Showing posts with label Paramaribo. Show all posts
Showing posts with label Paramaribo. Show all posts

Wednesday, February 19, 2014

Maart 2013 Idealisme of realisme?

Kun je ingevingen wel vertrouwen? Een verlangen hebben is mooi, maar wat is realisme? De gebedsgenezeres Greet Hofmans, kind aan huis op Soestdijk, had heel veel ingevingen, maar prinses Marijke werd niet genezen van haar oogafwijking. Er kwam bovendien zoveel ellende van Hofmans ingevingen dat het huwelijk tussen prins Bernhard en koningin Juliana bijna uiteenspatte. In politieke kringen is zelfs beweerd dat Nederland dankzij de ellende van de ingevingen van Greet Hofmans bijna omgetoverd was in een republiek. Afschaffing Koningshuis.

De ingevingen die we in de afgelopen weken hebben ontvangen, hebben veel losgemaakt bij ons. Bij mij heeft het verlangen dat ik als kind en tiener al had, weer naar boven gebracht en versterkt. Lydia en ik willen alleen niet bouwen op drijfzand, maar realistisch ons hartsverlangen volgen.
Lydia wil mij hierin steunen, maar merkt tegelijkertijd hoe langer hoe meer dat zij zich niet gemakkelijk voelt bij het niet nastreven van the Dutch dream, wat vervat is in de klassieke woorden ‘huisje, boompje, beestje’. Het is ‘normaal’ om na het behalen van je studie op zoek te gaan naar een betaalde baan en carrière te maken. Dat ik openlijk anders ambieer, maakt haar onrustig.
We besluiten om ons meer te verdiepen in de hele wereld achter zending, missie en van giften leven. Na enkele telefoontjes te hebben gepleegd met zendingsorganisaties worden we doorverwezen naar ‘Het Zendingsweekend’, jaarlijks gehouden in Limburg. We geven ons op.

Ondertussen heb ik deze maand een heel leuk uitje naar de ChristenUnie-fractie in de Tweede Kamer. Omdat ik vorig jaar (2012) vanuit de ChristenUnie gedetacheerd ben in Suriname bij de DOE-partij, mag ik mijn ervaringen vertellen in de fractie. Wanneer ik op dinsdagmorgen het historische Binnenhof oploop, merk ik dat de politieke wereld me weer enorm boeit. Politiek houdt zich bezig op het snijvlak van idealisme en realisme.
Aan het einde van de fractievergadering krijg ik een paar minuten om de drie maanden in Suriname  samen te vatten. Halverwege het voorlezen van mijn verhaal, maant de directeur van de ChristenUnie-fractie, die naast me zit, om af te ronden.

Ik vertel tot slot dat mij opvalt dat, in vergelijking tot ons land, de pijn over het slavernijverleden in Suriname diep zit. Nederland lijkt deze pijnlijke episode, die eeuwenlang geduurd heeft, collectief proberen te vergeten. Als je kijkt naar de inhoud van onze geschiedenisboeken dan mist er heel vaak ons aandeel, oftewel ‘ons verhaal’. Pijnlijker is dat wij als kolonisator deze Nederlandse geschiedenisboeken tot 1975 verplicht stelden in Surinaamse scholen. Dat Nederland weinig weet van dit deel van onze geschiedenis zorgt ervoor dat de pijn wordt afgedaan met ‘dat is al zo lang geleden’.
Toen Stichting voor Boete & Verzoening een verzoeningsreis aflegde in Suriname, kwam er zoveel emotie en pijn naar boven. Het benoemen van de feiten en vragen om vergeving had duidelijk een snaar geraakt. De Surinamers die zij tegen kwamen moedigden hen aan om dit te vervatten in een boek, zodat het nageslacht van deze verzoening zou weten. Ds. Doth heeft mij, in de tijd dat ik in Suriname was, uit eerste hand verteld over deze ontmoetingen. Het boek dat eruit voort is gekomen, heb ik vervolgens aan Arie Slob overhandigd namens ds. Doth sr., voorzitter van de integriteitscommissie van de DOE-partij.

