij is in de jaren ’70 hier komen wonen, etc., etc.) en hij probeert indruk te maken met niet-alledaagse woorden. Hoe kan het dat deze man hier al tientallen jaren woont en blijkbaar zoveel behoefte heeft aan contact dat hij drie mensen uit Noord-Nederland zo vastklampt? Ik realiseer me dat het ene (geen diepgaande contacten) het andere teweegbrengt (niet omzien naar elkaar) of in de hand werkt (seksslavernij).
Het doet me denken aan onze eigen wijk. In onze eigen straat, waar anonimiteit aan de orde van de dag is, zijn een aantal weken terug op een nacht minimaal drie meisjes van 16 en 17 jaar in een lege flat gevonden die door een Italiaanse pooier gedwongen werden tot seks. Een Stromboli actief in Beijum. Onlangs sprak ik een expert dat dit nog maar het topje van de ijsberg is, omdat de politie te weinig middelen heeft. Vorige week liep ik een middag door de wijk met Kamil, een afstudeerder Sportstudies van de Hanzehogeschool Groningen. Wat wonen er veel mensen in Beijum! Er wonen meer dan 13.000 mensen, maar wanneer ik kris kras door de wijk wandel, realiseer ik me meer wat dit getal betekent. Veel straten, veel hoekjes en buurten, veel woningen, veel gezinnen en huishoudens. Heel veel gezichten. Beijum is, samen met Lewenborg, de meest kinderrijke buurt van Groningen. Te bedenken dat algemene statistieken leren dat 1 op de 5 meisjes voor het 16e levensjaar seksueel geweld heeft meegemaakt, wordt de nood in deze wereld zichtbaar. Het topje van de ijsberg!
Kamil is er in de wijk voor een heel ander onderwerp. Sinds februari begeleid ik Kamil die onderzoek doet naar buitenfitness in Nederland en specifiek of en hoe het aansluit bij de Groningse wijk Beijum. In het kader daarvan laat ik hem de potentiële plekken voor buitenfitness in de wijk zien. Het idee is dat mensen gratis in de buitenlucht kunnen werken aan hun fysieke gezondheid. Op een middag in de week dat we in Amsterdam zijn, krijg ik een berichtje dat hij geslaagd is! Het maakt me blij voor hem.
Naast het bezoeken van organisaties die strijden tegen mensenhandel in Amsterdam, spreek ik deze week ook af met een bestuurslid van de Surinaamse DOE-partij die in Nederland is (erg gezellig en nuttig!), een oud-collega die op basis van giften werkt in Noord-Amsterdam (veel herkenning over en weer) en een oud-klasgenoot van de basisschool (erg gaaf om hem weer te spreken en te zien dat het erg goed met hem gaat).
Op een andere ochtend spreken Lydia en ik af met Brigitte van Serve the City, een organisatie die een beweging van vrijwilligerswerk op het oog heeft. Typisch aan Serve the City is dat het laagdrempelig is, het is de ideale mix van met een grote groep en een klein team werken en het verbindt vrijwilligers aan bestaande instellingen. Brigitte is in Amsterdam begonnen en organiseert jaarlijks diverse events waarbij onze hoofdstad overspoeld wordt met vrijwilligers. Er is veel enthousiasme van de foto’s af te lezen. Veel mensen willen best iets goeds doen, maar waar begin je? Serve the City geeft een antwoord.
Een aantal jaar geleden vroeg ze me of ik in Groningen een lokale Serve the City wil opstarten. Ik kan dat niet alleen, heb ik haar gezegd. Wel ben ik erg enthousiast. Cor zei in februari ook de meerwaarde te zien van Serve the City in Groningen en wil er concreet mee aan de slag. Brigitte vraagt wanneer Cor en ik hier mee willen beginnen. Dat weet ik niet, vertelde ik haar, want Cor denkt vaak in langere processen. Toch Cor maar even vragen, bedenk ik me.
Deze week merk ik dat dusdanig moe ben dat Lydia en ik denken dat ik overwerkt ben. Daarom bel ik een ontmoeting met het bestuur van Cor in Zwolle af. De volgende dag bezoeken Lydia en ik 's avonds vrienden die in Amsterdam wonen. Het wordt een ontspannen avond.
Wanneer we terug zijn van de werkweek en daarna de vakantie, ben ik nog steeds moe. Ik besluit rustig aan te doen. Wel spreek ik in augustus met Jelly af. Zij verricht samen met een interkerkelijke vrouwengroep bezoekwerk onder de vrouwen die in de provincie Groningen in de prostitutie werken. Haar tweelingzus heb ik wel eens ontmoet, waardoor Jelly vertrouwd overkomt. Jelly zelf heb ik echter nooit ontmoet, alhoewel zij in een kerkelijk filmpje zit dat ik bedacht en geregisseerd heb om kerkleden de maatschappij in te krijgen. De passie straalt van haar af. Ik heb er geen spijt van dat ik met haar heb afgesproken. Het is fijn om iemand te ontmoeten in mijn eigen woonplaats met hetzelfde hart voor prostituees. We besluiten om contact te houden!
Het weekend voorafgaand aan de vakantie bezoeken we mijn schoonmoeder haar verjaardag en ook beginnen we met inpakken voor de vakantie. Het antwoord dat we vernamen toen ik belde naar het telefoonnummer die Marieke ons gaf, was sfeerverhogend: we kunnen gratis tien dagen op een prachtige locatie aan het Balatonmeer in Hongarije verblijven! Dat betekent dat we de tijd hebben om te concretiseren wat onze missie wordt. En bovenal dat we de tijd hebben om heerlijk te ontspannen.
>> Lees verder <<
Labels:
Amsterdam,
Baantjer,
leugens,
Mensenhandel,
missie,
Pinokkio,
prostitutie,
roeping,
Serve the City,
stadszending,
Stromboli,
verlangen,
vrijwilligers,
vrijwilligerswerk,
Wallen,
zending
Subscribe to:
Posts (Atom)