Twee dagen later fiets ik om kwart over negen gehaast over de Korreweg, onderweg naar het gebouw van OOG Radio & Televisie. Het lijkt zo onbetekenend om na het gebeuren in Den Haag nu aan het werk te gaan als vrijwilliger op de redactie van de stadszender. Toch wil ik mijn best doen, want ik vind het ook erg leuk en ik wil mijn verantwoordelijkheid in het kleine nemen!
De eerste keer loop ik met een vrijwilliger mee die communicatiestudent is aan de Rijksuniversiteit Groningen. Er wordt aan me gevraagd waar mijn interessegebied ligt. Onomwonden geef ik toe dat ik een brede interesse heb, maar dat gemeentelijke politiek me erg boeit.

Twee weken later sta ik weer op de stoep van het immense gebouw tegenover de Noorderkerk. Ik bel aan en de receptionist drukt op de knop zodat ik naar binnen kan. Ik weet al hoe het er aan toe gaat. De receptionist kijkt niet op of om, terwijl ik hem – tegen beter weten in – ‘goedemorgen’ groet. Wat zullen we vandaag gaan doen?
Na de redactievergadering tuf ik samen met de politiek verslaggever en een cameraman in de kleine OOG-auto naar het stadhuis. Om 12:00 uur zal er een persconferentie zijn. Als we de auto in de parkeergarage aan de Vismarkt zetten (zo’n kleine auto past altijd wel!), krijgt de politiek verslaggever een telefoontje. Het nieuws is dat Bas van Kampen, directeur van het Groninger Forum, wordt bedankt door het stadsbestuur. We mogen het pas naar buiten brengen als de wethouder Dig Istha het nieuws op de conferentie brengt. Het nieuws wordt online klaargezet voor publicatie. Aan mij de taak om de redactie te sms’en wanneer het zover is. Wanneer we daarna Istha en Van Kampen afzonderlijk voor de camera hebben gekregen, begint de montage en zit de dag er vervolgens om half vijf op. Voldaan rij ik naar huis. Het is het nieuwtje van de dag geworden. OOG bracht dit nieuwsfeit als eerste. 

Zo werkt het ook met leven met God. Ingevingen zijn mooi en aardig, maar tot het moment dat de ingeving een nieuwsfeit geworden is, is het geen feit.

>> Lees verder <<

Saturday, June 02, 2012

De slag om Fort Zeelandia


Een brief is uitgelekt. Vorige week dook een brief in de Surinaamse media op, afkomstig van het Kabinet van de President (van directeur Eugene van der San) aan het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (aan directeur van Cultuur Stanley Sidoel). De brief bevat een actieplan van de regering Bouterse om Fort Zeelandia in te nemen.

In Fort Zeelandia, gesticht door de Zeeuwen aan het begin van de 17e eeuw, dat al eens veroverd is door de Britten in 1651, is sinds 2004 een museum gevestigd waarin de geschiedenis van Suriname wordt verteld. Er is aandacht voor de periode dat Suriname onderdrukt is door de Nederlanders middels de mensonterende slavernij. Maar ook de nabije geschiedenis met de onafhankelijkheid in 1975 en de Decembermoorden die in het complex plaatsvonden, hebben hun plek. Daarnaast is er ook ruime aandacht voor het cultureel erfgoed van inheemsen en marrons. Een degelijk museum zou je zeggen. Daar blijken de meningen sterk over verdeeld te zijn.

Naast het verkeersvrij maken van het terrein, zijn er enkele andere maatregelen in het plan van het Kabinet van de President terecht gekomen die de aandacht verdienen. Het uiteindelijke doel van het actieplan is om “het complex een nieuwe culturele invulling [te] geven, die past bij de inzichten van de regering”. De “culturele display van Suriname” moet erin gevormd worden. De regering zou bang zijn dat Fort Zeelandia, op steenworp afstand  van het presidentieel paleis, het Kabinet van de President en het parlement, een bedevaartsoord wordt voor mensen die anti-Bouterse zijn.

De argumentatie dat de gebouwen die Stichting Surinaams Museum beheerd, “ontruimd” moeten worden, is dat de oorspronkelijke reden, om het complex niet door de Staat te beheren , “niet langer valide is”. Op 26 april 1995 mocht de stichting de gebouwen in beheer nemen, omdat Suriname niet de financiële middelen had om de gebouwen te onderhouden. Nu die situatie veranderd is (ik weet niet in hoeverre dit werkelijk zo is), ziet de regering geen grond meer om Fort Zeelandia niet “terug in de schoot van het beleidscentrum [te] brengen”. De polemiek die in Suriname is ontstaan speelt zich af langs dezelfde lijnen als rond de Amestiewet: er is een groep dat voor het benadrukken van de scheiding tussen Nederland en de onafhankelijke Surinaamse natiestaat, zoals Bouterse dat vertegenwoordigt, en een groep dat minder nationalistisch is en meer waarde hecht aan een democratische rechtstaat; deze laatste groep kan zich nogal fel uitlaten over President Bouterse. Dit anti-kamp ziet in deze brief een wil bij de "Boutisten" manifesteren tot herschrijven van de recente geschiedenis. Daarnaast draagt deze groep aan dat "de geest van rechtszekerheid en behoorlijk bestuur" niet in acht is genomen door "willekeurig terzijde schuiven van gewekte verwachtingen."

In een brandbrief, van Oostindie en Van Kempen, "de uitgesproken vertegenwoordigers van het wetenschappelijk kolonialisme", aldus een felle verdediger van het regeringsstandpunt, "wordt met geen woord gerept over die duizenden executies die uitgevoerd zijn door de kolonisator, maar wel over de vriendschap die zou moeten bestaan tussen de ex-kolonisator en de ex-gekoloniseerde. En dat tekent hun campagne. Het is geen campagne voor een morele invulling van Fort Zeelandia. Het is een campagne voor een politieke invulling van deze historische locatie." Het koloniale verleden (maar ook de opvatting dat alles onderdeel is van een politiek, vuil spel) zit dusdanig verankerd in het denken van deze schrijver dat de genoemde intellectuelen, vanwege hun Nederlandse afkomst, zijn gediskwalificeerd om mee te praten over de gedeelde geschiedenis. Deze 'columnist', Sandew Hira, die gezien de inhoud van zijn 'column' nooit in het museum is geweest, poneerde vervolgens: "Het huidige museum in Fort Zeelandia is een Nederlands koloniaal museum. Suriname heeft ook behoefte aan een nationaal museum." Het museum zelf heeft via de media gereageerd op de ontruimingsbrief en deze column en slaat een strijdlustige, maar gematigde toon aan. Juist omdat het museum gevestigd is in Fort Zeelandia trekt het veel bezoekers, welke nagenoeg allemaal toeristen zijn; een eventuele verhuizing zou funest voor het voortbestaan van de stichting zijn. De wijziging van een bestemmingsplan heeft dus verregaande gevolgen voor het museum.

De vraag die overblijft is wie belang bij dit lek heeft. Nadat er tumult was ontstaan over het voortbestaan van het Surinaams Museum, sloeg de discussie om met veel polariserende opmerkingen; met name de directeur van het Kabinet van de President Van der San heeft de schijn gewekt dat hij het huidige museum anti-Bouterse vindt door lovend te schrijven over de hierboven geciteerde commentator Hira. Is het de regering die gelekt heeft? "Het plan is eenmaal op straat, laat het straatgevecht dan maar beginnen," aldus Van der San. Of koos het museum voor het publiek maken van de brief? Tot nu toe lijkt met name de regering baadt te hebben bij de gewenning bij het volk dat de regering Fort Zeelandia beheert. In het fort had, in de turbulente jaren ’80, toenmalig legerleider Desi Bouterse zijn kantoor. De visie van de desbetreffende minister of andere politici is op dit punt nog onbekend; alleen hoge ambtenaren, burgers en de museumeigenaar heeft gereageerd. Uiteindelijk moet nog blijken of de propaganda-soep net zo heet is als het in de toekomst zou moeten worden opgediend.

Friday, May 18, 2012

Plaats delict

Een aantal weken geleden liepen we een militair tegen het lijf. Hij was gestationeerd naast het terrein van Fort Zeelandia en beheerde de sleutels van de oude gevangenis. We mochten onverwachts een kijkje nemen. Ongebruikelijk, vond ik. Deze gevangenis, waar nu vleermuizen in huisden en toiletpotten her en der verspreid stonden, hebben onprettige zaken plaatsgevonden. De man in uniform vertelde het verhaal van majoor Horb. En hij vertelde onomwonden dat die Amnestiewet echt niet kon.

In het museum was de educatieve voorlichting ook één van niet te misverstane duidelijkheid: "Hier zijn de vijftien mannen van de democratische beweging vermoord. Wie had de leiding tijdens de moorden? Desi Bouterse." De kogelgaten zijn door Nederlandse onderzoekers meegenomen en onderzocht. Volgens een praatgrage pensionaris die een bijbaan in het museum heeft, waren de hoeken waaruit geschoten is vastgesteld: er moet vanuit een raam geschoten zijn. Wel is nuance belangrijk, vertelde de man, die een leeftijdgenoot van Bouterse bleek te zijn: we weten niet of er één of meer soldaten waren die de mensen vermoord hebben... En het lastige is, zo legde hij uit, iedereen die kennis van de feiten heeft, is partijdig. Het geeft het museum een extra dimensie: net als in de films van Poirot is ook hier nog een onopgeloste moordpartij.

De militair buiten het fort liet de gevangenis nonchalant zien; hij draaide de deur open en zei dat we maar even moesten kijken. Toch had hij enige ernst in zijn ogen en en sprak hij alsof zijn hart bezwaard was. Hij vertelde ons dat in december 1982 in deze gevangenis de vijftien slachtoffers van de Decembermoorden vastgezeten hebben.

Zonder zelf het gespreksonderwerp te hebben gestuurd, legde de militair uit dat hij tegen de Amnestiewet is. In Nederland is dat ongehoord: in Nederland worden zelfs korpschefs van de politie ontslagen als ze als privé-persoon op Twitter een politieke afkeuring uitspreken.

De militair vertelde onverstoorbaar verder: Majoor Horb zou een kleine twee maanden na de Decembermoorden in dit, op de planning zijnde te restaureren, gebouwtje zelfmoord gepleegd hebben.

De majoor was sinds eind jaren zeventig een vertrouweling van Bouterse. Hij was de tweede man in de Nationale Militaire Raad, het machtscentrum van Suriname van die tijd. Hij wilde niet dat Suriname communistische invloeden kreeg, terwijl Bouterse wel toenadering zocht met lieden als Fidel Castro van Cuba. Dat hij CIA-informant was, lekte uit toen hij bij deze Amerikaanse veiligheidsorganisatie, naar men zegt in zijn naïviteit, twee renpaarden bestelde (en kreeg). Hij werd in een compleet van de buitenwereld afgescheiden ruimte gestopt (wat er niet gezellig uitzag, moet ik zeggen); we zouden het nu een isoleercel noemen, maar dan zonder de witte gepolijste muren. Het toenmalige regime en de vriendelijk ogende militair zeggen dat majoor Horb zichzelf met een koord van zijn sportbroek verhangen heeft aan een spijker. Net als rond de Decembermoorden is ook hier een zweem van verdachtmakingen ontstaan. Deze majoor heeft voor zijn sterven opgetekend:
"Als ik mocht doodgaan bij een verkeersongeluk, door verdrinking of wat dan ook, weet één ding: ik ben vermoord. Vermoord door Desi en zijn bende." Deze uitlating wordt gebruikt door sommige tegenstanders van President Bouterse en is één van de vele niet hard te maken beschuldigingen geworden.

De vriendelijke militair had zijn hart gelucht: hij liep wat luchtiger dan hiervoor naar de gevangenisdeur. Wij liepen ondertussen weer naar de fietsen, terwijl deze Surinaamse militair de sleutel omdraaide... De geschiedenis werd weer, tot een volgend moment, even veilig opgeborgen. Hoe lang kan dit zo doorgaan?